ECMO
Wat is ECMO?
ECMO staat voor Extra Corporele Membraan Oxygenatie. Het is een speciale procedure die toelaat dat een ziek of gekwetst hart of longen kunnen rusten en beter worden. Het is het gebruik van een hart-longmachine voor patiënten van wie hart of longen falen ondanks maximale therapie. Het ECMO-apparaat werkt als een hart (pomp) en als longen (kunstlong) en neemt de functie over van deze organen zo dat deze kunnen rusten en genezen.
- Wanneer longen ziek worden of beschadigd raken, dan kunnen ze geen zuurstof meer opnemen en koolstofdioxide verwijderen (een afvalproduct van het lichaam).
- Wanneer het hart ziek wordt of beschadigd raakt, dan kan het geen bloed meer op juiste manier door het lichaam pompen.
ECMO is een variant van de extra corporele circulatie zoals gebruikt bij open hartoperaties (zie daar). De opstelling is echter speciaal ontworpen om de patiënt voor langere tijd te ondersteunen.
Hoe werkt ECMO?
ECMO vervangt de functie van de longen en het hart door:
- het bloed uit het lichaam te pompen
- koolstofdioxide te verwijderen
- zuurstof toe te voegen
- om dan het bloed terug naar het lichaam te pompen. Hierdoor kunnen het hart en de longen rusten en recupereren.
Het bloed wordt uit het lichaam gedraineerd via een dikke lange katheter door een pomp. Dit bloed is donker gekleurd omdat het weinig zuurstof bevat. Dezelfde pomp die het bloed uit het lichaam haalt, stuurt het bloed door de oxygenator of kunstlong. In de oxygenator wordt koolstofdioxide uit het bloed geblazen en wordt er zuurstof ingeblazen. Nadat het door de kunstlong is gepasseerd gaat het bloed terug naar de patiënt. Dit bloed is meer helder rood omdat het meer zuurstof bevat.
In de oxygenator die in UZ Leuven gebruikt wordt, zit een warmtewisselaar verwerkt die ervoor zorgt dat de lichaamstemperatuur van de patiënt niet te fel daalt. Dit kan gebeuren omdat het bloed het lichaam tijdelijk verlaat.
Schema opstelling ECMO
De pomp die wij gebruiken is er een centrifugale pomp. Het kan zijn dat er in andere centra andere types van pompen gebruikt worden.
Er zijn nog veel meer leidingen en kabels te zien aan de opstelling. Deze zijn noodzakelijk voor onder meer toediening van medicatie, bloedafnames, monitoring en de veiligheid van het systeem.
Waarom ECMO?
ECMO wordt gebruikt bij patiënten van alle leeftijden bij wie de functie van hart en/of longen uitgevallen is door ziekte of beschadiging. ECMO is echter geen therapie, het laat enkel toe aan de vitale organen om te rusten terwijl medicatie en mechanische beademing het herstel verwezenlijken.
Patiënten die ECMO nodig hebben, hebben meestal één van de volgende aandoeningen:
- Pneumonie
- Ademhalingsfalen door trauma of infecties
- Hartfalen
- Pulmonale hypertensie: verhoogde druk in de bloedvaten van de longen
ECMO kan ook dienen als een overgangsmaatregel voor een transplantatie. De patiënt wordt dan tijdelijk ondersteund totdat er een geschikt donororgaan is gevonden.
Soms gebeurt het ook dat een ECMO meteen na een hartoperatie wordt geplaatst. Dat kan als het hart van de patiënt nog moet herstellen van de ingreep of zich nog moet aanpassen aan de veranderde situatie. Dan wordt de patiënt in de operatiezaal aan de ECMO gekoppeld.
ECMO wordt enkel gebruikt indien alle minder invasieve therapieën de werking van hart en longen niet hebben doen verbeteren.
Wat gebeurt er allemaal tijdens een ECMO?
Indien beslist wordt om iemand te behandelen met ECMO, worden er ‘canules’ geplaatst door chirurgen. Dit zijn lange buizen in kunststof die, afhankelijk van het soort ECMO en de leeftijd van de patiënt, via de grote liesarteries of rechtstreeks via de thorax geplaatst worden.
Meestal zijn dit twee canules, bij pasgeborenen kan het zijn dat er maar ééntje geplaatst wordt (in de halsader).
Eenmaal de canules geplaatst zijn, wordt het extracorporeel systeem eraan gekoppeld en kan de ECMO beginnen. De pomp begint te draaien en er wordt een bepaalde hoeveelheid bloed per minuut door het systeem gepompt. Dit noemt men de ECMO-flow.
Eens de patiënt ‘op ECMO’ staat worden de instellingen van de beademing aangepast om trauma aan de longen te vermijden. Ook medicatie die het hart ondersteunen worden verminderd. Een behandeling met ECMO kan van enkele dagen tot enkele weken duren. Dit is afhankelijk van de aandoening en van het feit of er nevenwerkingen optreden of niet.
Indien de ziekte of beschadiging aan hart en/of longen voldoende hersteld is kan er aan de ‘ontwenning’ van de ECMO gedacht worden. Hierbij wordt de ECMO-flow gradueel verminderd, waardoor het hart en de longen beetje bij beetje weer een deel van het werk moeten overnemen. Wanneer het herstel zodanig is dat de patiënt zonder ECMO kan, wordt de machine gestopt en verwijderd. De patiënt is daarom nog niet volledig hersteld en het kan nog tot enkele weken of zelfs maanden duren eer hij/zij volledig hersteld is.
Het kan ook gebeuren dat de ECMO gestopt wordt omdat de behandeling niet effectief is of omdat er complicaties optreden. Dit is een mogelijkheid waarmee steeds rekening moet worden gehouden.
Welke types ECMO bestaan er?
Er bestaan twee types ECMO:
- Veno-arteriële ECMO of VA-ECMO
Dit type ECMO wordt enkel gebruikt wanneer zowel het hart als de longen ondersteund moeten worden. Hiervoor worden er steeds twee canules geplaatst; één in een grote ader (vene) om het bloed te draineren en één in een grote slagader (arterie) om het bloed terug te geven. - Veno-veneuze of VV-ECMO
Deze wordt gebruikt als enkel de longen moeten ondersteund worden. Hiervoor worden er ook twee canules geplaatst, maar allebei in een grote ader. Bij pasgeborenen kan het gebeuren dat er maar één canule (in de halsader) geplaatst wordt bij dit type ECMO. Deze canule heeft dan wel twee openingen.
Zowel bij kinderen als volwassenen
ECMO kan gebruikt worden bij zowel kinderen als volwassenen. Van pasgeborenen van één dag oud tot ouderlingen. Het ECMO-circuit wordt aangepast aan het gewicht van de patiënt. Hoe hoger het gewicht, hoe meer flow er moet gedraaid worden en hoe groter alle leidingen, pompen, canules en oxygenators.
Risico’s verbonden aan ECMO
Mensen die ECMO nodig hebben zijn ernstig ziek en zouden zonder deze ondersteuning hoogstwaarschijnlijk overlijden. Deze procedure is echter niet zonder risico’s.
- Bloeding
Er wordt een product, heparine genaamd, gegeven aan de patiënt om te voorkomen dat het bloed gaat stollen door het contact met de lichaamsvreemde stoffen van het systeem. Hoewel de ‘stolbaarheid’ van het bloed regelmatig gecontroleerd wordt, kan het zijn dat er toch nog bloedingen optreden. Dit kan aanleiding geven tot bloedtransfusies of een chirurgisch nazicht. Voor pasgeborenen is vooral een hersenbloeding een gevaarlijke complicatie; er wordt dan ook extra aandacht aan besteed om dit te voorkomen. - Bloedklonters
Kleine bloedklonters kunnen zich in de bloedbaan van de patiënt begeven. Dit kan leiden tot ernstige beschadigingen aan vitale organen zoals de hersenen en nieren. - Beroerte
Een beroerte kan veroorzaakt worden door een bloeding of een bloedklonter in de hersenen. - Plaatsen van de canules
Om de canules in de bloedvaten te plaatsen wordt er een kleine heelkundige ingreep verricht. Dit houdt alle risico’s van een dergelijke ingreep in:- Er kan bloeding optreden
- Er kan een infectie optreden die zich in de bloedbaan kan nestelen en schade toebrengen aan de organen.
Indien u nog vragen mocht hebben, aarzel dan niet om contact met ons op te nemen.Verdere uitleg over ECMO kunt u vinden bij onze links. Deze links zijn echter meestal in het Engels.
