Zwangerschapscontroles
Zwanger zijn is geen ziekte, maar een heel natuurlijk gebeuren. Medische controles zijn toch aangewezen omdat uw lichaam tijdens de zwangerschap ingrijpende veranderingen ondergaat en een nieuw evenwicht moet vinden. De bedoeling van deze controles is deze veranderingen te ondersteunen en eventuele abnormale veranderingen op te sporen en bij te sturen. Bovendien is het belangrijk dat uw algemene toestand en de ontwikkeling van uw kind in de baarmoeder worden gevolgd.
Hoe vaak op medische controle?
De opvolging van uw zwangerschap kan gezamenlijk met uw huisarts/vroedvrouw gebeuren.
Uiteraard verschilt de regelmaat van de consultaties van vrouw tot vrouw. Zo is het aantal controles onder meer afhankelijk van uw toestand en van het aantal vorige zwangerschappen.
Meestal verloopt elke controle volgens hetzelfde schema.
- Raadpleeg uw huisarts/vroedvrouw of gynaecoloog zo snel mogelijk bij problemen.
Eerste onderzoek
Bij het eerste bezoek aan het ziekenhuis meldt u zich bij de inschrijvingen of de inschrijvingsautomaat. Daarna meldt u zich aan bij de consultatie en neemt u plaats in de wachtkamer.
Als u bij uw huisarts een verwijsbrief of bloedresultaten hebt gekregen, breng die dan zeker mee bij uw eerste afspraak. Voor alle volgende afspraken krijgt u van ons een afsprakenkaartje.
Breng ook uw SIS-kaart bij elk bezoek mee.
De consultatie verloskunde werkt uitsluitend op afspraak. Alleen als er problemen zijn die niet kunnen wachten tot het eerstvolgende bezoek, kunt u zonder afspraak op de consultatie terecht bij de dokter met wachtdienst.
Uw partner mag bij elk bezoek en elk onderzoek aanwezig zijn.
Als u aan de beurt bent, wordt u eerst gewogen. Uw gewicht wordt geregistreerd bij het begin van de zwangerschap, zo kunnen de vroedvrouw en de arts uw gewichtstoename nauwkeuriger volgen. We vragen u ook een urinestaal voor onderzoek en nemen uw bloeddruk. Het resultaat delen we u onmiddellijk mee.
De arts of vroedvrouw zal met u een vraaggesprek houden. Tijdens dit vraaggesprek informeert hij naar uw algemene toestand, maar ook naar vroegere ziektes en operaties bij uzelf of in uw familie. Ook uw menstruele cyclus, eventuele voorafgaande anticonceptie evenals vorige zwangerschappen en bevallingen worden besproken. Aan de hand van de datum van de eerste dag van de laatste menstruatie kunnen we de vermoedelijke bevallingsdatum berekenen. Een normale bevalling kan plaatsvinden van drie weken voor, tot tien dagen na de uitgerekende vermoedelijke bevallingsdatum.
Tijdens dit eerste onderzoek gebeurt er een algemeen lichamelijk onderzoek. De arts zal onder andere uw buik onderzoeken om de grootte van de baarmoeder in te schatten. Als het nodig is, zal de arts een vaginaal onderzoek uitvoeren om de toestand van uw baarmoederhals na te gaan. De arts zal tijdens deze consultatie eventueel een bloedafname laten uitvoeren. Met deze bloedanalyse wordt uw bloedgroep en rhesusfactor gecontroleerd, als deze niet gekend zijn. Er wordt nagegaan of u voldoende antistoffen in uw bloed hebt tegen rode hond en toxoplasmose. Als u geen antistoffen tegen toxoplasmose hebt, moet u bepaalde voorzorgen nemen.
De opsporing van hepatitis B gebeurt systematisch. Het opsporen van het hiv-virus (aids) wordt met u besproken.
Latere onderzoeken
Bij latere onderzoeken controleert men:
-
lichaamsgewicht: dit geeft een idee over de groei van de baby, de hoeveelheid vruchtwater, eventuele vochtopstapeling (oedemen), ...
-
bloeddruk en polsslag: deze worden gecontroleerd om een zwangerschapsvergiftiging (pre-eclampsie) vroegtijdig te ontdekken. zwangerschapsvergiftiging is een verwikkeling waarbij de bloeddruk stijgt en eiwit in de urine verschijnt. Deze toestand moet van dichtbij worden opgevolgd omdat dit ernstige gevolgen kan hebben voor uzelf en uw kind.
-
urine: wordt gecontroleerd op suiker (glucose) om diabetes op te sporen en op eiwit (albumine) om te kijken of er geen zwangerschapsvergiftiging of urineweginfecties zijn.
-
grootte van de baarmoeder: door te voelen of de baarmoeder zich goed ontwikkelt, krijgen we een idee van de groei van de baby. We kunnen zo ook de ligging van de baby bepalen, evenals het indalen van het kindje in het kleine bekken.
-
ligging van de baby: dit kan door onderzoek van de buik of met behulp van een echografie.
-
hartslag van de baby: gebeurt bij elke controle. Normaal klopt het hartje tussen de 120 en 160 keer per minuut.
-
rijpheid van de baarmoederhals: door het vaginaal onderzoek kan de arts of vroedvrouw nagaan of de baarmoederhals gesloten en lang blijft. Hij controleert ook of u geen bloed verliest of een infectie hebt opgelopen. Elke infectie moet onmiddellijk behandeld worden!
Prenatale onderzoeken
Echografie
Echografie is een techniek die gebruik maakt van ultrageluidsgolven die zich door het lichaam verplaatsen. Op die manier zal de arts uw buik aftasten en uw ongeboren kindje en de baarmoeder in beeld brengen. In het begin van uw zwangerschap kan dit onderzoek ook vaginaal gebeuren. Een echografie is niet pijnlijk en volledig onschadelijk. Een echo is meestal een geruststellend onderzoek, maar het kan de arts wel waarschuwen als er iets misloopt. In de regel worden drie echografieën gemaakt en terugbetaald door het Riziv, meer bepaald één per zwangerschapstrimester. Als er medische redenen zijn om er meer te laten doen, zal uw arts u daarover informeren.
Echo rond 10 - 12 weken:
-
bepalen van de juiste zwangerschapsleeftijd
-
vaststellen van een eventuele meerlingzwangerschap
-
opsporen van sommige anatomische afwijkingen
-
mogelijkheid tot meting van de nekplooi door een gespecialiceerd arts
Echo rond 18 - 22 weken:
-
ontwikkeling van de baby
-
plaatsbepaling van de moederkoek
-
opsporen van bepaalde misvormingen
Echo rond 30 - 32 weken:
-
groei en ligging van de baby vaststellen
-
de hoeveelheid vruchtwater meten
-
plaatsbepaling van de moederkoek
Cardiotocografie
Om de hartslag van de baby en de activiteit van de baarmoeder te controleren, kan de arts vragen dat er een cardiotocografie (monitor) wordt gemaakt. Hiervoor krijgt u twee banden rond uw buik met daaronder een ultrageluidstop om de harttonen te beluisteren en een drukregistratiestop om de baarmoederactiviteit te meten. U kunt bij dit onderzoek ook zelf de hartslag van de baby horen. De hartslag en baarmoederactiviteit worden geregistreerd op papier of opgeslagen in een computerbestand.
Suikertest
Het is mogelijk dat u tijdens de zwangerschap (tussen 24 en 28 weken) een suikertest moet laten uitvoeren. Voor dit onderzoek hoeft u niet nuchter naar de consultatie te komen. U krijgt een afgemeten hoeveelheid suikeroplossing (50 g) te drinken. Eén uur later wordt dan een buisje bloed afgenomen. Als uw suikerspiegel lager is dan 140 mg/dl is er niets aan de hand. Is die waarde hoger dan zal men een suikerbelastingtest (OGTT) doen. Deze test vindt plaats op de afdeling Functiemetingen Verloskunde-Gynaecologie. Hiervoor zal een afspraak worden gemaakt. Voor dit onderzoek mag u vanaf 24 uur de avond tevoren, niets meer eten, drinken of roken. Met andere woorden, u dient nuchter naar de afdeling te komen.
Men zal eerst bloed afnemen, daarna drinkt u 100 g suikeroplossing. Hierna wordt er nog driemaal bloed afgenomen met telkens een tussenpauze van een uur. Indien er twee of meer waarden gestoord zijn, spreekt men over zwangerschapsdiabetes. Men zal u dan een dieet en eventueel insuline voorschrijven. Over zwangerschapsdiabetes en suikerziekte kunt u een folder verkrijgen op de raadpleging.
