Lieselot Coebergh
Lieselot Coebergh

Vier waardevolle verhalen

Woordje van de pastor - door Lieselot Coebergh

Het schrijven van het woordje van de pastor is voor mij meestal een aanleiding om terug te gaan in de tijd, in mijn herinneringen. Welke verhalen heb ik mogen beluisteren? Wat mag ik daarvan op papier zetten in de hoop dat de lezers daar ook wat erkenning in kunnen vinden of hoop uit kunnen putten?

Gever met een gouden hart

In een wachtzaal was een kinésiste in gesprek met een jonge mamma die zachtjes haar verdriet deelde dat ze dit jaar niet in de mogelijkheid was om voor haar ziek kindje hier en de andere twee kinderen thuis een geschenkje te kopen. Er waren nog zoveel facturen te betalen, er waren de dagdagelijkse onkosten en het openbaar vervoer naar het ziekenhuis slokte ook nog heel wat van het budget op. Dit alles van een minimumleefloon. De kinésiste kon niets anders doen dan haar verhaal beluisteren en haar moed in spreken dat het volgend jaar hopelijk allemaal anders zou zijn.
Een week later kwamen ze elkaar tegen op de gang. De mamma sprak haar aan met het mooie verhaal dat ze in haar jaszak die avond 30 euro had gevonden. De kinésiste wist meteen wie de gever was geweest, want ze herinnerde zich nog precies wie er toen ook nog in de wachtzaal hadden gezeten. Voor de mamma was het een dag met een gouden randje geworden.

Eindelijk mogen wenen

Na een uitvaart van een klein meisje dat op 6 maanden leeftijd gestorven was, kwam er een dame van 86 jaar naar mij toe. Tranen in haar ogen, maar ook met een zweem van verlossing in haar wezen. ‘Vandaag heb ik mijn kindje begraven’. 60 jaar na datum heeft ze een hele viering lang aan haar eigen kind gedacht. Een kind dat ze nooit gezien had, van wie ze niet wist of het een jongen of een meisje was, een kind zonder naam. Om wie ze eigenlijk nooit had mogen rouwen, want het was beter zo….
Op haar 86-ste heeft ze eindelijk kunnen en mogen wenen, kunnen terug denken, kunnen bidden, kunnen toe vertrouwen aan God. Zo vertelde ze mij. En dit omdat een klein meisje uit haar dorp die dag begraven werd.

Duim omhoog

Van een collega uit een ander ziekenhuis kreeg ik een vraag om met een patiënt, die overgebracht was van zijn ziekenhuis, eens kennis te gaan maken. De man stond voor een hele zware operatie. We geraakten aan de praat. Op het einde van ons gesprek vroeg hij mij aarzelend of ik iets voor hem wilde doen. De professor had hem gezegd dat er twee mogelijkheden zouden zijn tijdens de ingreep. Ofwel kon hij niets meer voor de patiënt doen, ofwel zou hij twee stoma’s krijgen. Ik moest even slikken: twee stoma’s ging het door mijn hoofd en nog een hele lange behandeling nadien en wellicht altijd kunstmatige voeding.
De man vroeg mij of ik hem in de ontwaakkamer wilde komen opzoeken en mijn duim zou omhoogsteken als hij twee stoma’s had gekregen. Want dat betekende voor hem immers een nieuwe kans, nieuw leven, ondanks alle beperkingen. Een paar dagen later heb ik mijn duim omhoog gestoken en de duim blijft omhoog. Hij werkt halftijds, ik krijg mooie vakantiefoto’s te zien van aan de zee en in de bergen. En s’ nachts loopt zijn infuus...

Gaan alle baby’s naar de hemel?

Op een middag ben ik op de afdeling neonatologie waar ik geroepen was om een heel klein baby’tje te dopen. Samen met de pappa en de mamma was er ook een groter broertje van 4 jaar. Het baby’tje had nog een tweelingbroertje dat ook op de afdeling verbleef. Een dag later overleed het jongetje. Grote broer had heel veel verdriet maar probeerde nu al zijn aandacht te laten gaan naar het andere broertje. Ook dat werd gedoopt en stierf enkele dagen later. Na de begrafenis vroeg grote broer opeens:”Gaan alle baby’s eigenlijk dood en dan naar de hemel?” Grote stilte bij ouders en grootouders. Toen ik net wilde proberen om hem aarzelend een soort van antwoord te geven zei hij: “Nee, natuurlijk niet want ik was ook een baby en ik ben nog altijd niet in de hemel. Een nieuw broertje of zusje zal misschien wel met ons mee naar huis gaan.” Na deze ferme uitspraak vroeg hij of hij nu de twee kaarsjes mocht aansteken zoals hem beloofd was. Met de onbevangenheid en de veerkracht van een vierjarige liep hij voor ons uit naar de kaarsentafel waar hij heel voorzichtig twee kaarsjes in brand stak voor zijn kleine broertjes die nu als een sterretje aan de hemel waren. Dat had de juffrouw hem immers verteld en daar geloofde hij rotsvast in.

Op wie kan en mag ik vertrouwen?

Waarom deze vier verhalen? Ze verwijzen voor mij naar belangrijke waarden die ik hier in het ziekenhuis bij zovele mensen heb mogen ontdekken. Ze hebben iets te maken met verdriet toe laten, met angst delen, met leren leven en misschien ook dankbaar zijn om wat wel nog kan, met je laten troosten, met je niet langer laten verstikken door de vraag naar het waarom, maar eerder op zoek te gaan naar hoe verder. Welke hulp heb ik nu nodig, wie gaat er een eindje met mij mee, op wie kan en mag ik vertrouwen? Voor sommige mensen was dat een vertrouwen in de partner, een kind, een goede vriend, soms niemand…. Voor andere mensen was dat heel expliciet een vertrouwen in God en ook steun bij Hem zoeken en vinden. Ik heb mogen zien hoe vele mensen, kapot van verdriet, toch veerkracht hebben gevonden om zich weer toe te vertrouwen aan het leven, om dat koude hart te laten verwarmen en zelf weer tot liefde geven in staat te zijn. Ik wens het ieder van u die dit leest van harte toe.


In de UZ Leuven werken 11 pastores. Lieselot is één van hen. U kunt met een pastor contact opnemen via de verpleegeenheid of via het secretariaat, tel. 016 34 86 20.