Hoe werkt anti-hormoontherapie?

De twee belangrijkste vrouwelijke geslachtshormonen zijn oestrogeen en progesteron. De meeste borstkankers hebben deze hormonen nodig om te groeien. Dit betekent dat zich in die cellen eiwitten bevinden, de zogenaamde receptoren waaraan oestrogeen of progesteron zich kan vasthechten.

Er bestaan chemische substanties (Tamoxifen, Toremifene) die sterk gelijken op oestrogeen en die zich eveneens aan deze oestrogeen receptoren binden. Deze chemische stoffen oefenen evenwel niet de groeibevorderende werking op de kankercellen uit die oestrogeen wel uitoefent. Andere produkten onderdrukken de aanmaak van het vrouwelijk hormoon.

  • Bij de vrouw die niet in de menopauze is, beschikken we hier over een implant (Goserelin).
  • Bij een vrouw na de menopauze is dat een pilletje (anastrozole, letrozole, exemestane).

De toediening van al deze chemische substanties noemt men hormoontherapie.

Niet voor iedereen

Niet alle borstkankercellen hebben oestrogeen receptoren. Als er geen receptoren zijn in de kankercellen, kunnen de chemische stoffen zich niet vasthechten aan de cellen en dan heeft het gebruik van hormoontherapie ook geen zin.

Het pathologisch onderzoek van het tumorweefsel bekomen via de biopsie bij echografie of na de operatie zal uitwijzen of er in uw geval al dan niet receptoren voor oestrogeen zijn.

Klinische studie

Aangezien we blijvend op zoek zijn naar de beste behandeling kan u in het kader daarvan uitgenodigd worden om mee te werken aan een klinische studie. U krijgt op dat moment een volledige uitleg en keuzemogelijkheden. Zo kan uw toestemming gevraagd worden voor het tumorweefsel en bloed in te vriezen voor verder onderzoek.