Diabetes en sport

Een actieve levensstijl is voor iedereen gezond.  Een half uur lichaamsbeweging per dag zorgt al voor een betere lichamelijke en geestelijke conditie. 

 

Algemene voordelen

  • Lichaamsbeweging  vormt een ondersteuning van het dieet.
  • Risicofactoren voor hart- en vaatziekten kunnen op die manier in gunstige zin veranderen.
  • De bloeddruk alsook de cholesterol- en vettenconcentraties in het bloed dalen na een periode van sportactiviteiten.
  • Mogelijk zal dit het risico op het optreden of verslechteren van complicaties op lange termijn doen afnemen.
  • Sport is ook een manier om uw sociale contacten te verbeteren of uit te breiden.
  • Met vrienden gezellig wandelen of in clubverband tennissen of fietsen, maakt het sporten nog aantrekkelijker dan het al is.
  • Bovendien voelt u zich door regelmatig actief te zijn, fit en ontspannen waardoor u zich beter voelt.

Voor mensen met diabetes is lichaamsbeweging extra belangrijk.

Beweging zorgt voor:

  • Lagere bloedsuikerwaardes (minder glucose in het bloed);
  • Betere werking van de insuline;
  • Stimulatie van de bloedsomloop: dit kan late diabetesklachten helpen voorkomen.

Lichaambeweging hoeft geen topsport te zijn. Ontspannen wandelen, fietsen, zwemmen of iets dergelijks is ook prima. Als er maar regelmaat in zit. Het is beter om iedere dag een half uur te bewegen dan een keer per week twee uur achter elkaar.  Als u regelmatig beweegt, hebt u waarschijnlijk zelfs minder insuline nodig om uw lichaam goed te laten functioneren.


Principe

Als u beweegt of sport, gaan de spieren harder werken. Daarvoor hebben die spieren extra brandstof nodig in de vorm van glucose (suiker).   De spieren halen die glucose uit het bloed.  Voor het opnemen van glucose in de spieren is insuline nodig.   Dat heeft natuurlijk gevolgen voor de bloedsuiker.  Indien de spieren veel brandstof (dus ook suiker) nodig hebben, bestaat de kans op te lage bloedsuikerwaarden.  De lever zorgt voor aanvulling van de bloedsuiker door zijn suikervoorraad aan te spreken. Wanneer de aanvulling vanuit de lever gelijkloopt met de opname door de spieren, blijft de bloedsuiker constant.
Bij mensen die geen diabetes hebben  gebeurt dit  vanzelf door een samenspel van verschillende hormonen, waaronder ook insuline.
Bij mensen die diabetes hebben: van zodra de insuline ingespoten is, kan het gehalte aan insuline in het lichaam niet meer aangepast worden aan een veranderende fysiologische behoefte (zoals sport). Met andere woorden, de automatische insulinedaling in het lichaam vindt niet plaats.  Het suikergehalte in het bloed wordt voornamelijk bepaald door wat men vooraf eet en de hoeveelheid insuline die men ingespoten heeft.

Als u diabetes hebt, moet u zelf leren om de bloedglucosewaarde op peil te houden, rekening houdend  met volgende factoren:

  • Duur en intensiteit van de sport
  • Bloedglucosewaarde;
  • Hoeveelheid beschikbare insuline;
  • Behoefte aan extra koolhydraten in de voeding

Sport vervangt insuline niet!

Bij een type 1 diabetes is er geen insuline-produktie aanwezig.  Is een type 1 patiënt slecht geregeld  (glycemie >250mg/dl) voor de aanvang van een sportieve prestatie, zal deze inspanning een verdere stijging van de glycemie met toename van ketose veroorzaken.  Dit komt omdat tijdens de inspanning bloedsuiker wordt vrijgemaakt uit de lever, zodat de waarden blijven oplopen. Men moet dus eerst voldoende insuline inspuiten alvorens te kunnen starten met de sportieve inspanning.

Risicofactoren

Teveel insuline

Hierbij bestaat er een gevaar voor een “hypo”. Dit wordt veroorzaakt door onvoldoende vermindering van de toegediende insuline en/of onvoldoende supplement aan koolhydraten.  Daarbij komt nog dat de huid tijdens de inspanning beter doorbloed wordt. De geïnjecteerde insuline kan hierdoor sneller in het bloed komen. Het risico op een te laag bloedsuikergehalte is daardoor groter.  Om een hypoglycemie te vermijden, zal de insuline- of tablettendosis verminderd moeten worden en/of zullen er extra koolhydraten gegeten moeten worden. Hoeveel minder insuline of tabletten en hoeveel meer eten, is moeilijk aan te geven.  Het type sport, de duur en de intensiteit spelen een belangrijke rol hierbij. Bespreek deze problematiek vooraf uitvoerig met de arts die ubehandelt.


Te weinig insuline

Er bestaat een gevaar voor ernstige ontregeling (sterke hyperglycemie en ketosis). Indien vóór het sporten het bloedsuikergehalte te hoog(> 300mg/dl) is en er ketonen (dat zijn afvalprodukten van de vetafbraak) in de urine aanwezig zijn, is sportbeoefening af te raden. Het gevolg van sporten met een te hoog bloedsuikergehalte is, dat dit alleen nog verder stijgt. De lever wordt bij inspanning extra geprikkeld om glucose aan het bloed af te geven. Bovendien kan glucose door het insulinegebrek niet binnen in de spieren. De sportprestatie wordt door dit alles nadelig beïnvloed. Het bloedsuikergehalte dient daarom eerst tot normale waarden teruggebracht te worden alvorens men mag sporten!


Welke sport kies ik?

Voor iedere diabetespatiënt is er wel een geschikte sport of bewegingsvorm te vinden. Belangrijk is, dat u een sport of bewegingsvorm kiest die u leuk vindt en die past bij uw mogelijkheden.

Geschikte sportvormen

 De zogenaamde duursporten zoals lopen, wandelen, fietsen, zwemmen, schaatsen, enz.  Dit zijn sporten waarbij de intensiteit goed doseerbaar is en die vele positieve effecten op de gezondheid hebben.

Minder geschikte sportvormen en/of zelfs af te raden

Dit zijn sporten die in geval van een hypoglycemie kunnen leiden tot levensgevaarlijke situaties voor uzelf of voor anderen.  Te vermelden zijn:

  • Parachutespringen
  • Zweefvliegen,
  • Diepzeeduiken,
  • Bergbeklimmen,
  • Auto- en motorracen
  • Alleen op zee surfen.

Overleg met uw behandelend arts/diabeteseducator .  Hij of zij kan u tevens vertellen hoe voeding, insuline en tabletten het best aan de sportbeoefening aangepast kunnen worden.

Verschil tussen aërobe en anaërobe sportactiviteiten

Elke vorm van bewegen kost “brandstof”. De mens heeft drie soorten brandstof: koolhydraten (suikers), vetten en eiwitten, die tijdens verschillende verbrandingsprocessen kunnen worden gebruikt. Dit verbranden kan zowel met, als zonder zuurstof plaatsvinden. Welk verbrandingssysteem gebruikt wordt, hangt af van de intensiteit van bewegen!

Aërobe verbranding

  • Brandstof verbranden met zuurstof;
  • Verbranding van koolhydraten en/of vetten;
  • Afhankelijk van de hoeveelheid beschikbare zuurstof.

Deze vorm van verbranding is glycemie-verlagend.

Anaërobe verbranding

  • Brandstof verbranden zonder zuurstof;
  • Leidt tot het produceren van lactaat (melkzuur)

Deze vorm van verbranding is glycemie-verhogend.


Tips

  • Kies een sport die u graag doet.
  • Bouw traag op!
  • In clubverband of met enkele mensen samen sporten  werkt stimulerend!
  • Pas uw dosis insuline aan.
  • Doe regelmatig aan zelfcontrole tijdens het sporten, zeker in de beginfase!  Doe dit zowel voor, tijdens als na het sporten.
  • Begin niet met sporten als de bloedglucosewaarde te laag of te hoog is.
  • Zorg voor voldoende koolhydraten, zeker bij langdurige inspanningen. 
  • Breng uw teamgenoten op de hoogte.  Zo weten ze wat te doen als u een hypo krijgt.
  • Als u alleen gaat sporten, draag een diabetesidentificatie bij u.
  • Voorzie druivensuiker/snelle suikers om hypo’s op te vangen.