Intravitreale injectie

Toediening van medicatie door middel van een zeer dunne injectienaald in het glasachtig lichaam van het oog.

Afspraken

Oogziekten

Bij een intravitreale injectie wordt medicatie toegediend in het oog. De arts spuit de medicatie met een zeer dunne injectienaald met aangepaste lengte in het glasachtig lichaam van het oog (het glasvocht of vitreum). Afhankelijk van het type aandoening en van de activiteit van de letsels moet de behandeling mogelijk herhaald moet worden.

Voor welke aandoeningen?

Een intravitreale injectie is een mogelijke behandeling voor verschillende ziekten. Uw behandelende arts bespreekt met u de verschillende opties.

Enkele voorbeelden van aandoeningen waarbij voor intravitreale injecties gekozen wordt, zijn:

Verloop van de behandeling

  • De behandeling gebeurt ambulant (zonder opname) en u hoeft niet nuchter te zijn.
  • De arts brengt met een afwasbare markeringsstift een pijltje aan boven het oog dat behandeld zal worden.
  • De injectie wordt onder steriele omstandigheden gegeven in een speciaal daarvoor voorziene ruimte.
  • De verpleegkundige doet druppels in het oog om het oog te ontsmetten en te verdoven. Druppels om de pupil te verwijden, zijn niet altijd nodig. Daarna zal die de streek rond het oog ontsmetten.
  • De arts plaatst een steriele doek rond het oog en een ooglidsperder om de oogleden open te houden en om contact met de wimpers te voorkomen.
  • De arts geeft de injectie. U kan een kleine prik of druk voelen.
  • Na de injectie krijgt u nog kunsttranen in het oog en wordt de oogomtrek gereinigd.
  • De arts controleert het zicht en gaat na of er verhoogde oogdruk is ontstaan door het inbrengen van de medicatie. U mag de afdeling pas verlaten wanneer de oogdruk genormaliseerd is.

Nazorg

Na de behandeling gaat u naar huis. Zelf autorijden of fietsen wordt afgeraden. Uzelf met het openbaar vervoer verplaatsen is geen probleem.

U kan de eerste 1 à 2 dagen wat last ondervinden aan het behandelde oog, maar daar hoeft u niet ongerust over te zijn.

  • Na de injectie hebt u meestal een zanderig gevoel door uitdroging van het hoornvlies. Dat is het gevolg van de verdovende en ontsmettende oogdruppels en kan u verhelpen door kunsttranen te gebruiken. Gebruik steeds een nieuw flesje na de injectie en gebruik de druppels zoveel u zelf wenst tot de vervaldatum van het flesje.
  • Soms is er een bloeding te zien op het wit van het oog door het aanprikken van oppervlakkige bloedvaatjes. Dat is onschuldig en verdwijnt na 1 à 2 weken.
  • Soms ziet u zwarte stipjes of wolkjes ronddwalen die overeenstemmen met de ingespoten medicatie. Die hinder kan enkele dagen duren, maar verdwijnt daarna spontaan.

Mogelijke complicaties

Er is een erg kleine kans (< 1 op 2.000) dat er een complicatie optreedt. Als de verwikkeling tijdig wordt herkend, kunnen we de gepaste behandeling starten.

Wanneer u een van de volgende symptomen ervaart, moet u dadelijk contact opnemen met de oogarts.

  • Wanneer uw zicht duidelijk afzwakt, vooral indien dat gebeurt een of meerdere dagen na de injectie.
  • Wanneer u lichtschuw wordt of een pijnlijk oog krijgt.
  • Wanneer het volledige oog er rood en geprikkeld uitziet, vooral indien dat gebeurt een of meerdere dagen na de injectie.
  • Wanneer er een of meerdere dagen (of zelfs weken) na de injectie bliksemflitsen voorkomen of er een hinderende schaduw in het gezichtsveld ontstaat.
Laatste aanpassing: 30 juni 2020