Aangeboren stoornissen van de glycosylatie (CDG)

Congenitale defecten in de glycosylering
Stofwisselingsziekte waarbij een aangeboren stoornis in de koppeling van suikers aan eiwitten (glycosylatie) uiteenlopende stoornissen veroorzaakt in verschillende organen.

Afspraken

Afspraken

Kindergeneeskunde

Afspraken

Centrum metabole ziekten

Stoornis in glycosylatie

Glycosylatie is het proces in de cellen waarbij suikerketens (glycanen) op de nieuw aangemaakte eiwitten (proteïnen) worden aangebracht. Hierdoor ontstaat glycoproteïne.

Na deze koppeling kunnen deze eiwitten hun functie vervullen. Zonder deze toegevoegde suikers zijn de eiwitten minder functioneel.

CDG proteine

De normale opbouw van suikerketens verloopt stapsgewijs. Bij elke stap wordt een nieuwe suiker aan de groeiende keten toegevoegd. De vertakte keten wordt uiteindelijk hier en daar bijgeknipt en aan het einde wordt de afgewerkte suikerketen overgeplaatst op een eiwit (proteïne).

In alle organen

Glycosylatie is een fundamenteel proces in cellen en de verschillende organen. Ongeveer de helft van de menselijke eiwitten is geglycosyleerd.

Hierdoor zullen de stoornissen in de glycosylatie (CDG's) zeer diverse organen aantasten en heel uiteenlopende ziektebeelden veroorzaken. Vaak zijn er neurologische problemen, leverziekte, stoornissen in de hormonen en bloedstolling. Afhankelijk van het type CDG kunnen quasi alle organen aangetast zijn.

Subtypes

Afhankelijk van in welk stapje van de glycosylering er een probleem optreedt, ontstaat er een nieuw type CDG.

Bij een deel van de patiënten is het onderliggende CDG-subtype niet volledig opgehelderd.

Tot nu toe zijn er meer dan 800 patiënten met PMM2-CDG (ook gekend als CDG-Ia) bekend wereldwijd, dit is de grootste subgroep binnen de grote groep van CDG-patiënten. Van de andere subtypes zijn veel minder patiënten bekend, bijvoorbeeld slechts 30 patiënten van het best behandelbare CDG-type: MPI-CDG, vroeger CDG-Ib.

Symptomen

De verstoorde glycosylering van eiwitten veroorzaakt ernstige ziekteverschijnselen in het hele lichaam.

Vaak voorkomende kenmerken van CDG zijn:

  • Achterstand in motorische en mentale ontwikkeling
  • Spierhypotonie (slapheid)
  • Opvallend uiterlijk (o.a. ingetrokken tepels)
  • Stollingsstoornissen

Andere klachten wisselen van patiënt tot patiënt (zelfs binnen eenzelfde type CDG). Ook de ernst van de ziekte varieert per patiënt.

PMM2-CDG

De belangrijkste kenmerken van PMM2-CDG zijn:

  • Ontwikkelingsvertraging
  • Verlaagde spierkracht
  • Pendelende oogbewegingen
  • Afwijkingen aan de kleine hersenen
  • Er zijn ook fysieke kenmerken zoals:
    • Grote oren
    • Ingetrokken tepels
    • Abnormale vetverdeling aan de billen
  • Frequente orgaanafwijkingen zijn:
    • Gastro-intestinaal: diarree en constipatie
    • Leverziekte: gestegen levertesten
    • Hormoonafwijkingen: o.a. lage bloedsuikers, schilklierproblemen
    • Stollingsafwijkingen.

Ernstig aangetaste patiënten kunnen overlijden door hartziekte of infecties op jonge leeftijd.

Behandeling

Voor sommige types van CDG is er een gerichte therapie. Bij voorbeeld voor MPI-CDG kunnen er specifieke voedingssupplementen gegeven worden (therapie met mannose). Heel uitzonderlijk komen CDG patiënten in aanmerking voor levertransplantatie.

De skeletale afwijkingen, hormonale problemen, stollingsproblemen en ontwikkelingsproblemen van personen met CDG worden in nauw overleg met de orgaanspecialisten opgevolgd.

Opvolging en begeleiding

De opvolging gebeurt door het multidisciplinaire metabole team, dat bestaat uit metabole kinderartsen, metabole artsen voor volwassenen en ervaren (para)medische zorgverleners. Dit team begeleidt zowel kinderen als volwassenen en blijft grotendeels hetzelfde doorheen de verschillende levensfasen. Zo is de continuïteit van zorg gegarandeerd en blijven kennis, ervaring en vertrouwde gezichten behouden, ook wanneer een patiënt ouder wordt. Het zorgplan wordt afgestemd op de persoonlijke noden van de patiënt en regelmatig samen met het team geëvalueerd.

Lees meer over 'Onderweg: transitie binnen kindergeneeskunde'

Onderzoeken en diagnose

Bij (vermoeden van) deze aandoening voeren we een of meerdere onderzoeken uit.

Klinisch studies

Studies over CDG verlopen via Pediatrische Clinical Research Unit (Petit CRU). Bekijk de lopende klinische studies.

Specialisten

Steun ons onderzoek

Europees Referentienetwerk voor zeldzame erfelijke stofwisselingsziekten (MetabERN)

UZ Leuven maakt deel uit van van het Europees Referentienetwerk voor zeldzame erfelijke stofwisselingsziekten (MetabERN). Via dit netwerk wordt informatie over aandoeningen, diagnoses en mogelijke (nieuwe) behandelingen gedeeld om zo de kennis ervan te vergroten.

Lees meer over deze ERN's
Laatste aanpassing: 22 april 2026