De allerbeste reconstructie
De allerbeste reconstructie is er een die je niet ziet.
De allerbeste reconstructie De allerbeste reconstructie is er een die je niet ziet.

In sciencefiction is het heel eenvoudig. Nadat de held gewond is geraakt, zorgt een fikse straal blauw licht uit een of ander apparaat ervoor dat zijn huid snel terug dicht groeit. Zo goed als nieuw. Maar bestaat kunsthuid ook in het echt?

Prof. dr. Jan Vranckx, diensthoofd plastische, reconstructieve en esthetische chirurgie in UZ Leuven: “Echte kunsthuid bestaat nog niet. Maar er is wel een domein waarin we de afgelopen twintig jaar een belangrijke evolutie hebben gezien: matrixen van onderhuid die een enorme tijdswinst betekenen in de behandeling van brandwonden.”

Matrix

De onderhuid laat toe dat er cellen en bloedvaatjes van de patiënt ingroeien.Het biotechproduct Integra bestaat uit een matrix van donor-onderhuid waaruit de cellen van de donor zijn gehaald. Op die onderhuid is een heel dun laagje siliconen aangebracht.

“Bij heel diepe brandwonden in het aangezicht of over gewrichten is dat een formidabel product. Zo'n laag Integra van ongeveer een millimeter dik laat toe dat er cellen en bloedvaatjes van de patiënt ingroeien.

Wanneer de laag een perzikkleur krijgt, kunnen we de siliconen afpellen en er een flinterdun stuk getransplanteerde huid opleggen. Eigenlijk levert het product een matrix waardoor het lichaam nieuwe onderhuid creëert.”

Emoties

Bij vroegere huidtransplantaties zag de huid eruit als een soort pantser. Met de nieuwste kunsthuid zie je terug huidplooien en de expressie van emoties. Een wereld van verschil, vertellen specialisten.

“Er bestaan allerlei varianten op Integra. Zo is er al geprobeerd om aan matrixen van onderhuid stamcellen toe te voegen die zijn afgeleid van de voorhuid van besneden baby's, bindweefselcellen en huidcellen. Maar ondanks grote onderzoeksinvesteringen heeft geen enkele toevoeging het product wezenlijk verbeterd”, vindt professor Vranckx.

Lees het artikel "Plastische chirurgie die herstelt" uit UZ-magazine juni 2015 (pdf).