Na de chirurgische verwijdering van een borstgezwel, kan de patiënt een aantal wonden hebben. Ter hoogte van de borst, ter hoogte van de oksel en aan het insteekpunt van de wonddrain.

Voor de wondverzorging willen we vooral de wonde aan het insteekpunt van de wonddrain verder toelichten, omdat de patiënt die vaak zelf verzorgt.

Tijdens de operatie wordt er bij de patiënt een wonddrain ingebracht. Dat is een dun slangetje dat in het wondgebied ligt. Deze drain wordt aangesloten op een plastic redonpot die het wondvocht opvangt. De wonddrain wordt met een hechting vastgemaakt op de plaats waar hij het lichaam binnengaat. Op die plaats is er dan een wonde die normaal droog is, geen korst heeft, en niet rood ziet. De patiënt moet één keer per dag de wonde verzorgen. Ook de borstwonde en okselwonde moeten dagelijks geïnspecteerd worden. Enkel in bepaalde gevallen moet er hiervoor wondzorg gebeuren.

Hoe moet de wonde aan het insteekpunt van de drain verzorgd worden?

Eén keer per dag moet u of de verpleegkundige de wonde aan het insteekpunt van uw drain inspecteren en verzorgen. U gaat als volgt te werk:

  1. Probeer zo hygiënisch mogelijk te werken. Voor u uw handen wast, verwijdert u altijd uw ringen, armbanden en horloge. Was daarna uw handen met vloeibare zeep. Was de handpalmen en de handrug en besteed extra aandacht aan de ruimte tussen de vingers, de vingertoppen, de duimmuis en de polsstreek. Droog de handen af met een papieren doek of een zuivere handdoek. Ontsmet daarna uw handen met handalcohol.
  2. Reinig daarna het werkoppervlak en verzamel het nodige materiaal.
  3. Neem een wondverzorgingsetje, chloorhexidine in alcohol 70% en steriel kleefverband voor de insteekpunten van de redon.
  4. Neem een proper washandje, een propere handdoek, vloeibare zeep en een afvalzakje. 
  5. Maak uw bovenlichaam bloot en was uw romp en beide oksels.
  6. Verwijder het bedekkend verband.
  7. Daarna wast u opnieuw uw handen met vloeibare zeep en ontsmet u opnieuw uw handen met handalcohol.
  8. Open de verzorgingsset.
  9. Observeer zowel de borst- en okselwonde als het insteekpunt. Volgende problemen moet u vermelden op uw wondzorgformulier: een rode huid, warm aanvoelende huid, blaarvorming, etter op de kompressen, korsten, eventuele veranderingen in de wonde.
  10. Ontsmet het redoninsteekpunt met de chloorhexidine in alcohol 70%.
  11. Ontsmet de redonleiding tot ongeveer 2 cm vanaf de huid. 
  12. Dek de insteekpunten van de redon af met steriel kleefverband. Let op dat u dit enkel op het insteekpunt van de drain kleeft, en zeker niet op uw wonde ter hoogte van de borst om bijkomende wondjes of blaren te voorkomen. 
  13. Breng daarna steriel scheurlinnen aan. U kunt ook een linnen doekje of een mannenzakdoek gebruiken. U moet die dan op voorhand grondig met stoom strijken zodat alle bacteriën zijn gedood. 
  14. Kleed u weer aan en laat u daarbij helpen. 
  15. Op uw wondzorgformulier noteert u de hoeveelheid wondvocht in de redonpot en beschrijft u de status van de wonde. U moet dagelijks het debiet over 24 uur vermelden. Op basis daarvan beslist de arts wanneer de drain uit mag.
  16. Ruim het materiaal op. 
  17. Was en ontsmet opnieuw uw handen. 

Verzorging van borstwonde en okselwonde

De patiënt moet ook dagelijks de borst- en okselwonde inspecteren. Na de operatie worden die wonden bedekt met een spray zodat er een soort van film over de wonde wordt gelegd. Deze wonden moeten enkel verzorgd worden als de wonde vochtig is, als er een wondinfectie is, of als de wonde in een huidplooi ligt. Deze verzorging gebeurt best door de thuisverpleegkundige.

De verzorging is afhankelijk van het wondprobleem:

  • Als de hechtingswonde in een huidplooi ligt, dicht is, en niet geïnfecteerd is, moet ze gereinigd worden met NatriumChloride 0,9%. 
  • Als ze open staat, een korst heeft, of geïnfecteerd is, moet ze gereinigd worden met het reinigings- of ontsmettingsproduct dat de arts heeft voorgeschreven. 

Wie contacteren bij problemen?

Uw thuisverpleegkundige of huisarts

Consultatie wondzorg: tel. 016 34 66 60 – op weekdagen van 9u tot 16u

Eenheid 631: tel. 016 34 63 10 – buiten de kantooruren