Miskraam

Spontaan afbreken van een zwangerschap vóór een termijn van 22 weken. Zowel in het eerste trimester, als vroeg in het tweede trimester van de zwangerschap kan er een miskraam optreden.

Symptomen

De meest voorkomende symptomen van een miskraam in het eerste trimester zijn

  • (hevig) vaginaal bloedverlies
  • pijn in de onderrug
  • buikkrampen.
  • vaak nemen ook de zwangerschapsverschijnselen zoals misselijkheid en borstspanning af

Deze symptomen kunnen ook een andere oorzaak hebben of er kan sprake zijn van een dreigend miskraam. Om er zeker van te zijn dat er sprake is van een miskraam, is het nodig om u te laten onderzoeken bij uw huisarts of gynaecoloog.

Soms gebeurt het dat er zonder bovengenoemde symptomen toch wordt vastgesteld dat het embryo is gestopt met groeien en er geen hartactie (meer) is. Dan spreekt men van een ‘missed abortion’.

Diagnose

De diagnose van miskraam in het eerste trimester wordt gesteld op basis van (klinische) symptomen en enkel na bevestiging door middel van een echografisch onderzoek, soms in combinatie met een bloedname (voor bepaling van het zwangerschapshormoon).

Oorzaken

Een 1ste trimester- miskraam kan verschillende oorzaken hebben. Meestal gaat het om een toevallige fout ergens in het zwangerschapsproces dat hiertoe heeft geleid.

Een miskraam dat vroeg in het tweede trimester optreedt, kan verschillende oorzaken en ook verschillende klachten geven. Vaak, maar niet altijd, gaat dit gepaard met pijn en/of bloedverlies. Zo dit optreedt, moet u steeds uw huisarts of gynaecoloog raadplegen.

Mogelijke behandelingen

Vóór 11 weken 6 dagen

In geval van een miskraam vóór 11 weken 6 dagen zwangerschapsduur (gerekend vanaf de eerste dag van de laatste regels) zijn er verschillende behandelingsmogelijkheden mogelijk; gaande van een afwachtend beleid, medicamenteus beleid of een curettage. De voor- en nadelen van elke behandeling worden met u besproken.

1. Afwachten

Dit wil zeggen dat men dan niets actief onderneemt en het lichaam de tijd geeft om het natuurlijk proces af te wachten. De arts bespreekt samen met het koppel hoelang men deze afwachtende houding kan aannemen. Na deze termijn wordt er een controle-afspraak op echografie voorzien.

Indien echografisch bevestigd wordt dat de baarmoederholte geen vruchtzakje en/of weefsel meer bevat, volstaat dit beleid. Wanneer (een deel van) het weefsel en/of het vruchtzakje zich echter nog in de baarmoeder bevindt, dient er alsnog een behandeling te worden ingesteld en wordt één van de onderstaande opties toegepast.

2. Medicatie

Bij de tweede optie wordt er gewerkt met medicatie, die lokaal bij de baarmoederhals wordt geplaatst. Deze hormonale medicijnen bevorderen het samentrekken van de baarmoeder die ervoor kunnen zorgen dat het vruchtzakje naar buiten komt. Meestal gebeurt dit binnen de 24 uur na het plaatsen van de medicatie. Deze medicatie geeft een krampachtige pijn in de onderbuik, en gaat gepaard met bloedverlies. De patiënte krijgt ook pijnmedicatie mee naar huis. Om het verloop te volgen zal er, een week na het plaatsen van de medicatie, een echografie uitgevoerd worden.

Als er geopteerd wordt voor medicatie, wordt dit grondig met u doorgesproken. De casemanager of gynaecoloog bereidt dit voor opdat u geïnformeerd naar huis kan. Er vindt niet standaard een opname in het ziekenhuis plaats.

3. Curettage

Bij een curettage, de derde optie, wordt operatief de vruchtzak of de weefselresten in de baarmoeder verwijderd. Het is een kortdurende gynaecologische ingreep die onder algemene verdoving plaatsvindt. Dit gebeurt doorgaans ambulant. Enkel indien er complicaties zijn, is een opname in het ziekenhuis nodig

Vanaf 12 weken

Mits de grootte van de foetus hiermee ook overeenkomt, wordt vanaf 12 weken, overgegaan tot een opname in het ziekenhuis. Dit wordt ook eerst grondig met u besproken.

Begeleiding door casemanager

Nadat de verschillende behandelingen met de patiënte/het koppel besproken werden, kan de patiënte haar voorkeur aan de betrokken gynaecoloog doorgeven. De vroedvrouw/casemanager zorgt voor emotionele opvang en geeft nog extra uitleg. De casemanager is ook het centrale aanspreekpunt indien er die dag of later vragen of bedenkingen zijn. Ze zal in overleg met de gynaecoloog de nodige afspraken inplannen en uw dossier verder opvolgen.

Contact

Laatste aanpassing: 13 oktober 2020