Kanker in uw gezin: dubbel verdriet
Kanker in uw gezin: dubbel verdriet

Niet alleen als kankerpatiënt, maar ook als partner, moeder of kind van iemand met kanker hebt u soms een klankbord nodig om met al die emoties en veranderingen om te gaan.

Steun van partner, kinderen of ouders

In een gezin waar iemand kanker heeft, reageert iedereen op zijn eigen manier. De ene persoon praat er graag over, de andere helemaal niet. Toch betekenen de partner en het gezin vaak een grote steun in het verwerkingsproces van de patiënt.

1 gezin, dubbel verdriet

Maar hoe verwerken partner, kinderen of ouders van een patiënt met kanker zelf deze tegenslag? Hun verdriet is anders qua inhoud, maar daarom niet minder groot. Hoe gaan zij met de ziekte om, bij wie kunnen ze steun vinden?

Kunt u bij elkaar terecht?

Vaak zorgen verschillen in verwerking ervoor dat partners het gevoel hebben dat ze niet bij elkaar terechtkunnen, dat ze elkaar niet begrijpen. Zoiets is perfect normaal. Hoe u met iets omgaat, hangt af van uw persoonlijkheid, maar ook van de dingen die u in het verleden hebt meegemaakt.

Betrek de kinderen

Kinderen voelen snel dat er iets aan de hand is. Als hen niets verteld wordt, gebruiken kinderen hun fantasie: daardoor kan de situatie soms nog veel erger worden in hun hoofd. Houd kinderen er daarom niet buiten.

Voor, tijdens en ook na behandeling

De impact van de ziekte op het gezin loopt ook door na de behandeling. De patiënt heeft soms nog nevenwerkingen, is moe of bang dat de ziekte zal terugkomen. De partner, kinderen of familie reageren vaak anders: voor hen is het allemaal voorbij.

Gratis infosessies

Zit u met vragen? Kunt u er thuis moelijk over praten? Of kunt u moelijk wennen aan de nieuwe situatie? Het is normaal dat u het er moeilijk mee hebt.

Maar u staat er niet alleen voor. Het Leuvens Kankerinstituut biedt u en uw naasten een uitgebreid programma van informatie- en ontmoetingsmomenten rond tal van thema's, zoals

Bekijk alle infosessie van het Leuvens kankerinstituut.

Meer info

Of neem contact op met de arts, de verpleegkundige, de sociaal werker of de psycholoog van de afdeling.