Carotisstenting

Operatie waarbij een metalen veertje in de halsslagader wordt geplaatst om de halsslagadervernauwing open te houden.

Andere benaming: Stent halssagader

Maak afspraak

Specialisten


Voor- en nadelen

Carotisstenting valt te verkiezen bij patiënten:

  • die een operatie niet goed aankunnen door hart- of longproblemen
  • waarbij de halsslagader moeilijk bereikbaar is, zoals na een carotisendarterectomie, na een andere halsoperatie, na bestraling in de hals, bij een korte, dikke of stijve hals of bij een hoog oplopende vernauwing.

Er moet rekening gehouden worden met volgende factoren:

  • Carotisstenting is technisch niet altijd mogelijk.
  • Voorlopig komt het RIZIV nog niet tussen in de terugbetaling, wat zorgt voor een eigen opleg van ongeveer 1.500 euro, tenzij de hospitalisatieverzekering tussenkomt.
  • De carotisendarterectomie blijft een goed alternatief met gekende goede resultaten op lange termijn.

Voorbereiding

  • U moet niet nuchter zijn voor de ingreep.
  • Bent u allergisch voor jodium? Laat het dan vooraf weten. De in te spuiten contrastvloeistof bevat namelijk jodium.
  • U stopt best met roken.

Meestal is het niet nodig om te stoppen met bloedverdunners voor de ingreep. Bespreek dit best met uw arts.

Verloop

Een carotisstenting gebeurt onder lokale verdoving.

Nazorg

U blijft 1 dag in het ziekenhuis

  • De huid en onderhuid worden verdoofd met een lokaal verdovingsmiddel.
  • Via een prik in de lies wordt de liesslagader aangeprikt.
  • Een katheter wordt in de slagader ingeschoven.
  • Doorheen deze katheter wordt contrastvloeistof met jodium opgespoten. Dit kan een warm gevoel geven.
  • Aan de hand van foto’s van de bloedvaten wordt de precieze plaats van de vernauwing of verstopping bepaald.
  • Er wordt dan een draad opgeschoven tot voorbij de vernauwing.
  • Over de draad wordt een filter geschoven om eventueel loskomende stukjes op te vangen (Distal Embolic Protection Device) om hersenbeschadiging zo goed als mogelijk te voorkomen.
  • In de vernauwing wordt wordt de stent geplaatst. Dit “veertje” wordt nog volledig open gerekt met een ballonnetje zodat er geen vernauwing meer is en het letsel door de stent wordt afgeschermd. Tijdens het opblazen van het ballonnetje kunt u wat pijn voelen of misselijk worden. Dit gevoel verdwijnt echter binnen een 10-tal seconden.
  • Op het einde van de procedure wordt de katheter verwijderd.
  • De prikplaats kan op twee manieren gesloten worden. Beide technieken hebben hun voor- en nadelen.
    • Met een 'closure device'. Dit is een klein propje dat tegenaan het bloedvat wordt gelegd of een nietje waarmee het gaatje in de bloedvatwand gedicht wordt.
    • Door de prikplaats dicht te duwen met de hand totdat de bloeding gestelpt is.
  • Na de ingreep moet u nog tussen 4 en 24 uur in bed blijven liggen, wat afhangt van de manier waarop de prikplaats gesloten werd. Te vroeg opstaan kan ervoor zorgen dat de prikplaats opnieuw begint te bloeden en eventueel een operatie nodig is om dit te stoppen.
  • Van zodra u mag opstaan, mag u onbeperkt wandelen.
  • In de eerste twee weken na de ingreep mag u niet fietsen. Fietsen zorgt er soms voor dat de prikplaats opnieuw begint te bloeden.
  • Gedurende minstens 1 maand, totdat de stent goed is ingegroeid, moet uw bloed extra dun gehouden worden met extra bloedverdunners.

Complicaties

Specifiek bij carotisstenting

  • 2-5% kans op hersenbeschadiging doordat kleine stukjes loskomen en zo de kleine hersenbloedvaten verstoppen. Hierdoor ontstaan bijvoorbeeld verlammingen of spraakstoornissen. Dit komt gelukkig niet vaak voor en soms is dit ook slechts tijdelijk. In elk geval is die kans veel kleiner dan wanneer we de vernauwing niet zouden opereren.

Algemeen

  • Scheuren van bloedvat of een plotse volledige verstopping van een bloedvat tijdens de operatie, waardoor dringende operatie noodzakelijk is een om de bloedstoevoer te herstellen. Dit gebeurt gelukkig zelden.
  • Allergische reactie op de contrastvloeistof. Meestal wordt dit met medicatie onder controle gebracht.
  • Contrastvloeistof kan schadelijk zijn voor de nieren. Dit wordt zoveel mogelijk voorkomen door bij patiënten die reeds zwakke nieren hebben, de avond voor de ingreep reeds een infuus te plaatsen om de nier goed voor te bereiden en door de hoeveelheid contrastvloeistof te beperken. Toch is het mogelijk dat na de ingreep de nieren tijdelijk minder goed werken. Soms is zelfs dialyse noodzakelijk. Maar dit gebeurt gelukkig zelden.
  • Prikplaats kan na de ingreep nabloeden, wat opgelost wordt door de prikplaats nog wat langer af te drukken. Soms volstaat dit niet en is een operatie nodig om de bloeding te stoppen.

Door de grote aandacht om deze complicaties te voorkomen, is de kans hierop gelukkig gering.

Meer informatie

Brochures en films


Maak afspraak