Regionale anesthesie - Soorten perifere blocks

Schouder

Interscalenusblock

De meeste ingrepen aan de schouder en aan de bovenarm doen ontzettend veel pijn na de operatie. Om deze reden wordt er vaak een interscalenusblock geplaatst.

Het interscalenusblock wordt geprikt voor u in slaap wordt gedaan. Het prikken van dit interscalenusblock neemt in totaal ongeveer 15 minuten in beslag. Men prikt het block in de voorbereidingsruimte en het kan zijn dat u een tijd moet wachten voor de operatie start.

In de hals zal men de correcte plaats opzoeken waar de anesthesist zal prikken. Na ontsmetting en lokale verdoving van de huid zoekt men de zenuwen op die de schouder en de arm bezenuwen. Dit gebeurt met een naald, die u zal voelen bewegen onder de huid. Dit is meestal niet pijnlijk. Men spoort de zenuwen op met elektrische schokjes waardoor de arm of schouder beweegt. Dit is op zich niet pijnlijk maar kan een onaangenaam gevoel veroorzaken. Na het inspuiten van de verdovingsproducten zal men in de nabijheid van de zenuwen een buisje achterlaten. Langs dit buisje kunnen we dan verdovingsproducten met behulp van een pijnpomp toedienen.

Zoals elke techniek kunnen ook bij deze techniek een aantal complicaties voorkomen: infectie ter hoogte van de punctieplaats, zenuwbeschadiging door de naald, allergie op de ontsmetting- of verdovingsproducten, inspuiten van het verdovingsproduct in de bloedbaan met een toxische reactie tot gevolg, tijdelijke kortademigheid, tijdelijk afhangen ooglid, tijdelijke heesheid, enzovoort. De anesthesiemedewerker kan, wanneer u dit wenst, hier meer uitleg over geven.

Na het plaatsen van dit interscalenusblock zal de anesthesist starten met de algemene anesthesie.

Hand of arm

Axillair block

Ter hoogte van de oksel zoekt men de zenuwen op met een echografie. Men spuit een lokaal anestheticum in en laat eventueel een katheter (dit is een dun buisje) achter in de nabijheid van de zenuwen. Op deze katheter kan later een pijnpomp geplaatst worden

Deze techniek kan gebruikt worden voor ingrepen ter hoogte van de hand en de voorarm

Been

Femoralisblock

De zenuwen die het been bezenuwen worden in de lies opgespoord met een echografie. Deze techniek kan gebruikt worden voor verdoving na ingrepen van de knie. Men zal dan ook een pijnpomp installeren na de ingreep.

Ofwel wordt alleen deze techniek uitgevoerd, ofwel, zoals na een totale knieprothese, wordt deze techniek uitgevoerd in combinatie met een ischiadicusblock, waarbij men een zenuw opspoort in de bil.

Ischiadicusblock

De zenuwen die het been bezenuwen worden in de bil opgespoord met een echografie. Deze techniek kan gebruikt worden voor verdoving na ingrepen van de knie. Men zal dan ook een pijnpomp installeren na de ingreep.

Ofwel wordt alleen deze techniek uitgevoerd, ofwel, zoals na een totale knieprothese, wordt deze techniek uitgevoerd in combinatie met een femoralisblock, waarbij men een zenuw opspoort in de bil.

Voet

Popliteaal block

Bepaalde ingrepen aan de voorvoet (correcties ter hoogte van de tenen) kunnen gebeuren met een popliteaal block. De zenuwen die de voet bezenuwen worden in de kniekuil opgespoord met een echografie.

Enkelblock

Bepaalde ingrepen aan de voorvoet (correcties ter hoogte van de tenen) kunnen gebeuren met een enkelblock. De zenuwen, die de voet bezenuwen, worden ter hoogte van de voet geïnfiltreerd met lokaal anesthetica.

Laatste aanpassing: 15 februari 2021