Werking van het hart voor de geboorte
Deze medische info bespreekt u best met uw arts tijdens een consultatie.
U probeert een film te starten. Dit lukt niet omdat u ofwel niet beschikt over de nieuwste versie van de Adobe Flash® speler, ofwel JavaScript niet geactiveerd is. Beide zijn nodig om de film te kunnen spelen.
You are trying to load a film. Either you do not have the newest version of Adobe Flash®, or you have JavaScript disabled. To play the film, you must ensure you have these capabilities.
| Klik op het camera icoon om de film te bekijken. | Klik op het draaien icoon om een 3D-model of doorsnede te bekijken. Sleep de muis over het model om het te draaien. | ||
| Klik op het tekst icoon om de gesproken tekst te herlezen. | Klik op het dia icoon. Beweeg de muis over de opgelichte punten voor meer informatie. Gebruik de pijltjes om te bladeren. |
Weergave van de gesproken tekst
Al snel na de bevruchting beginnen zich het hart en de bloedsomloop van de foetus te vormen. Aan het einde van de vijfde zwangerschapsweek is het hart van de foetus in staat bloed door het eigen lichaam te pompen. Omdat de longen van een foetus pas na de geboorte gaan functioneren, als de baby begint te ademen, voorziet de moeder het ongeboren kind van zuurstofrijk bloed.
Het hartje van een foetus ontwikkelt zich en er ontstaan vier holten en vier kleppen, net als bij een volwassene. Maar omdat de longen van de foetus pas na de geboorte worden gebruikt, moet het bloed om de longen heen worden geleid. Er ontwikkelen zich in het foetushart twee structuren die zorgen dat het bloed wordt omgeleid: het foramen ovale en de ductus arteriosus. Het foramen ovale is een opening tussen de linker- en de rechterboezem. De ductus arteriosus is een bloedvat dat de aorta met de longslagader verbindt.
Bij een normale prenatale bloedsomloop levert het lichaam van de moeder, via de placenta en de navelstreng, zuurstofrijk bloed aan de onderste holle ader (vena cava) van de foetus. De holle ader ontvangt ook zuurstofarm bloed uit het lichaam van de foetus. Zowel het zuurstofrijke als het zuurstofarme bloed stroomt via de holle ader in de rechterboezem.
Het grootste deel van het gemengde bloed in de rechterboezem wordt via het foramen ovale in de linkerboezem gestuwd. Van daaruit stroomt het in het linkerventrikel, die het bloed in de aorta pompt. De aorta voert het bloed naar het lichaampje van de foetus.
Het overgebleven bloed in de rechterboezem stroomt het rechterventrikel binnen, en vandaar wordt het via de longslagader naar de longen gepompt. Maar omdat de longen nog niet als ademhalingsorgaan functioneren, wordt het bloed uit de longslagader via de ductus arteriosus naar de aorta omgeleid. En ook nu voert de aorta het bloed naar de foetus.
Na de geboorte sluiten het foramen ovale en de ductus arteriosus zich zodra de baby begint te ademen. Zuurstofarm bloed in de rechterkant van het hart wordt nu via de longslagader naar de longen gepompt. Zuurstofrijk bloed stroomt naar de linkerkant van het hart en wordt via de aorta naar de rest van het lichaam van de pasgeboren baby gepompt.
Gerelateerde films
Bekijk ook onze andere brochures en films.
