INVASIEVE ASPERGILLOSE
Behandelingsstrategieën 
De optimale timing om te starten met antifungale therapie in immuungecompromitteerde patiënten wordt uitgebreid bediscussieerd in de literatuur. Actuele strategieën om antifungale therapie op te starten in het kader van invasieve schimmelinfecties zijn profylaxe, empirische therapie en diagnostisch gedreven/gerichte behandeling. Deze strategieën worden hieronder kort toegelicht, voor meer informatie wordt verwezen naar de literatuur (o.a. Maertens J et al. J Antimicrob Chemother 2011; 66 Suppl 1: i37-43). 
Profylaxe  
Toediening van breedspectrum antifungale therapie (zoals posaconazol) aan alle patiënten met een verhoogd risico op invasieve schimmelinfectie, bij wie op het ogenblik van starten met therapie geen enkel vermoeden is van actieve infectie. Posaconazol siroop is terugbetaald voor de preventie van schimmelinfecties tijdens de remissie-inductietherapie en consolidatietherapie van AML/MDS en tijdens de Graft-versus-Host periode na een allogene stamceltransplantatie voor een maximale duur van 6 maanden. 
Empirische behandeling  
Toediening van breedspectrum antifungale therapie aan hematologische patiënten met verlengde neutropenie en persisterende koorts onder 72 à 96u breedspectrum antibiotische therapie, in afwezigheid van andere klinische symptomen, of radiologische of biochemische bevindingen die op invasieve schimmelinfectie wijzen. Liposomaal amfotericine B en caspofungine worden in deze indicatie terugbetaald. 
Diagnostisch gedreven/gerichte behandeling  
Dit is een diagnostisch gedreven strategie waarbij patiënten at risk voor invasieve Aspergillose prospectief diagnostisch worden opgevolgd. Op basis van bepaalde diagnostische testen (vb. letsel op HRCT), positieve mycologische testen (vb. serum galactomannan) en in aanwezigheid van suggestieve klinische symptomen wordt de diagnose van proven of probable invasieve Aspergillose gesteld en breedspectrum antifungale therapie opgestart. 
Eerste lijnsbehandeling: op basis van de enige gerandomiseerde studie bij invasieve Aspergillose gaat de voorkeur uit naar voriconazol, wat terugbetaald is voor bewezen (proven) of waarschijnlijk geachte (probable) invasieve Aspergillose, zoals gedefinieerd in de meest recente criteria van de EORTC/MSG voor Invasive Fungal Disease. 
Salvage therapie: bij patiënten die onvoldoende reageren op eerstelijnstherapie met voriconazol ofwel ernstige intolerantie of nevenwerkingen vertonen op voriconazol kan liposomaal amfotericine B of caspofungine gebruikt worden. 
Combinatietherapie: het gecombineerd gebruik van twee of meer antifungale middelen wordt in de regel niet aanbevolen wegens gebrek aan efficaciteitsgegevens. 
Gevoeligheid en breekpunten 
Gevoeligheidsbepaling voor azolen is aangewezen indien een isolaat beschikbaar is. Resistentie van A. fumigatus tegen triazolen is beperkt (3% in 2012), maar komt voor, ook bij patiënten die nooit behandeld werden met triazolen in het verleden. Daarnaast kan ook resistentie ontstaan onder langdurige behandeling (vb. in geval van chronische behandeling van ABPA). 
Behandeling per ziektebeeld 
Ziektebeeld  Risicogroep  Keuze therapie  Alternatief 
Invasieve Aspergillose(proven en probable volgens EORTC-MSG criteria)  Neutropenie / stamceltransplantatie  voriconazol   liposomaal amfotericine B caspofungine posaconazol  
  Levertransplantatie  voriconazol   liposomaal amfotericine B caspofungine posaconazol  
  Hart- en hartlong transplantatie  voriconazol   liposomaal amfotericine B caspofungine posaconazol  
  Niertransplantatie  voriconazol   liposomaal amfotericine B caspofungine posaconazol  
  Steroidtherapie  voriconazol   liposomaal amfotericine B caspofungine posaconazol  
  HIV/AIDS  voriconazol advies infectiologie ivm interacties  liposomaal amfotericine B caspofungine posaconazol  
  Andere  voriconazol   liposomaal amfotericine B caspofungine posaconazol  
Tracheobronchitis Aspergillose   Longtransplantatie  voriconazol   liposomaal amfotericine B caspofungine posaconazol  
Cerebrale Aspergillose     voriconazol   liposomaal amfotericine B 3 tot 10 mg/kg , advies infectiologie ivm exacte dosering 
Chorioretinitis Aspergillose     Advies infectiologie en oftalmologie  Advies infectiologie en oftalmologie 
Allergische bronchopulmonale Aspergillose   Cystische fibrose  Steroiden +/- itraconazol 1 X 200 mg P.O. per dag   
Chronisch necrotiserende pneumonie Aspergillose   Steroidtherapie  itraconazol 1 X 400 mg P.O. na oplaaddosis itraconazol 1 X 600 mg P.O. gedurende 4 dagen