Inleiding

Het ogenblik treedt aan waarop uw kind mag terugkeren naar de kamer in het kinderziekenhuis. Dit is voor u een vreemd moment. Aan de ene kant bent u blij dat u terug bij uw kind kan blijven, maar aan de andere kant zal u merken dat uw kind niet meer zo intensief gevolgd wordt zoals u gewoon was.

Op de kamer

Alle toeters en bellen zijn weg, de meeste draadjes en buisjes zijn verdwenen en er is geen verpleegkundige meer die vierentwintig uur op vierentwintig met uw kind bezig is. Het is zowel voor u als voor uw kind een enorm grote overgang. U moet wel in uw achterhoofd houden dat de intensivisten uw kind pas zullen laten gaan uit de afdeling intensieve zorgen wanneer ze er van overtuigd zijn dat van nu af alles goed zal gaan met uw kind. U kunt hier op de kamer ook een monitor laten plaatsen, maar u zul merken dat u na een dag of twee ook reeds geruster zult zijn.

Het dagschema op de afdeling ziet er als volgt uit. Wanneer u blijft slapen staat u op wanneer het ontbijt gebracht wordt. Na het eten wast u uw kind, eventueel met de hulp van een verpleegkundige. In de loop van de voormiddag komt een kinderarts uw kind nakijken en verandert eventueel de medicatie of het infuus. Verder komt er viermaal per dag een verpleegkundige de waarden meten, zoals bloeddruk, pols en temperatuur. Dit wordt allemaal in het verpleegkundig dossier genoteerd, zodat de artsen een mooi overzicht hebben.

De resterende draadjes

Uw kind heeft nog een aantal draadjes. Het infuus, de diepe veneuze catheter en de pacemakerdraadjes.

De diepe veneuze catheter is de eerste die verwijderd wordt. Aangezien uw kind al eet en drinkt, is deze catheter van geen nut meer. De rest van de medicatie kan via de mond of via het infuusje in de arm gegeven worden.

Een tijdje later mogen ook de pacemaker draadjes eruit. Een arts zal ze komen verwijderen en nadien een pleister op de wonde plakken. Het verwijderen doet niet echt pijn, maar het is toch een onprettige bedoening.

Als laatste mag het infuusje verwijderd worden. Eenmaal uw kind alles langs de mond neemt (ook alle medicatie), wordt ook dit laatste buisje overbodig en mag het verdwijnen.

Plassen in een potje

Het belang van de urineproductie hebben we vroeger al bekeken. Om de hoeveelheid urine te meten werd er tijdens de operatie een catheter in de blaas geplaatst. Enkele dagen na de ingreep wordt deze catheter verwijderd. Toch blijft de noodzaak om de exacte hoeveelheid urine te kunnen meten. Daarom worden bij zuigelingen de pampers nauwkeurig gewogen. De grotere kinderen moeten eerst op een bedpan en nadien op een potje plassen, zodat men kan meten hoeveel urine de nieren produceren. Kinderen hebben vaak problemen met in bed op de pan of in een flesje te plassen. Dit is ook zeer goed te begrijpen: de kinderen hebben nog niet zo lang geleden geleerd om op een potje of het toilet te gaan zitten. Bovendien blijft zo een bedpan of een fles een vreemd en kil ding. Zelfs de meeste volwassenen ervaren dit als iets zeer onprettigs. Meestal gooit de ziekenhuisopname de zindelijkheidstraining volledig in de war. Maar die kan later weer herbegonnen worden. Dat mag dus nu geen probleem vormen.

De kinesitherapie

De longen worden tijdens en na de operatie door de beademing in zekere mate beschadigd. Het duurt enkele weken alvorens het fijne longweefsel ( de trilhaarcellen) volledig hersteld zijn. Dit kan gedeeltelijk opgevangen worden door het ophoesten van de slijmpjes. Het kind zal dus veel hoesten, wat met het litteken van de ingreep een pijnlijke zaak is. Door zacht en regelmatig op de borstkas te kloppen - tapoteren - of door met een vibrerend toestel over de borstkas te wrijven, zal de kinesist trachten de slijmen los te krijgen. Zo kan uw kind ze gemakkelijker ophoesten. Ook zal hij of zij uw kind spelenderwijs oefeningen aanleren waardoor het diep moet ademen. Deze oefeningen zijn belangrijk om het genezingsproces goed te doen verlopen.

Het gaat steeds beter

Wanneer het infuus weg is, gaat het zienderogen beter met uw kind. Het kan nu weer zijn eigen kleedjes dragen en u mag er af en toe mee gaan wandelen over de gang. Laat uw kind wel zijn of haar tempo volgen. Als het moe is gaat het wel vanzelf rusten. Later mag u zelfs uw kind al eens meenemen van de afdeling voor een kleine wandeling. Wanneer het mooi weer is en wanneer de arts er mee instemt, mag u zelfs even buiten gaan wandelen om een luchtje te scheppen.

Na een paar dagen beginnen de artsen over het ontslag te praten. Wanneer uw kind goed eet en drinkt, goed plast en verder geen problemen stelt, mag men beginnen denken aan naar huis gaan.

Naar huis

Het terug naar huis gaan moet voor de gehele familie een feest zijn. Zowel de ouders als de broertjes of zusjes hebben vol verwachting naar deze gebeurtenis uitgekeken. En iedereen heeft geleden onder de spanning. Thuis kan de rest van het gezin misschien zorgen voor een verrassing. Dat kan om het even wat zijn: tekeningen, slingers, een groot geschenk,... Laat het kind kiezen wat er de eerste dag op tafel komt, en laat het meteen ook de taart kiezen. Vergeet ook niet uw andere kinderen te knuffelen en aandacht te geven. In deze moeilijke tijden hebt u zeer veel aandacht moeten geven aan uw zieke kind, waardoor de andere kinderen wellicht een beetje op de achtergrond zijn beland. Laat hen merken dat u hen gemist hebt. Geef aan ieder de kans om zijn verhaal te doen. Misschien kunt u ook de andere kinderen een geschenkje geven. Let erop dat uw kind zich de eerste dagen niet al te veel vermoeit. Vraag daarvoor begrip bij de aanwezige familieleden en vrienden.

En dan de weken die volgen

Op medisch vlak kreeg u reeds bij het ontslag wat tips en zaken waar u moet op letten. U kreeg ook een vervolgafspraak bij de kindercardioloog mee.

Op het sociale vlak moet uw kind terug gaan functioneren in het sociale leven. Het zal du weer moeten gewoon worden aan de dagelijkse gang van zaken bij jullie thuis. Ook zal het moeten wennen aan het feit dat het nu minder aandacht krijgt dan in het ziekenhuis. Een kind dat na de operatie ene schat van een kind was, kan plots een lastig pak worden. Dit is heel normaal. Als u hier begrijpend en geduldig op reageert, kunt u dit alles in goede banen leiden. Verleg per week uw grenzen naar die van voor het verblijf in het ziekenhuis. Denk er steeds aan dat achter het gedrag en de uitspraken van uw kind een achterliggende gedachte kan steken. Probeer die te vinden en te kijken wat u er kan aan doen.

Verder vindt u nog wat informatie en tips over de verzorging van uw kind thuis.