Symptomen
De meest voorkomende symptomen van een miskraam in het eerste trimester zijn:
- (hevig) vaginaal bloedverlies
- pijn in de onderrug
- buikkrampen
- vaak nemen ook de zwangerschapsverschijnselen zoals misselijkheid en borstspanning af
Deze symptomen kunnen ook een andere oorzaak hebben of wijzen op een dreigende miskraam. Om zeker te weten wat er aan de hand is, moet je je laten onderzoeken door je huisarts of gynaecoloog.
Soms heb je geen klachten, maar blijkt toch dat het embryo niet meer groeit en er geen hartactie (meer) is. Dit noemt men een ‘missed abortion’
Diagnose
De diagnose van miskraam in het eerste trimester wordt gesteld op basis van (klinische) symptomen en enkel na bevestiging door middel van een echografisch onderzoek, soms in combinatie met een bloedname (voor bepaling van het zwangerschapshormoon).
Oorzaken
Een miskraam in het eerste trimester kan verschillende oorzaken hebben. Vaak gaat het om een toevallige fout tijdens de ontwikkeling van de zwangerschap.
Een miskraam in het vroege tweede trimester kan ook verschillende oorzaken en klachten geven. Vaak, maar niet altijd, heb je pijn en/of bloedverlies. Als dit gebeurt, neem je steeds contact op met je huisarts of gynaecoloog.
Mogelijke behandelingen
Vóór 11 weken 6 dagen
Als je minder dan 11 weken en 6 dagen zwanger bent (gerekend vanaf de eerste dag van je laatste menstruatie), zijn er verschillende behandelingen mogelijk. De arts bespreekt met jou de voor- en nadelen.
1. Afwachten
Je onderneemt niets actief en geeft je lichaam de tijd om het natuurlijke proces te doorlopen. Samen met de arts bespreek je hoelang je dit kan afwachten. Daarna krijg je een controle-echo.
- Is je baarmoeder leeg? Dan is geen verdere behandeling nodig.
- Zit er nog weefsel in je baarmoeder? Dan kies je samen met de arts voor een een van de twee volgende behandelingen.
2. Medicatie
Je krijgt medicatie die bij de baarmoedermond wordt geplaatst. Deze hormonen zorgen ervoor dat je baarmoeder samentrekt en het vruchtzakje wordt uitgedreven. Dit gebeurt meestal binnen 24 uur. Je kan krampen en bloedverlies krijgen. Je krijgt ook pijnstilling mee naar huis.
Na ongeveer een week kom je terug voor een echografie.
De casemanager of gynaecoloog legt alles vooraf duidelijk uit. Er vindt standaard geen opname in het ziekenhuis plaats.
3. Curettage
Bij deze ingreep worden het vruchtzakje of de resten in je baarmoeder operatief verwijderd. Dit gebeurt onder volledige verdoving.
Het is een korte ingreep en gebeurt meestal zonder opname (ambulant). Alleen bij complicaties moet je in het ziekenhuis blijven.
Vanaf 12 weken
Vanaf 12 weken zwangerschap (als de grootte van de foetus hiermee overeenkomt), word je opgenomen in het ziekenhuis. Dit wordt vooraf uitgebreid met je besproken.
Begeleiding door casemanager
Na het bespreken van de behandelmogelijkheden geef je je keuze door aan je gynaecoloog. De vroedvrouw of casemanager ondersteunt je emotioneel en geeft extra uitleg.
De casemanager is je vaste aanspreekpunt, zowel op dat moment als later. Deze plant samen met de gynaecoloog de nodige afspraken in en volgt je dossier verder op.
Brochure
Contact
-
Eerste trimester: contacteer vroedkundig consulent gynaecologie
-
Vanaf 12 weken: contacteer vroedkundig consulent foetale geneeskunde