Kort gezegd
Algemene principes
Veiligheid tijdens een epilepsieaanval
Wanneer een kind een epilepsieaanval krijgt, is het allereerst belangrijk om te zorgen dat het zich niet kan bezeren. Verwijder daarom gevaarlijke voorwerpen uit de directe omgeving van het kind.
Bij aanvallen waarbij schokken optreden, is het aangewezen het kind voorzichtig op de zij op de grond te leggen als dat mogelijk is. Bij aanvallen waarbij het kind automatismen vertoont of rondloopt, moet de omgeving zo veilig mogelijk gemaakt worden.
Duur en risico van aanvallen
Aanvallen die korter duren dan vijf minuten veroorzaken geen directe hersenschade. Langdurige aanvallen van meer dan tien minuten kunnen echter soms extra hersenbeschadiging veroorzaken. Dit geldt vooral bij langdurige aanvallen met volledig bewustzijnsverlies en schokken in alle vier ledematen (convulsieve aanvallen). De meeste aanvallen stoppen spontaan binnen de 1-2 minuten.
Als een aanval met bewustzijnsverlies en schokken langer dan 5 minuten aanhoudt, is het belangrijk om in te grijpen en de aanval tijdig te stoppen. Dit gebeurt door het toedienen van noodmedicatie.
Na een aanval
Stel het kind gerust na een aanval. Patiënten kunnen in de war, gedesoriënteerd, moe of prikkelbaar zijn. Dit is voorbijgaand van aard. Het is belangrijk om een steunfiguur te zijn tijdens deze post-ictale fase.
Na de meeste aanvallen is er geen medische hulp noodzakelijk. Dit is wel het geval wanneer:
- het gaat over een eerste epilepsieaanval
- de aanval het gevolg is van een val of hoofdtrauma
- het kind meerdere aanvallen doet na elkaar zonder een herstelfase
- het kind zich naar aanleiding van de aanval zich ernstig pijn gedaan heeft
Specifieke aanpak
Absences
Bij absences is het kind enkele seconden “weg van de wereld” zonder dat er schokken optreden. Deze aanvallen kunnen meerdere keren per dag voorkomen. Kinderen kunnen midden in een zin even afwezig zijn en hebben daarna vaak herhaling nodig van wat er gezegd werd. Wanneer absences frequent blijven voorkomen ondanks medicatie, is overleg met een arts nodig. Voor omstanders is het vaak lastig om absences te onderscheiden van gewoon wegdromen. Een EEG kan hierbij duidelijkheid bieden.
Focale aanvallen
Aanvallen die in één deel van de hersenen plaatsvinden, noemen we focale aanvallen. Deze uiten zich anders dan klassieke epilepsieaanvallen en kunnen bijvoorbeeld bestaan uit wapperen met de armen, beginnen rondlopen, smakken of slikken. Ook deze aanvallen stoppen meestal spontaan binnen enkele minuten.
Tijdens focale aanvallen met verminderde gewaarwording kan de patiënt zichzelf soms in gevaar brengen, bijvoorbeeld door een warm voorwerp vast te nemen of door een drukke straat op te lopen. Ook na de aanval kan de patiënt gedurende enkele minuten verward en gedesoriënteerd zijn (‘postictale verwardheid’). De patiënt fysiek tegenhouden kan hem soms agressief maken. Het is daarom beter om de patiënt niet vast te pakken, maar te helpen door bijvoorbeeld gevaarlijke voorwerpen te verwijderen of door tegen de patiënt te praten.
Tonisch-clonische aanvallen
Een tonisch-clonische aanval wordt gekenmerkt door een plotseling verlies van bewustzijn gepaard met verstijving van alle spieren, gevolgd door schokkende bewegingen van de armen en/of benen. Deze aanval duurt gemiddeld een aantal minuten en gaat dan meestal vanzelf over. Tijdens een tonisch-clonische aanval is het belangrijk om ervoor te zorgen dat de patiënt zich niet kan bezeren door bijvoorbeeld gevaarlijke voorwerpen in de buurt te verwijderen. Om de ademhalingswegen vrij te maken kan u knellende kledij (zoals een das of een hemd) losmaken. Het is aangewezen om de patiënt op de zij te leggen, zodat speeksel en eventueel braaksel naar buiten kan.