Botulinetoxine in de onderste ledematen bij CP cerebrale parese

Een inspuiting met botulinetoxine blokkeert de prikkeloverdracht van de zenuwen naar de overactieve spieren, waardoor die gaan ontspannen en beter gestretcht kunnen worden. Hierdoor voelt bewegen vaak gemakkelijker en comfortabeler. Het spierontspannende effect bouwt zich op tijdens de eerste maanden en neemt daarna langzaam weer af.  

De behandeling is grotendeels terugbetaald voor patiënten die in de CP-conventie opgenomen zijn.

Inspuiting met botulinetoxine

Voorbereiding

Op basis van een klinisch onderzoek en eventueel een ganganalyse wordt bepaald welke spieren behandeld worden. De arts stelt vooraf een duidelijk injectieplan op met de te behandelen spieren en de verdeling van de dosissen.

Tijdens de inspuiting

Je wordt onder een kortedurende narcose gebracht en comfortabel gepositioneerd, afhankelijk van de te behandelen spieren. De huid wordt eerst ontsmet om infecties te voorkomen.

Met een fijne naald wordt een kleine hoeveelheid botulinetoxine rechtstreeks in de geselecteerde spier(en) geïnjecteerd. Vaak worden meerdere kleine injecties per spier gegeven om het product goed te verspreiden en een optimaal effect te bekomen. De arts baseert zich hierbij op anatomische herkenningspunten en het vooraf opgestelde behandelplan. Dit wordt gecontroleerd met een echografie tijdens het injecteren. 

Na het toedienen van de botulinetoxine wordt een onderbeengips aangelegd. Dit kan tijdens de narcose gebeuren of nadien in de gipskamer. 

Na de inspuiting

Na de behandeling word je wakker in de ontwaakruimte, waar je nog even moet blijven voor observatie. In de meeste gevallen kan je dezelfde dag naar huis.

Nabehandeling

In de maanden na de inspuiting is een specifieke nabehandeling nodig. 

De eerste 3 maanden: opbouw van het effect

Tijdens de eerste drie maanden werkt botulinetoxine het sterkst en is de behandelde spier het meest ontspannen. 

  • Kinesitherapie: je doet spierversterkende oefeningen bij de kinesitherapeut. De focus ligt vooral op het versterken van de tegenwerkende spieren (antagonisten). Die krijgen meer ruimte om te functioneren nu de behandelde spier ontspant.
  • Gebruik van orthesen: je draagt de orthesen (uitwendige hulpmiddelen) zoals afgesproken met je behandelde arts. Orthesen zijn in deze eerste periode belangrijk om het stappenpatroon te ondersteunen en om de behandelde spier op lengte te houden.
  • Voeding: zorg voor een basis van voldoende energie en eiwitten. Voldoende energie- en eiwitinname is essentieel voor spierherstel. Denk hierbij vooral aan yoghurt, melk, kaas, eieren, vlees, vis of peulvruchten.

Na 3 maanden: geleidelijke terugkeer van spieractiviteit

Na ongeveer drie maanden begint het effect van de botulinetoxine langzaam af te nemen. De ingespoten spier wordt steeds actiever. Omdat het herstel van de spier traag verloopt, is het belangrijk dat de spier regelmatig wordt gestimuleerd.

  • Kinesitherapie: vanaf drie maanden verschuift de aandacht naar het opnieuw activeren en versterken van de ingespoten spier, die tijd nodig heeft om kracht en volume terug op te bouwen.
  • Gebruik van orthesen: om de behandelde spier opnieuw voldoende actief te laten zijn, kan je therapeut aanbevelen om de orthesen tijdens bepaalde momenten van de dag uit te laten, zodat de ingespoten spier voldoende gestimuleerd wordt.
  • Voeding: de komende tijd is het extra belangrijk dat je voldoende energie- en eiwitten inneemt. De spieren hebben nu brandstof en bouwstoffen nodig om opnieuw aan kracht en volume te winnen. Goede eiwitbronnen zijn onder andere yoghurt, melk, kaas, eieren, vlees, vis of peulvruchten.

Volg hierbij altijd de persoonlijke instructies van je arts, kinesitherapeut of diëtist.

Neem contact op met je arts bij:

  • onverwachte pijn of zwelling op de injectieplaats
  • veranderingen in je spierkracht of stappenpatroon die je onzeker maken
  • twijfels over het dragen van de orthesen of over de oefeningen
Laatste aanpassing: 21 mei 2026