Diagnose
De diagnose van overlijden in mama’s buik wordt definitief gesteld door middel van een echografie. De gynaecoloog en vroedvrouw zorgen voor de eerste emotionele opvang.
De arts zal de ouders uitleg geven over de echografische bevindingen en over het verdere verloop. De arts bespreekt met de ouders of verdere onderzoeken zoals genetische testen of onderzoeken van de baby en/of op de moederkoek nodig zijn om de oorzaak van dit overlijden te kunnen achterhalen. Dit gebeurt mits toestemming van de ouders.
Oorzaak
Ondanks uitgebreid onderzoek naar de doodsoorzaak blijft de oorzaak van de sterfte soms onbegrepen. Het kennen van de oorzaak van de sterfte helpt de ouders in het rouwproces en is van belang voor het bepalen van een eventueel herhalingsrisico.
Verloop
Je bespreekt samen met de arts wanneer de bevalling wordt ingeleid. Een vaginale bevalling heeft meestal de voorkeur.
Na het vaststellen van het overlijden kan je er ook voor kiezen om nog even te wachten voordat de bevalling wordt gestart.
Tijdens je opname komt de gynaecoloog langs op het bevallingskwartier. Je wordt begeleid door vroedvrouwen en het medisch team, en ook andere zorgverleners kunnen je ondersteunen.
- De sociaal werker helpt met praktische zaken, zoals crematie of begrafenis en administratieve vragen.
- De casemanager overloopt de dag met je en beantwoordt je vragen.
- De sociaal werker ondersteunt je ook bij de emotionele impact van dit verlies.
- Als je dat wenst, kan een pastor langskomen voor een afscheidsritueel, met of zonder religieuze invulling.
- Je kan ook ondersteuning krijgen van een psycholoog.
Ook na de geboorte wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met jouw wensen. Wil je je baby zien of vasthouden? Wil je een ritueel of zegening? De vroedvrouw en arts begeleiden je hierin en ondersteunen je in deze moeilijke momenten. Je krijgt ook een herinneringsdoos als persoonlijk aandenken aan je baby.
Na de bevalling blijf je minstens één nacht in het ziekenhuis. Je partner kan bij je blijven.
Als de oorzaak van het overlijden niet duidelijk is, kunnen – met jouw toestemming – nog bijkomende onderzoeken gebeuren bij je baby en de moederkoek.
Ook nadat je het ziekenhuis verlaat, blijft de begeleiding verder lopen:
- Je krijgt een controle bij je gynaecoloog na 3 tot 4 weken.
- Als er onderzoeken zijn uitgevoerd, volgt er na ongeveer 8 weken een gesprek om de resultaten te bespreken.
Je huisarts en (indien gewenst) een vroedvrouw aan huis worden op de hoogte gebracht voor verdere opvolging.
Het verloskundig team ondersteunt jou en je partner tijdens deze moeilijke periode.
Nazorg
Enkele weken na de bevalling wordt er een controleafspraak bij de (verwijzende) gynaecoloog voorzien.
Als er onderzoeken werden uitgevoerd, plannen we ongeveer 8 weken na de bevalling een gesprek bij de dokter in om de resultaten hiervan te bespreken.
Contact
-
Eerste trimester: contacteer vroedkundig consulent gynaecologie
-
Vanaf 12 weken: contacteer vroedkundig consulent foetale geneeskunde