De rol van de kinesitherapeut(e) op de dienst neonatologie is veelzijdig en kan in drie grote componenten ingedeeld worden:

  1. Ademhalingskinesitherapie
  2. Positionering, handling en mobilisaties
  3. Neuro-motorische begeleiding en stimulaties

Al naargelang de problemen van de baby zal de kinesitherapeut voor één of meerdere aspecten ingeschakeld worden.

De kinesitherapeut heeft echter ook een preventieve en begeleidende rol op de afdeling. Zo zullen niet alle prematuren therapie in de strikte zin van het woord nodig hebben.

Nu de overlevingskansen van prematuren duidelijk zijn toegenomen wordt er meer nadruk gelegd op de kwaliteit van overleving. De comfortverpleging is niet meer weg te denken uit de hedendaagse neonatologie. De kinesitherapeut(e) heeft samen met de andere teamleden een belangrijke taak op dat gebied. Via handling, positionering en aangepaste stimulaties zal de baby ondersteund worden in zijn ontwikkeling.

De kinesitherapeut kan ook de ouders helpen bij het ontdekken van de mogelijkheden, de moeilijkheden en de beperkingen van hun kindje. Baby’s maken een grote evolutie door op diverse gebieden. Het is belangrijk op deze evolutie en op de groeiende behoeften van de baby in te spelen. De ouders kunnen gesteund worden in het ontdekken van de eigen competenties en de mogelijkheden die ze hebben om hun kindje te helpen in zijn ontwikkeling.

De kinesitherapeut zal de baby gedurende zijn opname op de afdeling opvolgen, begeleiden en zo nodig behandelen. In overleg met artsen en verpleegkundigen zal een individuele aanpak uitgewerkt worden.

Welke kinderen worden in therapie genomen?

De kinderen moeten medisch voldoende stabiel zijn. Diverse pathologieën komen in aanmerking

  • Kinderen met neuro-musculaire aandoeningen
  • Kinderen met ernstige orthopedische afwijkingen vb. arthrogryposis, congenitale amputaties, klompvoeten…
  • Kinderen met positionele afwijkingen vb. torticollis, malpositie van ledematen, scoliotische houdingen…
  • Kinderen met afwijkend neurologisch gedrag
  • Kinderen met cardiale en respiratoire aandoeningen
  • Kinderen met palliatieve zorgen
  • Opvolging en ontwikkelingsbegeleiding van ernstige prematuren en dysmaturen

Frequentie van therapie

  • Ademhalingskinesitherapie: 1 à 3 x per dag, naargelang noodzaak
  • Locomotorische therapie: 1 x dag 
  • Neuro-motorische begeleiding: naargelang de noodzaak 1 à 5 x per week 
  • Preventieve begeleiding: 1 x per week of per 14 dagen

De frequentie wijzigt naargelang de ontwikkelingsfase en de evolutie van elk kind individueel.