Maak een afspraak

Toepassing

De meest voorkomende redenen om een heupartroscopie uit te voeren:

Wanneer is een heupartroscopie niet aangewezen?

Als er sprake is van meer uitgesproken kraakbeenletels, manifeste heupartrose of een heupdysplasie, dan is een heupartroscopie minder aangewezen. Dit zal vóór de ingreep altijd worden uitgesloten aan de hand van een radiografie en/of een scan.

Verloop

Een heupartroscopie gebeurt onder algemene verdoving in het chirurgisch dagcentrum of via gewone opname (1 nacht).

  • U wordt op een tractietafel gelegd die zorgt voor een trekkende kracht op het gewricht:
    • Het heupgewricht is een zeer stug gewricht is. Om voldoende ruimte te creëren om de ingreep uit te voeren, is deze tractie nodig.
  • Eénmaal voldoende distractie bekomen, wordt een camera in het heupgewricht ingebracht om het kraakbeen, labrum en eventuele impingementletels te bekijken.
  • Via andere kleine snedes (3 tot 4 incisies) worden instrumenten ingebracht waarmee de letsels behandeld worden.
  • Tijdens de ingreep wordt fluoroscopie (X-stralen) gebruikt om regelmatig de positie van de instrumenten in het gewricht te controleren en om na te kijken of de beenderige letsels (CAM/Pincer) voldoende gecorrigeerd zijn.
  • Het heupgewricht wordt tijdens deze kijkoperatie continu gespoeld met fysiologisch water.
    • De zwelling van het been die hierdoor kan ontstaan, trekt steeds weg na een aantal dagen.

Revalidatie

De revalidatie hangt in grote mate af van welke letsels er tijdens de operatie vastgesteld werden en hoe deze werden behandeld. 

Globaal duurt de revalidatie na een heupartroscopie 3 tot 6 maanden. Arbeidsongeschiktheid bedraagt zo’n 4 weken, of langer afhankelijk van uw beroep.

  • De eerste 2 tot 4 weken mag u maar beperkt steunen met behulp van 2 krukken.
    • Dit is zeker het geval bij een CAM-resectie.
    • Na kraakbeenletsels is het soms nodig de heup langer te ontlasten.
  • U mag onmiddellijk bewegen binnen de pijngrenzen.
  • U krijgt van de kinesist in het ziekenhuis een schema met oefeningen. Nadien moet u in de eerste weken deze oefeningen zelf thuis doen.
  • Maak geen diepe plooibewegingen (voorbij 90°) en extreme draaibewegingen de eerste 3 maanden na de ingreep.
  • U kunt de souplesse in uw heupgewricht verbeteren door te fietsen op een hometrainer op de lichtst mogelijke weerstand.
    • Stel het zadel voldoende hoog in zodat u minder diep moet buigen.

Mogelijke complicaties

  • Regelmatig melden patiënten een kleine, gevoelloze zone aan de buitenkant van de dij. Dit is meestal tijdelijk. 
  • Het risico op infectie is minimaal aangezien er continu met vocht wordt gespoeld. De behandeling van een infectie bestaat trouwens uit een artroscopische spoeling. 
  • De tractie tijdens de ingreep kan een tijdelijke overdruk in de schaamstreek geven. Ook dit kan tot een tijdelijk verminderde gevoeligheid leiden, maar komt zelden voor (1 op 500 patiënten).Tijdens de positionering op de tractietafel wordt deze zone maximaal beschermd met zacht materiaal om overdruk te vermijden. 
  • Door de continue spoeling treedt bij de meeste patiënten een zwelling van het dijbeen op. Dit hoeft u niet te verontrusten en verdwijnt meestal snel. 
  • Het risico op een trombose is reëel. Afhankelijk van uw risicoprofiel (roker, pilgebruik, trombose in het verleden enzovoort) wordt er voor een korte bescherming gezorgd:
    • Antibloedstollingsspuitje
    • Verplicht dragen van steunkousen

Contact

Maak een afspraak


Specialisten