Natieve nierbiopsie

Bij een nierbiopsie worden onder lokale verdoving één of twee stukjes nierweefsel weggenomen met een holle naald. De exacte punctieplaats wordt door de radioloog bepaald door middel van een echografie. De stukjes weefsel worden nadien naar het labo gestuurd voor onderzoek onder de microscoop.

Waarom stellen we een nierbiopsie voor?

Nierbiopsie detail
Nierweefsel onder de microscoop

Wanneer urine- en/of bloedonderzoek wijzen op een nierprobleem, kan de arts voorstellen een (natieve) nierbiopsie uit te voeren. 

De arts neemt dan met een biopsienaald een stukje nierweefsel weg van een eigen nier (natief, d.w.z. geen getransplanteerde nier), waarop verder onderzoek kan gebeuren in het labo. Dit onderzoek helpt om de oorzaak van een nierziekte op te sporen en ondersteunt de arts bij het bepalen van de geschikte behandeling.

Voorbereiding op de biopsie 

  • Op de raadpleging overloopt de arts samen met jou welke medicatie je neemt, om na te gaan of er bloedverdunnende geneesmiddelen bij zijn. Als je bloedverdunners neemt, zal de arts met je bespreken of en hoelang op voorhand je met deze medicatie moet stoppen. Als je op de dag van het onderzoek toch nog een bloedverdunner gebruikt, moet je dit vóór de biopsie melden. Het is mogelijk dat de biopsie dan moet worden uitgesteld.
  • Ben je allergisch voor bepaalde stoffen, bijvoorbeeld voor bepaalde geneesmiddelen of voor latex, vertel dit dan vooraf aan je arts en ook bij de opname zelf.
  • Ook als je zwanger bent, meld je dit aan de arts. Tijdens een zwangerschap wordt slechts uitzonderlijk een nierbiopsie uitgevoerd.
  • Voor een nierbiopsie moet je bloeddruk goed onder controle zijn. Dit wordt nagekeken op de consultatie en bij opname.
  • Om te beoordelen of een nierbiopsie vlot kan worden uitgevoerd, zal er soms een echografie gebeuren voor de opname.
De nieren in het lichaam - vooraanzicht
De nieren in het lichaam - vooraanzicht

Verloop van de opname

Voor het uitvoeren van de nierbiopsie word je opgenomen op onze hospitalisatieafdeling (hospitalisatie 25). Je moet één nacht in het ziekenhuis blijven. 

Dag van de opname

  • Je mag thuis ontbijten.
  • Je neemt al je medicatie in zoals gewoonlijk, behalve bloedverdunnende medicatie (als je die neemt), zoals afgesproken met je arts. Breng je thuismedicatie voor twee dagen mee naar het ziekenhuis.
  • Je wordt ’s ochtends rond 8 uur op de afdeling verwacht. De biopsie zal diezelfde dag plaatsvinden.
  • Er wordt een bloedstaal afgenomen en een 24-uursurinecollectie opgestart.
  • Een van onze artsen informeert je over de mogelijkheid om deel te nemen aan een studie (Leuven Renal Research Biobank). Als je daarmee akkoord gaat, zal er een extra bloedafname gebeuren en wordt er bij de biopsie een stukje van het nierweefsel bewaard voor wetenschappelijk onderzoek.
  • Je bloeddruk wordt gecontroleerd. Indien nodig krijg je bloeddrukverlagende medicatie.
  • Je krijgt een operatiehemd.

Uitvoering van de biopsie

  • De biopsie wordt uitgevoerd op de afdeling radiologie.
  • Voor de biopsie ga je op je buik liggen. De radioloog bepaalt de punctieplaats door middel van een echografie en markeert deze plaats op de huid.
  • Je huid wordt ontsmet en je wordt lokaal verdoofd. De verdoving kan een branderig gevoel geven.
  • Omdat de nieren bij de ademhaling en het praten heen en weer bewegen, zal de arts je tijdens de punctie vragen om even je adem in te houden.
  • De arts maakt een kleine incisie in de huid waarlangs de punctienaald tot aan de nier wordt gebracht. Op het moment dat de naald het nierkapsel (de buitenste laag van de nier) raakt, kan je een korte prik voelen.
  • Wanneer de biopsie wordt genomen, hoor je een klik. Dat is het moment waarop de naald in de nier wordt geduwd. Tijdens het onderzoek zal de arts meestal twee keer in de nier prikken en een stukje weefsel wegnemen.
Nierbiopsie procedure

Na de biopsie

  • Je moet gedurende vier uur op je rug blijven liggen, met een zandzak en een buikband op de punctieplaats.
  • Je bloeddruk, pols, temperatuur, pijnintensiteit en de punctieplaats worden de eerste vier uur na de biopsie elk uur gecontroleerd. Nadien gebeurt deze controle om de vier uur.  
  • Na vier uur zal er een echografie gebeuren om te controleren of er geen bloeding is opgetreden.
    • Als de controle-echografie geen verwikkelingen toont, mag je vanaf dan opstaan, maar enkel om te eten of naar het toilet te gaan. Dat noemen we relatieve bedrust. De buikband blijft aan tot de volgende ochtend.
    • Indien nodig zal ook daags nadien nog een controle-echografie gebeuren. 

Mogelijke verwikkelingen en risico’s 

Het belangrijkste risico na een nierbiopsie is een bloeding. De kans op een bloeding is het hoogst onmiddellijk na de punctie. Meestal kan de bloeding gestopt worden met lokale druk en een langere bedrust. Verwittig de verpleegkundige onmiddellijk als je pijn of ongemak ervaart, zodat een bloeding snel opgespoord kan worden. 

In zeldzame gevallen is de bloeding ernstiger en is een katheterisatie nodig. Daarbij brengt de radioloog via de lies een voerdraad in tot aan het bloedvat van de nier dat verantwoordelijk is voor de bloeding. Op die manier kan de arts een katheter inbrengen en een bloedstelpend middel inspuiten om de bloeding te stoppen. 

Soms is er ook bloed in de urine te zien. Je urine kleurt dan rood of rozig. In de meeste gevallen verdwijnt dit spontaan.

 

Ontslag uit het ziekenhuis

Meestal kan je het ziekenhuis de dag na de ingreep verlaten, op voorwaarde dat er geen bloeding is opgetreden en er geen bijkomende onderzoeken gepland zijn.

Opgelet: op de dag van ontslag mag je niet zelf autorijden. 

Als je nierfunctie ernstig of zeer snel verminderd is, moet je soms in het ziekenhuis blijven tot het resultaat van het onderzoek gekend is, zodat we zo snel mogelijk de juiste behandeling kunnen opstarten.  

Bespreek met de arts hoelang na de biopsie je geen zware fysieke inspanningen mag leveren of zware gewichten mag heffen.

 

Resultaten

De resultaten van de biopsie zijn enkele dagen na het onderzoek gekend. Er wordt een controleafspraak ingepland om de bevindingen te bespreken. 

Alarmsymptomen

Als één van de volgende alarmsymptomen optreedt na je ontslag, aarzel dan niet om met ons contact op te nemen:

  • Bloed in de urine
  • Niet meer kunnen plassen
  • Koorts
  • Toename van de pijn of zwelling op de plaats van de biopsie
  • Duizeligheid, benauwdheid, een zwak of algemeen onwel gevoel

Contact

Hospitalisatie 25
  • Hoofdverpleegkundige: Carine Breunig

  • Adjunct-hoofdverpleegkundige: Viona Luyts en Vincent Vandenbossche

  • Verpleegkundigen: +32 16 34 66 30 (24 op 24 uur beschikbaar)

Laatste aanpassing: 12 maart 2026