Voeding bij enkelzijdige lip- en verhemeltespleet

Vanaf de geboorte
Na sluiten van het weke verhemelte
Na sluiten van het harde verhemelte 

Vanaf de geboorte

De voedingsproblemen bij kinderen met een unilaterale lip-, kaak- en verhemeltespleet zijn ondermeer afhankelijk van de grootte van de spleet. Door de open verbinding tussen de mond- en de neusholte kunnen deze kinderen moeilijk vacuüm zuigen wat normaal noodzakelijk is voor een krachtige zuigfunctie.

Dit leidt ondermeer tot

  • zich verslikken
  • snel moe worden tijdens het drinken
  • voeding langs het neusje teruggeven
  • te weinig drinken
  • zeer traag drinken
  • te veel lucht binnenkrijgen

 Borst- of flesvoeding
 Sondevoeding
 Vaste voeding
 Voeding voor en na lipsluiting

Borst- of flesvoeding
Borstvoeding is niet altijd mogelijk, maar het is zeker de moeite om het te proberen. De logopedist, verpleegster, kinderarts, of gynaecoloog kan u hierbij adviseren.

Illustratie van flesvoedingBij flesvoeding adviseren we een drie-standen-speen met een brede basis, bijvoorbeeld een Dodie drie-standen-speen (tweede leeftijd). De normale mondmotoriek wordt het beste gestimuleerd door het gebruik van een gewone drie-standen-speen, waarbij de voedingssnelheid eenvoudig kan gevarieerd worden door de fles te draaien.
Indien het voeden op deze manier niet lukt, kan u best overstappen naar een Habermanfles met speciale speen. Een Habermanfles is een hard plastic flesje met membraan en speen. Door de speciale ventielconstructie kan u in de speen knijpen op het drinkritme van de baby. Hierdoor hoeft de baby zelf minder hard te zuigen en zal het voeden sneller en vlotter verlopen.                      

Bijkomende tips:

  • Probeer variaties in houding: houd uw baby tijdens het voeden zoveel mogelijk rechtop met het hoofdje iets naar voren. Dit voorkomt terugvloei langs het neusje en het binnenkrijgen van te veel lucht.
  • Probeer de speen op verschillende manieren in de mond aan te brengen. 
  • Probeer een gewone speen - gezien deze de mondmotoriek het beste stimuleert - en varieer in grootte van de opening of maak een kruisje in het topje van de speen: de melk sproeit uit de speen en verspreidt zich over de hele tong. Een wat oudere speen kan soms de oplossing voor het zuigprobleem bieden.
    Let wel: de melk mag niet naar binnen stromen! Het is belangrijk dat door de baby toch enige zuigactie wordt verricht. 
  • Indien uw baby zich verslikt is dit een teken dat de opening in de speen te groot is. Probeer een andere speen met een kleinere opening. Soms kan het verslikken worden verholpen door een andere voedingshouding aan te nemen. Indien nodig kan de voeding wat worden ingedikt.
  • Melk of voedsel dat langs het neusje terugvloeit is niet zo erg, maar wel vervelend voor de baby. Reinig na de voeding het neusje met wat fysiologisch water.
  • Laat uw baby tijdens het drinken wat vaker boeren.
  • Neem rustig de tijd, maar laat het voeden niet langer dan dertig minuten duren (eventueel wat vaker en minder lang).
  • Blijft u moeilijkheden ondervinden met de voeding en maakt u zich daarover zorgen, aarzel niet de logopedist of uw huisarts/pediater te contacteren.
Sondevoeding

Wanneer uw baby niet in staat is om via aangepaste voedingswijzen voldoende voedsel en vocht op te nemen is men soms verplicht tijdelijk over te gaan op sondevoeding. In samenspraak met de NKO-arts, pediater en logopedist wordt echter zo snel mogelijk naar orale voeding overgeschakeld om de zuigreflex en mondfuncties te ontwikkelen. Zolang uw kindje sondevoeding krijgt raden we het gebruik van een fopspeen aan om de zuigreflex te bevredigen en te behouden.

Vaste voeding

De overgang naar lepelvoeding vormt meestal geen problemen. U volgt best de richtlijnen van Kind en Gezin of van de huisarts/pediater die uw kind volgt:

  • vanaf ongeveer 4 maanden groenten- of fruitpap
  • vanaf 6 maanden drinken uit een bekertje
  • vanaf ongeveer 8 maanden kauwen

Houd er rekening mee dat alle kinderen moeten wennen aan het happen van een lepel en aan een andere samenstelling en smaak van het voedsel. Let vooral op het gebruik van een zacht lepeltje en start met één smaak. Wanneer u merkt dat uw kindje gewoon wordt aan deze nieuwe voedingswijze, kan u beginnen met de smaak en consistentie te variëren.

Bij fruitpap raden wij aan geen citrusvruchten te gebruiken want deze kunnen irriteren als er wat terugvloei langs de neus is.

Voeding na de lipsluiting

Na de lipoperatie zal eerst een beetje suikerwater worden gegeven. De kinderarts beslist wanneer uw kindje terug gevoed mag worden. Als uw kindje voor de ingreep borstvoeding kreeg, mag hij/zij na de operatie terug van de borst drinken. Bij flesvoeding raden we aan om een kruisje in de speen te maken, zodat uw kindje niet krachtig hoeft te zuigen.
De eerste week na de operatie geeft u best enkel vloeibare voeding, nadien nog 3 weken vloeibare en/of zachte voeding. Na een drietal weken is het wondje mooi genezen en mag bij flesvoeding terug met gewone speentjes gevoed worden.

Voeding na sluiten van het weke verhemelte

Illustratie van bordDe dag na de operatie krijgt uw kindje wat water te drinken. Gedurende één week krijgt het enkel vloeibare voeding. Uw kindje mag tot vier weken na de ingreep niet zuigen aan een flesje. Het kind mag wel melk drinken van een bekertje. De melk kan eventueel ook ingedikt worden met Nutriton, rijstvlokken of koekjesmeel en zo met een lepeltje gegeven worden.
Na één week vloeibare voeding, mag uw kindje de volgende drie weken vloeibare en zachte voeding eten zoals:

  • goed gemixte groentepap (eventueel 2 maal per dag)
  • Petit Gervais, vanillepap of platte kaas
  • fruitpap

Vermijd:

  • harde voedingsproducten (vb. koekjes, beschuit)
  • pikante voedingsmiddelen
  • zure vruchten in de fruitpap (vb. citrusvruchten, kiwi)
  • koolzuurhoudende dranken
  • droog brood

 

Voeding na het sluiten van het harde verhemelte 

Illustratie bordDe eerste dagen na de ingreep verloopt de voeding meestal iets minder vlot. Uw kind moet op een andere manier leren slikken. Het durft vaak niet slikken, maar heeft meestal beperkt last van zwelling en pijn. Wanneer uw kind weer vlot eet, mag hij/zij het ziekenhuis verlaten.

Wat uw kind wel mag eten:

  • zachte voeding, gemixt en zonder stukjes
  • bouillon en soep
  • nutridrink
  • (ijskoude) melk
  • ijs
  • brood, eventueel geweekt

Vermijd:

  • verzuurde melkproducten, zoals yoghurt en platte kaas.
  • koolzuurhoudende dranken (frisdrank, spuitwater,…)
  • Ensini: aanvullende voeding die onder andere bestaat uit extra eiwitten, vitaminen en mineralen. Ensini is in verschillende smaken (bosvruchten, perzik/sinaasappel) verkrijgbaar.

Na elke maaltijd moet het mondje gespoeld worden met zoutwater.
Terug thuis blijft uw kind zachte voeding eten tot de wonde goed genezen is. Dit is ongeveer na een viertal weken.