Zwangerschapsafbreking na prenatale diagnose

Alleen na het vaststellen van een ernstige afwijking bij de baby of wanneer het nodig is omdat de gezondheid van de moeder in gevaar is, kan een zwangerschap afgebroken worden.

Redenen om een zwangerschap te stoppen

Wanneer er tijdens je zwangerschap, via testen en/of echografie, een afwijking bij je baby wordt vastgesteld, zal je gynaecoloog je hierover informeren. Dit confronteert jou en je partner vaak met medische, morele en ethische dilemma’s. 

Afhankelijk van de aandoening en jullie vragen worden extra gesprekken ingepland met een kinderspecialist en/of een geneticus (expert in erfelijkheid). Samen bekijken jullie wat de gevolgen zijn voor je baby, voor jezelf en voor de zwangerschap, en welke behandelingen mogelijk zijn. Op basis daarvan worden mogelijke trajecten voor het verdere verloop van de zwangerschap besproken. Soms is de aandoening zo ernstig dat een zwangerschapsafbreking wordt overwogen.

Na het gesprek met de arts krijg je een gesprek met een casemanager Foetale Geneeskunde. Deze persoon vangt je op na het slechte nieuws en begeleidt je bij het verwerken ervan. Samen maken jullie ruimte om naar de toekomst te kijken en bespreken jullie jullie wensen en beslissingen. Je krijgt ook de contactgegevens van de casemanager, die je vaste aanspreekpunt blijft tijdens het hele zorgtraject. 

Naast de casemanager kan je ook terecht bij andere zorgverleners, zoals een sociaal werker, psycholoog of pastor. De ondersteuning wordt zoveel mogelijk afgestemd op jouw wensen en die van je partner.

Procedure

  • De vraag naar zwangerschapsafbreking dient te worden gesteld door de ouder(s), en wordt steeds multidisciplinair besproken.
  • Tussen de vraag van de ouders en de opname dient een wettelijke bedenktijd van minimum 6 dagen gerespecteerd te worden.

De casemanager zal enkele dagen vóór de opname met het koppel een afspraak maken om het zorgtraject te overlopen en eventuele vragen of zorgen te verduidelijken.

Verloop 

Op de dag van opname komen de gynaecoloog en de casemanager bij je langs op het bevallingskwartier. Naast de vroedvrouwen en het medisch team kunnen ook andere hulpverleners langskomen om je te ondersteunen.

De sociaal werker helpt je met praktische zaken, zoals het regelen van een crematie of begrafenis. De casemanager, die je vaak al kent, overloopt de dag en beantwoordt je vragen. Als je dat wenst, kan een pastor langskomen voor een afscheidsritueel, met of zonder religieuze invulling. Heb je nood aan extra emotionele ondersteuning, dan kan je ook beroep doen op een psycholoog.

Ook na de geboorte wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met jouw wensen. Wil je je baby zien of vasthouden? Wens je een bepaald ritueel? De vroedvrouw en de arts begeleiden je hier zo goed mogelijk in. Je krijgt ook een herinneringsdoos als persoonlijk aandenken aan je baby. 

Na de bevalling blijf je minstens één nacht in het ziekenhuis. Je partner kan bij je blijven.

Als de oorzaak van de afwijking niet volledig duidelijk is, kunnen – mits jouw toestemming – aanvullende onderzoeken uitgevoerd worden bij je baby en de moederkoek om meer duidelijkheid te krijgen. 

Ook na je ontslag blijft de begeleiding doorlopen.

  • Je krijgt een afspraak bij je gynaecoloog voor een controle na 3 tot 4 weken.
  • Als er onderzoeken zijn uitgevoerd, volgt er na ongeveer 8 weken een gesprek om de resultaten te bespreken.

Contact

Laatste aanpassing: 23 juni 2026