Misselijkheid en braken

Komt voor bij ongeveer 1 op 100 verdovingen, zowel bij algemene als regionale anesthesie.

Sommige operaties en anesthetische geneesmiddelen veroorzaken meer misselijkheid en/of braken dan andere.

Zowel misselijkheid als braken kunnen in de meeste gevallen behandeld of voorkomen worden, maar soms kunnen ze wel enkele uren tot dagen aanhouden.

Keelpijn

Komt voor bij ongeveer 1 op 100 verdovingen, enkel bij algemene anesthesie.

Keelpijn treedt soms op na algemene anesthesie omdat een buis in de luchtweg of in de maag werd geplaatst. Dit pijnlijke gevoel kan enkele uren tot dagen duren, maar kan behandeld worden met zuigtabletjes of mondspoelingen.

Duizeligheid en dubbelzien

Komt voor bij ongeveer 1 op 100 verdovingen, zowel bij algemene als regionale anesthesie.

De verdoving of het verlies van vocht tijdens de ingreep kunnen een lage bloeddruk veroorzaken waardoor u zich zwak voelt. Dit kan behandeld worden met geneesmiddelen en het toedienen van extra vocht via het infuus.

Rillen

Komt voor bij ongeveer 1 op 100 verdovingen, zowel bij algemene als regionale anesthesie.

Rillingen worden veroorzaakt door warmteverlies tijdens de operatie, bepaalde geneesmiddelen en stress. Dit kan behandeld worden
met behulp van een deken met warme lucht.

Hoofdpijn

Komt voor bij ongeveer 1 op 100 verdovingen, zowel bij algemene als regionale anesthesie.

Hoofdpijn wordt veroorzaakt door de verdoving, de operatie, het tekort aan vocht of stress. Ernstigere hoofdpijn kan voorkomen na een epidurale of rachi-anesthesie. Meestal verdwijnt deze hoofdpijn na enkele uren, maar indien nodig kan ze behandeld worden.

Jeuk

Komt voor bij ongeveer 1 op 100 verdovingen, zowel bij algemene als regionale anesthesie.

Jeuk is een nevenwerking van krachtige pijnstillers, maar kan ook voorkomen als gevolg van een allergische reactie. In beide gevallen kan dit behandeld worden.

Spier-, gewrichts- en rugpijn

Komt voor bij ongeveer 1 op 100 verdovingen, zowel bij algemene als regionale anesthesie.

Tijdens de operatie ligt u de hele tijd in dezelfde houding op een vrij harde operatietafel. Hoewel ervoor wordt gezorgd dat u zo comfortabel mogelijk ligt, voelen sommige patiënten achteraf toch pijn of spierstijfheid.

Pijn tijdens inspuiten van geneesmiddelen

Komt voor bij ongeveer 1 op 100 verdovingen.

Sommige geneesmiddelen kunnen pijn of een onaangenaam gevoel veroorzaken wanneer ze worden ingespoten.

Pijnlijke blauwe plekken

Komt voor bij ongeveer 1 op 100 verdovingen, zowel bij algemene als regionale anesthesie.

Deze plekken komen voor op de plaatsen waar inspuitingen werden gegeven of waar een infuus werd geplaatst. Ze worden veroorzaakt door de beschadiging van een klein bloedvat, de beweging van een nabijgelegen gewricht of een infectie. Meestal verdwijnen ze zonder behandeling.

Verwardheid en geheugenverlies

Komt voor bij ongeveer 1 op 100 verdovingen, zowel bij algemene als regionale anesthesie.

Vooral bij oudere patiënten die geopereerd werden, komt verwardheid of geheugenverlies voor. Het is meestal tijdelijk, maar kan soms meerdere dagen tot zelfs weken duren.

Mislukken of onvoldoende effect van de anesthesietechniek

Enkel bij regionale anesthesie.

In tegenstelling tot een algemene anesthesie kan een regionale anesthesie soms mislukken of onvoldoende pijnstilling geven. In dat geval kunnen er bijkomende intraveneuze pijnstillers worden toegediend of wordt er overgegaan tot een algemene anesthesie.

Longinfectie

Komt voor in ongeveer 1 op de 1.000 gevallen, enkel bij algemene anesthesie.

Longinfecties komen meer voor bij rokers en kunnen ademhalingsmoeilijkheden veroorzaken. Daarom is het belangrijk zo lang
mogelijk voor uw anesthesie te stoppen met roken.

Moeilijk plassen

Komt voor in ongeveer 1 op de 1.000 gevallen, zowel bij algemene als regionale anesthesie.

Na sommige operaties en regionale anesthesie (vooral epidurale en rachi-anesthesie) kunnen vooral mannen soms moeilijker plassen, terwijl vrouwen eerder urine kunnen verliezen. Hoewel dit ongemak van voorbijgaande aard is, wordt soms preventief een blaassonde geplaatst.

Langzame ademhaling

Komt voor in ongeveer 1 op de 1.000 gevallen, zowel bij algemene als regionale anesthesie.

Sommige pijnstillers kunnen een trage ademhaling of duizeligheid veroorzaken na de operatie. Dit is een tijdelijk fenomeen dat indien nodig kan worden behandeld.

Beschadiging van tanden, lippen of tong

Komt voor in ongeveer 1 op de 1.000 gevallen, enkel bij algemene anesthesie.

U kunt uw tanden, lippen of tong beschadigen door krachtig uw mond dicht te knijpen tijdens het ontwaken uit de algemene verdoving. Ook kunnen de tanden beschadigd worden als de arts-anesthesist moeilijkheden heeft om een buis in de luchtpijp of de maag te plaatsen. Dit komt meer voor als u een kleine mondopening of onderkaak hebt, of een gebit in slechte staat.

Tot uiting komen van vooraf bestaande ziekte

Komt voor in ongeveer 1 op de 1.000 gevallen, zowel bij algemene als regionale anesthesie.

Een vooraf bestaande aandoening (bijvoorbeeld een hart- of vaatziekte), die misschien nog niet gekend was voor de operatie, kan
(opnieuw) tot uiting komen tijdens of na de operatie.

Wakker worden tijdens operatie

Komt voor in ongeveer 1 op de 1.000 gevallen,enkel bij algemene anesthesie.

De kans dat u wakker wordt tijdens de operatie hangt sterk af van uw algemene toestand, het soort operatie dat u ondergaat en het type van anesthesie dat gebruikt werd. Indien u denkt dat u tijdens een vorige operatie bent wakker geworden, dan moet u de anesthesist hiervan verwittigen.

Verwonding van de ogen

Komt zelden tot uiterst zelden voor na een verdoving (1 op de 10.000 tot 1 op de 100.000), enkel bij algemene anesthesie.

Ondanks het feit dat de arts-anesthesist er grote zorg voor draagt dat niets uw ogen kan verwonden tijdens de verdoving, kan er soms toch een oppervlakkige, zelfs pijnlijke beschadiging van het oog gebeuren. Deze beschadiging is echter tijdelijk en geneest spontaan. De pijn kan ondertussen verholpen worden met aangepaste oogzalf.

Ernstige overgevoeligheid aan geneesmiddelen

Komt zelden tot uiterst zelden voor na een verdoving (1 op de 10.000 tot 1 op de 100.000), zowel bij algemene als regionale anesthesie.

Een allergische reactie zal onmiddellijk opgemerkt en behandeld worden. In heel zeldzame gevallen kan deze reactie zo uitgesproken zijn dat ze tot de dood kan leiden, zelfs bij gezonde mensen. Daarom is het belangrijk dat u de anesthesist alles vertelt over mogelijke overgevoeligheden bij uzelf of uw familie.

Kracht- en/of gevoelsverlies

Komt zelden tot uiterst zelden voor na een verdoving (1 op de 10.000 tot 1 op de 100.000), zowel bij algemene als regionale anesthesie.

Dit kan veroorzaakt worden door een zenuwbeschadiging met een naald of een bloeduitstorting in het geval van een regionale anesthesie, of door druk op een zenuw tijdens een operatie onder algemene anesthesie. De meeste zenuwbeschadigingen zijn tijdelijk en genezen, weliswaar heel traag, vanzelf.

Overlijden

Komt zelden tot uiterst zelden voor na een verdoving (1 op de 10.000 tot 1 op de 100.000), zowel bij algemene als regionale anesthesie.

Een overlijden ten gevolge van een anesthesie is extreem zeldzaam en wordt bijna altijd veroorzaakt door een samenloop van meerdere verwikkelingen die tegelijkertijd voorkomen.

Laatste aanpassing: 28 februari 2020