Een darmtransplantatie is een delicate ingreep met overlevingscijfers die merkelijk lager liggen dan bij andere organen. Daarom hebben artsen en onderzoekers in UZ Leuven een protocol ontwikkeld dat de slaagkansen moet doen toenemen. Dat protocol is nu bekroond met een internationale prijs.

Afstoting

De overlevingscijfers bij darmtransplantatie liggen wereldwijd rond de 55%, heel wat lager dan bij lever- of niertransplantaties, waar na 5 jaar 80 à 90% van de getransplanteerden nog in leven zijn. Dr. Laurens Ceulemans, onderzoeker in het laboratorium van abdominale transplantatiechirurgie, legt uit hoe dat komt: “Eerst en vooral is er het gegeven dat de darm per definitie geïnfecteerd is: elke darm is namelijk gekoloniseerd door miljarden bacteriën. Als de darmwand stuk gaat, komen die bacteriën in het bloed terecht en kan er een – levensbedreigende – infectie ontstaan. Daarbij komt nog dat de te transplanteren darm in de periode dat hij bewaard wordt in ijs en getransporteerd wordt naar de ontvanger, erg te lijden heeft onder het tekort aan zuurstof en voedingsstoffen, met mogelijk een ernstige ontstekingsreactie tot gevolg. Daarenboven zijn er in de getransplanteerde darm heel wat lymfeklieren aanwezig, die zich na transplantatie kunnen keren tegen de verzwakte ontvanger.”

Verzwakte gezondheid

Een andere reden voor de lagere overlevingscijfers is de gezondheidstoestand van de patiënt: op het ogenblik van de transplantatie is die meestal zorgwekkend. Het gaat om personen bij wie de dunne darm niet meer functioneert of is weggenomen, bijvoorbeeld ten gevolge van de ziekte van Crohn of nadat de darm is afgestorven door zuurstoftekort. Het is weliswaar mogelijk om hen te voeden via een infuus. Maar ingeval er een levensbedreigende infectie optreedt of de bloedvaten waarlangs het infuus aangekoppeld is, verstopt raken, is transplantatie vaak de enige levensreddende uitweg.

Leuvens protocol

Een darmtransplantatie in UZ Leuven onderscheidt zich in verschillende opzichten van een transplantatie in andere centra. Dr. Laurens Ceulemans legt uit: “We dienen de patiënt tijdens de transplantatie bloed van de donor toe, omdat blijkt dat het orgaan zo beter geaccepteerd wordt. Daardoor kan ook de immuunsuppressie beperkt gehouden worden. Als het afweersysteem te sterk wordt afgeremd, wordt het lichaam namelijk ontvankelijker voor infecties, wat bij deze groep patiënten zeer zware gevolgen kan hebben. Tot slot proberen we via darmreiniging bij donor en ontvanger de ontstekingsreacties en beschadiging van de darm te beperken.”

Tussen 2000 en nu is die aanpak, het ´Leuvens protocol´ genoemd, toegepast bij 10 patiënten. Negen daarvan zijn nog in leven.

Internationaal bekroond

In juni zijn de resultaten van het darmtransplantteam onder leiding van professor Jacques Pirenne voorgesteld tijdens het internationale darmtransplantcongres in Oxford. Het Leuvens protocol is er bekroond in de vorm van een Young Investigator Travel Grant (uitgereikt door The international Transplantation Society – TTS) voor dr. Laurens Ceulemans.