Psychische gezondheid bij het 22q11.2 deletiesyndroom

Mensen met het 22q11.2 deletiesyndroom (22q11.2 DS, velocardiofaciaal syndroom) hebben een verhoogde kans op psychische aandoeningen, zoals angst, depressie en schizofrenie. Niet iedereen ontwikkelt deze aandoeningen. Een goede ondersteuning en het tijdig herkennen van signalen kunnen helpen om de psychische gezondheid te beschermen.
  • Dit is geen volledige handleiding voor de behandeling van psychische aandoeningen. 

    Voor advies dat is afgestemd op je persoonlijke situatie, kan je contact opnemen met je zorgverleners.

Welke psychische aandoeningen kunnen voorkomen?

De meest voorkomende psychische aandoeningen bij mensen met het 22q11.2 deletiesyndroom zijn angststoornissen en depressie. Ook andere aandoeningen kunnen voorkomen:

  • Angststoornissen: intense angst of bezorgdheid die verder gaat dan gewone spanning. Voorbeelden zijn specifieke fobieën en paniekstoornissen.
  • Stemmingsstoornissen: aandoeningen die de stemming gedurende langere tijd beïnvloeden, zoals depressie en een bipolaire stoornis.
  • Psychosespectrumstoornissen: aandoeningen waarbij iemand het contact met de werkelijkheid gedeeltelijk kan verliezen, zoals schizofrenie en de schizoaffectieve stoornis.
  • Obsessieve-compulsieve stoornis (OCD): terugkerende, ongewenste gedachten en dwanghandelingen die iemand uitvoert om angst of spanning te verminderen.

Niet iedereen met het 22q11.2 deletiesyndroom krijgt een psychische aandoening. 

De aard en ernst van eventuele klachten verschillen van persoon tot persoon.

Psychische aandoeningen ontstaan vaak vanaf de late tienerjaren tot het begin van de dertig. Daarom is het belangrijk om de psychische gezondheid van kinderen, jongeren en jongvolwassenen met het syndroom regelmatig op te volgen.

Hoe groot is de kans op psychische aandoeningen?

Mensen met het 22q11.2deletiesyndroom hebben een grotere kans op psychische aandoeningen dan mensen zonder het syndroom. Hoe groot die kans precies is, is moeilijk in te schatten.

Voor schizofrenie zijn wel cijfers bekend:

  • Ongeveer 25% (1 op de 4) van de mensen met het 22q11.2 deletiesyndroom ontwikkelt schizofrenie. Ter vergelijking: bij de algemene bevolking is dat ongeveer 1%.
  • Dat betekent ook dat 75% (3 op de 4) geen schizofrenie ontwikkelt.

Hoe ontstaan psychische aandoeningen?

Psychische aandoeningen hebben meestal niet één duidelijke oorzaak. Ze ontstaan door een samenspel van factoren. 

Genetische kwetsbaarheid

Iedereen heeft een bepaalde genetische aanleg voor psychische aandoeningen. Bij mensen met het 22q11.2 deletiesyndroom speelt het ontbrekende stukje op chromosoom 22 een belangrijke rol in die kwetsbaarheid. Dat betekent niet dat iemand met het syndroom automatisch psychische aandoeningen ontwikkelt. Andere genetische factoren en levenservaringen spelen ook een rol.

Invloed van de omgeving

Stressvolle gebeurtenissen en langdurige stress kunnen bijdragen aan het ontstaan van psychische aandoeningen. Ook het gebruik van bepaalde drugs, zoals cannabis, kan het risico verhogen.

Mensen met het 22q11.2 deletiesyndroom kunnen te maken krijgen met specifieke stressfactoren, zoals:

  • Veelvuldige medische afspraken of ziekenhuisopnames
  • Moeilijkheden of stress op school
  • Gepest worden
  • Zich anders voelen dan leeftijdsgenoten of broers en zussen
  • Moeite hebben om vrienden te maken

Het is niet de schuld van de persoon zelf of van zijn omgeving wanneer iemand een psychische aandoening ontwikkelt.

In beeld: de 'pot' met psychische aandoeningen

Hoe kan je de psychische veerkracht versterken?

Aan genetische aanleg kan niets worden veranderd, maar sommige omgevingsfactoren zijn beïnvloedbaar. Zo kan je de psychische gezondheid beschermen en de veerkracht versterken. Het is belangrijk om samen te ontdekken wat voor de persoon en het gezin het beste werkt.

Gezonde gewoontes

  • Regelmatig bewegen
  • Gezond en evenwichtig eten, met regelmatige maaltijden
  • Voldoende en regelmatige slaap
  • Contact onderhouden met mensen die steun en vertrouwen bieden
  • Stress proberen te verminderen
  • Geen drugs gebruiken
  • Ontspannende activiteiten (wandelen, muziek luisteren, lezen, creatieve activiteiten, ademhalingsoefeningen, tijd doorbrengen met een huisdier ...) 

Specifieke aandachtspunten bij het 22q11.2 deletiesyndroom

  • Zorg voor structuur: een duidelijke dagindeling kan houvast bieden. Gebruik bijvoorbeeld een dagschema of weekkalender.
  • Communiceer duidelijk en concreet : gebruik eenvoudige taal en geef informatie stap voor stap. Probeer zo veel mogelijk bij concrete situaties in het hier en nu te blijven.
  • Besteed aandacht aan ontspanning en beweging: wandelen, ontspanningsoefeningen en andere vormen van lichaamsbeweging kunnen bijdragen aan het algemeen welzijn.
  • Help om negatieve gedachten te doorbreken: het kan helpen om samen te bespreken wat er tijdens de dag gebeurd is, met aandacht voor zowel positieve als negatieve ervaringen.

In beeld: psychische veerkracht versterken

Hoe herken je beginnende psychische aandoeningen?

Psychische aandoeningen kunnen zich geleidelijk ontwikkelen. Familieleden, vrienden of leerkrachten merken soms als eersten veranderingen op. Let vooral op veranderingen in het gedrag, de stemming of het dagelijks functioneren.

  • Voortdurend piekeren of negatieve gedachten hebben
  • Slaapproblemen of veranderingen in de eetlust
  • Lichamelijke klachten, zoals buikpijn of hoofdpijn
  • Paniekgevoelens, bijvoorbeeld hartkloppingen of ademhalingsmoeilijkheden
  • Concentratieproblemen
  • Situaties vermijden, zoals school of werk
  • Prikkelbaarheid
  • Verminderde schoolprestaties
  • Minder interesse of plezier in activiteiten die vroeger leuk waren
  • Sterke stemmingswisselingen of heftige emoties
  • Zich afgesloten voelen van anderen
  • Veranderingen in slaap of eetlust
  • Weinig energie
  • Concentratieproblemen
  • Zich terugtrekken en meer tijd alleen doorbrengen
  • Minder goed functioneren op school, op het werk of thuis
  • Gevoeliger worden voor geluiden, geuren of aanrakingen
  • Onlogisch of verward denken
  • Moeite hebben om onderscheid te maken tussen wat echt is en wat niet
  • Ongewone achterdocht of nervositeit
  • Ongewoon gedrag
  • Minder aandacht besteden aan persoonlijke hygiëne of zelfzorg

Deze signalen betekenen niet automatisch dat iemand een psychische aandoening ontwikkelt. 

Merk je plotselinge gedragsveranderingen op? Of maak je je zorgen over hoe vaak of hoe ernstig bepaalde klachten voorkomen? Neem dan contact op met een zorgverlener, zoals de huisarts, psycholoog of psychiater. Vroegtijdige herkenning en behandeling kunnen de vooruitzichten op langere termijn verbeteren.

Welke behandelingen zijn mogelijk?

Ook mensen met het 22q11.2 deletiesyndroom kunnen herstellen van psychische aandoeningen. 

De behandelingsmogelijkheden zijn momenteel vergelijkbaar met die voor mensen zonder het syndroom. Een professional in de geestelijke gezondheidszorg stelt samen met de persoon en zijn familie een behandelplan op maat op.

Mogelijke behandelingen zijn:

  • Psycho-educatie: informatie en begeleiding om psychische aandoeningen beter te begrijpen
  • Psychotherapie: verschillende vormen van gesprekstherapie, waaronder cognitieve gedragstherapie
  • Medicatie: bij ernstige psychische aandoeningen kunnen geneesmiddelen, zoals bepaalde psychofarmaca, overwogen worden
  • EMDR-therapie: een mogelijke behandeling voor traumatische ervaringen, zoals pesten of ongewenste seksuele contacten
  • Ziekenhuisopname: wanneer intensievere zorg nodig is

Een behandeling bestaat vaak uit een combinatie van therapie en medicatie.

Bij psychotherapie is het aangewezen om waar mogelijk een therapeut te betrekken die ervaring heeft met mensen met een zwakkere begaafdheid of lichte verstandelijke beperking.
 

Waar kan je terecht voor hulp?

Bij bezorgdheden over de psychische gezondheid kan je terecht bij je huisarts, psycholoog of psychiater.

Afhankelijk van de leeftijd en ondersteuningsbehoefte zijn verschillende vormen van begeleiding mogelijk:

Dringende hulp bij acute psychische nood

  • Neem contact op met je huisarts.
  • Voor een luisterend oor kan je terecht bij Tele-Onthaal, via 106 of www.tele-onthaal.be.
  • Neem bij zelfmoordgedachten contact op met de Zelfmoordlijn via 1813 of www.zelfmoord1813.be.
  • Bel bij dringende of levensbedreigende situaties onmiddellijk 112.

Meer informatie

Laatste aanpassing: 27 oktober 2026