Op de palliatieve zorgeenheid zijn we zeer nabij het sterven. Maar meer nog zijn we nabij de zieke en zijn omgeving. Deze kortfilm toont hoe wij als team zorgzaam omgaan met leven en sterven.

Lees de tekstversie van deze kortfilm

Verpleegkundige Ellen Genbrugge:

De palliatieve zorgeenheid is er voor ongeneeslijk zieke patiënten die niet meer kunnen behandeld worden, en waarvoor thuiszorg momenteel moeilijk haalbaar is. De patiënten komen hier via de huisarts of via de palliatieve thuiszorg, en binnen UZ Leuven heeft het palliatief supportteam onder andere de taak om de overname naar de palliatieve eenheid te verkennen. We zien vaak dat een overname naar de palliatieve eenheid voor familie en patiënt vaak letterlijk en figuurlijk een drempel is. De situatie van de patiënt maakt dat het transport naar hier vaak een heel vermoeiende inspanning is, en de overname gaat vaak gepaard met veel verdriet en stille tranen, omdat deze afdeling vaak als een eindstation wordt ervaren. We laten de mensen bij aankomst altijd wat bekomen, en samen met patiënt en familie bekijken we wat hun kennis is over prognose en diagnose. Wat hun verwachtingen zijn en hoe we daaraan tegemoet kunnen komen, wat we kunnen bieden. In het begin van een opname zien we dat er vaak veel vragen zijn en dat mensen ruimte nodig hebben om te ventileren. Mensen komen dan vaak zelf tot rust en ontdekken dan ook de rust van de afdeling.

Verzorgende Chantal Vallons:

Als verzorgende hebben wij verschillende taken binnen het team. Onder andere in de verpleegkundige zorg, maar ook de voeding beheerst een groot aandachtspunt. Het is belangrijk dat de patiënt zo lang mogelijk zijn zelfstandigheid blijft behouden. Met de juiste hulpmiddelen kan er veel: een aangepast bestek, een bordrand, zelfklevende onderleggers. Maar ook wat het drinken betreft bestaan er allerlei trucjes: onder andere een afgeknipt rietje om de zuigkracht te verminderen, staafjes of ijsblokjes in verschillende smaken. Indien de patiënt zin heeft in de keuken van thuis, dan mag de familie dat gerecht hier op de dienst of thuis klaarmaken.

Verpleegkundige Greet De Cock:

De belangrijkste taak van nachtverpleging is ervoor te zorgen dat de patiënten slapen. En er zijn in een omgeving als deze uiteraard veel factoren die het slapen kunnen bemoeilijken. Het blijft net zoals overdag prioritair om fysieke ongemakken, zoals pijn, kortademigheid, dorst, een ongemakkelijke houding... Om dat allemaal te behandelen en nog beter, te voorkomen. Het is niet te onderschatten hoe emotionele lasten 's avonds en 's nachts zwaarder kunnen doorwegen. Het is donker en stil; mensen worden volledig op zichzelf gebracht. Soms vond er overdag ook iets plaats dat emotioneel gekleurd is: het bezoek van iemand bijzonder, een ziekenzalving... Maar ook het verleden, de toekomst, en de angst hiervoor -- het passeert allemaal de gedachten. Het is als nachtverpleging dan ook belangrijk om, vooraleer te grijpen naar slaapmedicatie, goed te observeren en te bevragen: Wat houdt u wakker? Als er 's nachts familie blijft dan wordt er, uit bezorgdheid voor hun nachtrust ook, een bed bijgereden op de kamer, of eventueel in de stille ruimte of het daglokaal.

Vrijwilliger Lieve Vandermosten:

Vrijwilligers zijn een meerwaarde op een palliatieve zorgeenheid. Ze zijn, zoals professor Menten het eens mooi verwoordde, de kers op de taart. Een vrijwilliger staat wat buiten het ziekenhuisgebeuren, en dat betekent voor de patiënt meer iemand van het gewone leven. Tegen een vrijwilliger kan hij sommige dingen kwijt die moeilijk liggen bij verplegenden of artsen. Het lijden en het sterven kan verzacht worden als je als patiënt telkens opnieuw je verhaal kan vertellen, en dat aan iemand die tijd voor jou heeft, en die naar jou kan en wil luisteren. Het is belangrijk dat sommige informatie doorgespeeld wordt aan collega-vrijwilligers of verplegenden. Deze informatie kan relevant zijn bij beslissingen die genomen worden op de wekelijkse teamvergadering.

Supervisor Prof. dr. Paul Clement:

De ziektebeleving van de patiënt is zeer belangrijk bij het einde van het leven. Daarom is het cruciaal dat we minstens wekelijks samen zitten met ons hele team, waarbij we dan de observaties delen vanuit elk perspectief. Ik denk in de eerste plaats aan de verpleegkundigen, maar ook aan de pastor, de psychologe, de sociaal assistente, en de kinesist.

Sociaal assistente Andrea Dyck:

Kwaliteit bieden staat ook bij ons hoog aangeschreven, doch het accent van onze zorg ligt meer in de emotionele en sociale context.

Psychologe Marleen Decruyenaere:

Wij trachten problematische gevoelens rond afscheid en sterven bespreekbaar te maken. We willen bijstaan bij het verwerken van een onafgewerkt verleden.

Sociaal assistente Andrea Dyck:

Zo brengen we communicatie op gang, zodat nabestaanden een goede rouw kunnen instappen. Soms zijn er geen nabestaanden. Er zijn patiënten die werkelijk niemand hebben rondom zich. Zorgen voor hen, en zorgen voor al hun zorgen, is vaak een complexe materie.

Kinesitherapeute Marleen De Geest:

Complex is ook de zorg voor het aftakelende lichaam. Ik ga kijken of we de zelfredzaamheid van de patiënt kunnen verbeteren door eenvoudige oefeningen, die toch ook weer niet te vermoeiend zijn. En of bijvoorbeeld massage deugd kan doen en de nodige ontspanning brengt.

Supervisor Prof. dr. Paul Clement:

Ik heb ooit een patiënt horen zeggen: Waarom komt hier nog een dokter? Want men heeft mij verteld dat er toch niks meer aan te doen is. Wij worden vaak geassocieerd met het behandelen van een ziekte, en inderdaad, op de palliatieve eenheid is dat meer op de achtergrond. We gaan hier en daar nog een kleine kwaal behandelen, maar niet meer de onderliggende ziekte. We denken vaak, als we denken aan klachten van palliatieve patiënten, aan pijn en ander fysiek lijden, zoals kortademigheid. Maar veel van die mensen hebben ook klachten in de zin van een ernstige verwardheid of een psycho-sociale problematiek die komt bovendrijven: slapeloosheid, gebrek aan eetlust ook. En het is heel belangrijk om al die verschillende deelaspecten van het lijden van de patiënt, om daar oog voor te hebben, om tot een goede totaalzorg te komen.

Verpleegkundige Bernadette Adriaensens:

Een patiënt luistert naar zijn lichaam, en heeft geen behoefte meer aan eten door de evolutie van zijn ziekteproces. De familie heeft daar het moeilijk mee, want eten en drinken is leven. Maar geen eten en geen drinken is doodgaan. Op een bepaald moment is het zo dat de patiënt af en toe nog iets drinkt, en dan komt het moment dat hij helemaal niks meer drinkt. De familie heeft dan eigenlijk alle hoop verloren, en dan is het moment aangebroken van aanvaarding. De familie heeft extra ondersteuning nodig, dag na dag. Communicatie is daar zeer belangrijk in. Het is de familie die bepaalt wat zij aankan van informatie, en wij moeten daarop inspelen.

Verpleegkundige Lut Rubbens:

Vanuit het actieve leven hebben mensen geleerd om bij problemen en beperkingen oplossingen te zoeken. Men gaat eerder ingrijpen dan berusten; men gaat eerder doen dan laten. Als mensen op een palliatieve eenheid verblijven, leert de tijd en ook hun situatie hen dat het niet zozeer gaat om het oplossen van problemen en beperkingen, maar eerder om het toelaten van die problemen, van die beperkingen. Het ene moment kan men dat aanvaarden, het andere moment niet. Het is een constant balanceren. Het roept gevoelens op van onmacht, verdriet, boosheid, fundamentele eenzaamheid, allemaal gevoelens die kaderen in het existentiële lijden. Het is ook dat lijden dat vragen oproept over de betekenis van ons menszijn, over de zin van het bestaan. Het palliatief proces en het stervensproces vragen een bijzondere zorgzaamheid van de hulpverlener, waarbij discretie, waarbij respect voor de ander, en waarbij een speciale aandacht voor ethische aspecten rondom leven en sterven primeren.

Pastor Lucas Lissnijder:

Als pastor tracht ik zo snel mogelijk na hun opname met alle nieuwe mensen een contact te hebben. We hebben dan een gesprekje om elkaar te leren kennen, en dat maakt ook de verdere contacten laagdrempeliger. Ik moet er ook bijzeggen: de ontmoeting is steeds van mens tot mens, en niet specifiek gericht op gelovigen alleen. Als patiënt en familie het vragen, dan kan er een ritueel plaatsvinden. Omdat dat toch wel een moeilijk moment is voor de familie, ben ik er als buitenstaander bij betrokken om de brug ook te leggen tussen beiden. Ik zie heel veel emotie tijdens de ziekenzalving, of tijdens het ritueel, maar zeker ook daarna. Wat typisch is, is dat je zo van die momenten van stilte hebt die heel geladen zijn. Ik noem dat "heilige momenten". En tot mijn stomme verbazing laten mensen daarna veel makkelijker het leven los.

Verpleegkundige Jan Swyns:

Als een patiënt overleden is, is het belangrijkste dat er tijd gemaakt wordt voor de nabestaanden. Tijd, vooral dan om aanwezig te zijn bij hun overleden familielid. Daarnaast vragen wij of de mensen eventueel willen helpen bij de laatste zorgen. Het is vooral belangrijk dat we niet vermijden om kinderen in contact te laten komen met verdriet, met afscheid, met de dood. Kinderen die goed voorbereid zijn en die goed begeleid zijn, vooral, zullen in hun later leven daar alle baat bij hebben. Alle nabestaanden krijgen de kans om nog eens langs te komen op de afdeling. Dat is vaak wel een zeer aangrijpend en moeilijk moment, want inderdaad, op de kamer waar hun geliefde gelegen heeft en ook gestorven is, ligt nu een nieuwe patiënt. Het doet wel deugd om samen met de andere teamleden herinneringen op te halen over hun familielid.