Spraak en taal
Kinderen leren spreken door imitatie van het spreekgedrag in hun omgeving, omdat er vanaf de geboorte in hun omgeving gepraat wordt en omdat er ook specifiek met en tot hen gesproken wordt. Het eerste huilen en de eerste brabbelgeluidjes van uw kind komen vanzelf, het zijn niet-geleerde, spontane geluidjes. Vanaf dan wordt voor de eigenlijke spraak- en taalontwikkeling de interactie met de omgeving erg belangrijk. Kinderen gaan geleidelijk aan meer verschillende geluidjes en daarna eerste woordjes produceren. Ze leren die variaties in klanken en woorden door te imiteren. Vanuit dit nabootsen ontwikkelt zich het spreken en de taal. Een goed gehoor, een goede luisterontwikkeling, voldoende taalgevoeligheid en een taalstimulerende omgeving zijn onmisbaar voor de spraak- en taalontwikkeling van uw kind.
