Anatomie van de wervelkolom

Anatomie van de wervelkolom

De wervelkolom is opgebouwd uit afzonderlijke wervels. Zo zijn er van boven naar onder zeven halswervels, twaalf thoracale wervels en vijf lendenwervels. Onder de onderste lendenwervel bevindt zich het heiligbeen, waarvan het staartbeen het laagste gedeelte is.

wervelkolom stukken

Cervicale wervelkolom

De halswervelkolom is opgebouwd uit zeven wervels, de cervicale wervels. Elke wervel wordt benoemd met de letter C en het nummer van de wervel (C1-C7). De halswervelkolom staat in voor de ondersteuning en beweeglijkheid van het hoofd en is hiermee het meest beweeglijke deel van de wervelkolom.
De eerste halswervel, C1, wordt ook ‘Atlas’ genoemd en vormt de verbinding tussen de wervelkolom en het hoofd en draagt als het ware het hoofd op de wervelkolom.
De tweede halswervel, C2, wordt ook ‘axis’ genoemd. Dit is een grote halswervel, die een verticaal uitsteeksel heeft dat eruit ziet als een tand en dan ook ‘dens axis’ genoemd wordt. Deze dens axis zorgt via zijn verbinding met C1 dat het hoofd kan draaien.

Deze twee wervels zijn uniek qua bouw en verschillen hierin van de andere wervels van de wervelkolom.

Atlas

Thoracale wervelkolom

De borstkas wordt geschraagd door twaalf wervels, de thoracale wervels (T1 – T12). Elk van deze wervels is verbonden met twee ribben en vormt zo een beschermende kooi voor de organen in de borstkas. Omwille van deze functie is dit gedeelte van de wervelkolom minder beweeglijk.
De lumbale wervelkolom
De lage rug heeft vijf wervels, de lumbale wervels (L1-L5). Dit zijn de grootste wervels van de wervelkolom en zij dragen het gewicht van de ganse wervelkolom. Hierdoor zijn deze wervels gevoelig aan slijtage en liggen ze vaak aan de oorsprong lage rugpijn. Vooral de onderste tussenwervelniveaus zijn erg mobiel om te kunnen buigen en achteroverleunen.

Sacrale wervelkolom

Het heiligbeen bestaat uit vijf wervels, de sacrale wervels (S1-S5). Deze wervels zijn vergroeid en vormen samen het heiligbeen. Het heiligbeen is een onderdeel van het bekken.

Staartbeentje of coccyx

Het staartbeentje is het uiteinde van de wervelkolom en heeft geen echte functie.

Opbouw van een wervel

Met uitzondering van de atlas en axis hebben de wervels een uniforme structuur bestaande uit een wervellichaam en een wervelboog. De wervelboog heeft 2 dwarsuitsteeksels, 4 gewrichtsoppervlakken voor contact met de aanliggende wervels en 1 doornuitsteeksel.

De wervelboog omsluit samen met het wervellichaam een cirkelvormige opening. Als alle wervels op elkaar gestapeld zijn, ontstaat hierdoor een kanaal, het wervelkanaal. In dit wervelkanaal verloopt in de cervicale, thoracale en hooglumbale wervelkolom het ruggenmerg. Dit ruggenmerg is een rechtstreekse verderzetting van de hersenstam en bevat alle zenuwsbanen die motorische en sensibele informatie van en naar de romp en de ledematen brengen.. Op elk wervelniveau treedt net onder de wervelboog aan weerszijden één zenuwwortel naar buiten. Deze zenuwwortel ontspringt aan het ruggenmerg.

Op het niveau van de lage lumbale wervelkolom bevindt zich in dit kanaal de zogenaamde paardenstaart (in de anatomie aangeduid met de Latijnse benaming cauda equina), bestaande uit zenuwwortels die vanuit het ruggenmerg naar omlaag lopen.

Tussen de wervels bevinden zich tussenwervelschijven, die als schokdemper en gewricht dienen. De tussenwervelschijven bestaan uit een stevig omhulsel, de annulus fibrosus, en een zachte kern, de nucleus pulposus.

Opbouw van een wervel