Na de operatie wordt uw kind overgebracht naar de intensieve zorgen. Na een hartoperatie moet uw kind immers veel zorgvuldiger gevolgd worden dan op een gewone afdeling mogelijk is. Ook kan u vanaf hier de evolutie van uw kind weer stapsgewijs volgen. 

Uw eerste bezoek aan de afdeling intensieve zorgen kan een heel intense ervaring zijn. U komt in een omgeving die voor u vreemd is, na een bijzonder stressvolle periode. U kan zich aanmelden aan de receptie van de afdeling en even in de wachtzaal plaatsnemen totdat iemand u komt halen.

Sommige mensen vragen een bezoek aan de afdeling aan nog voor de operatie plaatsheeft. Het is voor vele ouders immers beangstigend om die - voor hen vreemde - afdeling te betreden en dan hun kind aan een heleboel draden en naast complexe machines te zien liggen. Het verplegend personeel kan u voorbereiden op wat u en uw kind te wachten staat.

U zult merken dat uw kind - net zoals alle andere patiënten op deze afdeling - naakt in bed ligt. Dit kan niet anders, omdat al die buisjes en slangetjes het onmogelijk maken om uw kind op een normale manier aan te kleden. Bovendien is het voor de verpleegkundigen en de artsen veel gemakkelijker om het te verzorgen en op te volgen. Tijdens het bezoekuur worden alle patiënten wel met een laken toegedekt.

Patiënt op intensieve zorgen

De eerste vierentwintig uur na een ingreep zijn de belangrijkste. Dit is de fase waarin het hartje van uw kind zich moet aanpassen aan de nieuwe situatie. Het bloed loopt immers anders dan voor de ingreep en ook de drukken in het hart zelf kunnen zeer verschillend zijn. Wanneer u uw kind bezoekt, zult u merken dat de handjes zijn vastgebonden. Dat gebeurt omdat uw kind bewust en onbewust de neiging heeft om alle buisjes en slangetjes uit te trekken (ook volwassenen doen dit). Vanaf het ogenblik dat blijkt dat het kind de situatie begrijpt en aanvaardt, worden de handjes losgemaakt.

Wanneer de eerste vierentwintig uren voorbij zijn, hebben de artsen alle gegevens en resultaten op een rijtje gezet. Indien deze resultaten goed zijn, worden de apparaten waaraan uw kind gekoppeld ligt een voor een afgekoppeld. Dit is een stapsgewijs proces dat afhankelijk is van de ingreep en het recuperatievermogen van het kind. Voor uw kind en voor uzelf is dit keer op keer een triomf.

Baby op intensieve zorgen

U ziet uw kind zienderogen beter worden. Een kind is zeer teer, maar heeft tegelijkertijd een ongelofelijk recuperatievermogen. U moet voor uzelf het genezingsproces op de intensieve zorgen zien als een ladder waarbij u zich bij elke stap aan een sport kunt vasthouden en optrekken. Zolang uw kind op de intensieve zorgen verblijft wordt het gevolgd door een heel team: de intensivisten (artsen die gespecialiseerd zijn in intensieve zorgen), de hartchirurgen, de kindercardiologen, de gespecialiseerde verpleegkundigen, diëtisten, kinesitherapeuten,...

We willen dit feit enkel benadrukken opdat u zich wat geruster zou voelen. De patiënten worden vierentwintig uur op vierentwintig intensief gevolgd en verzorgd. Dit is de voornaamste reden waarom de bezoekuren tot een minimum beperkt zijn. Maar u kan wel op elk ogenblik van de dag bellen om te zien hoe het gaat met uw kind. U krijgt ter plaatse dit telefoonnummer.

Het bezoek zelf

Uw houding tijdens uw bezoek is van groot belang voor uw kind. Hoe moeilijk het voor u emotioneel ook is, voor uw kind is uw aanwezigheid hoe beperkt ook - van essentieel belang. Wanneer u uw kind bezoekt, is het uiterst belangrijk steeds positief te blijven ten opzichte van uw kind. Zelfs al is het onder verdoving, dan is het niet uitgesloten dat het uw stem hoort. Het is niet gemakkelijk om sterk te blijven wanneer u uw oogappel daar zo ziet liggen. Dat is ook zeer goed te begrijpen. U hebt er dan al een paar slapeloze nachten opzitten, u hebt de laatste dagen zo veel verschillende emoties moeten verwerken; verdriet, angst, hoop, onzekerheid, opluchting. Tracht tegenover uw kind dit alles zoveel mogelijk te beheersen. Een kind neemt zeer snel spanning over. Maar wanneer u zich positief opstelt, zal het beter 'vechten'. Het kan een troost zijn te weten dat een kind zich later zeer weinig herinnert van het verblijf op intensieve zorgen.

Om u beter te wapenen tegen alle onzekerheid en angsten, zullen we u nu wat meer uitleg geven over alle apparaten die uw kind helpen om van de ingreep te herstellen. Wanneer u weet waarvoor ze dienen, zullen ze u minder vreemd voorkomen.

De apparaten

1. het beademingsapparaat

De meeste kinderen worden na een operatie beademd. De ademhaling wordt door een toestel overgenomen. Het toestel blaast een mengeling van lucht en zuurstof in de longen en regelt het ademhalingsritme. Hierdoor moet het kind zelf geen inspanning leveren en wordt het pas geopereerde hart wat ontlast. Hoelang uw kind moet beademd worden, is niet te voorspellen. Dit verschilt van kind tot kind. Meestal kunnen de artsen op de afdeling u meer vertellen. Nog voor de operatie, als het kind al onder volledige verdoving is, heeft de anesthesist al een buisje geplaatst in de luchtwegen. Dit buisje wordt verbonden met een tube waarop twee buisjes aangesloten worden. Die staan in verbinding met het beademingsapparaat. Het kind heeft hier weinig of geen last van. Wel zult u merken dat uw kind tijdens deze periode geen geluid voortbrengt omdat het buisje over de stembanden is geplaatst. Op het ogenblik dat uw kind niet meer beademd wordt door het toestel, en dus zelf ademt, zal het een paar dagen haas zijn. Het ontkoppelen van de beademingsapparatuur gebeurt geleidelijk, afhankelijk van de conditie van uw kind. Wanneer het zelf ademt, krijgt uw kind een neusbrilletje of een koepeltje met de zelfde samenstelling van lucht een zuurstof als het beademingstoestel. Geleidelijk aan wordt dan de zuurstoftoevoer afgebouwd.

Beademingstoestel

2. de monitor

De monitor zorgt voor een continue controle van het hartritme, de bloeddruk en de temperatuur.

- het hartritme

Op de borstkas van uw kind zijn een vijftal pleisters gekleefd die met kabeltjes verbonden zijn aan de monitor. Er wordt constant een ECG gemaakt. Dit is een elektrocardiogram , die de frequentie en het ritme van de hartslag weergeeft. U zult ook twee fijne draadjes opmerken die onderaan het borstbeen naar buiten komen. Dit zijn de pacemaker-leidingen. Mochten er plotse hartritmestoornissen optreden, dan kan het hart terug impulsen krijgen van een pacemaker buiten het lichaam. De naaldjes aan de twee draadjes worden dan aangesloten op een pacemaker die in de kamer aanwezig is. Het gebeurt zelden dat dit nodig is. U moet dit dus enkel als een veiligheidsmaatregel zien. Deze draadjes blijven meestal zitten tot vlak voor het ontslag uit het ziekenhuis.

- de bloeddruk

In de pols, of soms in het voetje, is een fijn buisje aangebracht: een catheter. Deze catheter laat toe om op elk ogenblik de boven- en de onderwaarde van de bloeddruk te bepalen. Het helpt de artsen om te weten hoe het hart werkt en of er vocht of bloed moet toegediend worden.

- de temperatuur

Door middel van een thermometer wordt de lichaamstemperatuur gemeten. Het is normaal dat uw kind een verhoging van de temperatuur heeft na zo een zware ingreep.. het is dan uiteraard een goed teken wanneer de temperatuur gaat zakken. Soms wordt de temperatuur gemeten aan de ledematen door middel van een vastklevend plaatje met een lichtje. Meestal gebruikt men hiervoor echter een neussonde, omdat die nauwkeuriger zijn. Bij heel kleine kinderen is het soms nodig om hen wat te helpen met het op peil houden van hun lichaamstemperatuur. Zij koelen immers zeer snel af. Boven hun bedje wordt dan een verwarmingstoestel geplaatst.

Monitor

3. het aspiratiesysteem

Men zou dit toestel kunnen vergelijken met een stofzuiger. Het maakt veel lawaai, maar het doet nuttig dienst. Hart en longen zijn zeer sterk op elkaar afgesteld. Doordat tijdens de operatie het hart niet normaal kon werken, hebben ook de longen minder doorbloeding gekregen. Hierdoor hebben zij hun zuiverende functie niet kunnen uitvoeren. Alle secretiemateriaal van de longen hebben zich dus opgestapeld. Met een fijn slangetje kan men ter hoogte van de keel al heel wat van die slijmen verwijderen. Dit is ook zeer belangrijk in het herstel van uw kind, omdat het anders al die fluimen zelf zou moeten ophoesten en daardoor uitgeput zou raken. 

Aspiratiesysteem

4. het thoraxafzuigsysteem

 De wonde aan het hartje van uw kind is net zoals elke andere wonde. Ook hier wordt er wondvocht geproduceerd. Dit wondvocht moet worden verwijderd omdat het anders zou opstapelen en kunnen infecteren. Daarom wordt er tijdens de operatie rond het hart een buisje (een 'drain') geplaatst dat aangesloten wordt op een speciaal afzuigsysteem. Dit kan ook met twee slangetjes gebeuren. Dit soort van afzuigsysteem noemen artsen 'drainage'. Wanneer men in de collector ziet dat na een paar dagen de wondvochtproductie afneemt, worden de buisjes verwijderd. Dit is een korte ingreep die door een chirurg gedaan wordt. Het doet even pijn, maar dit is van korte duur.

Thoraxdrain

5. de pompen

 Naast het bedje kan men ook nog een aantal toestellen met spuitjes erop zien staan. Dit zijn de pompen waarmee medicatie wordt gegeven aan uw kind. Dit soort pompen kan men zeer fijn afstellen zodat de medicatie op een constante wijze en zeer precies wordt toegediend.

Pompen

6. urineafvoer

Na een hartoperatie is het zeer belangrijk dat ook de urineproductie zeer nauwkeurig gevolgd wordt. We hebben immers al gezien dat de longen tijdens de ingreep wat zuurstofgebrek kunnen geleden hebben. Zo ook de nieren. De nieren zijn immers ook afhankelijk van de bloedtoevoer uit het hart. Wanneer ze een korte tijd in zuurstofnood gezeten hebben, heeft dit al meteen een effect op de urineproductie. Om deze reden wordt de urineafvoer nauwkeurig gemeten. Vlak voor de ingreep werd er bij uw kind een catheter in de blaas aangebracht. Deze catheter voer alle urine naar een collectorzak waar men duidelijk kan aflezen hoeveel urine er in de zak komt. Aan de andere kant berekent men ook hoeveel vocht het kind toegediend krijgt via het infuus en de pompen. De aanvoer en afvoer van vocht worden zo nauwkeurig in evenwicht gebracht. Wanneer uw kind bijvoorbeeld te weinig urine produceert, kan men vochtafdrijvende medicatie geven waardoor het evenwicht weer hersteld wordt.

Urineafvoer

7. de voeding

De eerste twee dagen na een ingreep kan uw kindje nog niet eten. Alle organen zijn na de operatie nog in een sluimerende toestand. Ook de maag is nog niet in staat om haar taak normaal verder te zetten. Moesten we uw kind nu voedsel geven, dan zou het dit dadelijk uitbraken. Om de maagsappen te verwijderen, wordt er een maagsonde geplaatst die constant alles afzuigt en terzelfdertijd worden er medicamenten gegeven die de zure sappen neutraliseren. De voeding wordt deze eerste dagen toegediend via de diepe veneuze catheter (het grote infuus in de hals). Zodra de darmen beginnen te werken, krijgt uw kind voeding langs de mond. Wanneer het dit goed verdraagt, mag de maagsonde verwijderd worden.

Sonde

Terug naar de kamer

Op het ogenblik dat het zowel lichamelijk als geestelijk beter gaat met uw kind, zullen de intensivisten beslissen dat uw kind naar de kamer op de kinderafdeling kan terugkeren.

Hoeveel dagen na de operatie dat dit gebeurt, valt niet te voorspellen. U mag het verblijf op de intensieve zorgen afdeling niet zien in functie van dagen, maar eerder in functie van stappen, telkens kleine overwinningen.