Deze website draagt het AnySurferlabel, een Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites. Meer informatie vindt u op www.anysurfer.be.

Na de operatie

Terug naar de kamer

Patiënt keert terug naar de kamerNa de transplantatie verblijft uw kind 24 uur op de intensieve afdeling. Pas als de verdoving volledig is uitgewerkt, gaat uw kind voor verdere verzorging terug naar de verpleegafdeling. De arts en de verpleegkundigen houden nauwlettend  toezicht op de toestand van uw kind, op alle sondes, drains en infusen. Uw kind zal zich nog heel moe en slaperig voelen. Zo nodig krijgt het kind een pijnstiller.

Onmiddellijk na de transplantatie mag uw kind niet drinken omdat de darmwerking nog niet hersteld is. Een droge mond en lippen kunnen  hinderlijk zijn. De verpleegkundige kan helpen de mond te spoelen en de lippen te bevochtigen. Soms is het nodig om na de operatie extra zuurstof toe te dienen. Goed diep in- en uitademen helpt om de zuurstoftoediening snel te kunnen stoppen. De kinesist komt regelmatig langs voor ademhalingsoefeningen.

Verzorging op de verpleegafdeling

Elke morgen wordt er bloed afgenomen voor de bepaling van o.a. het creatininegehalte. Dit is een afbraakstof van spierweefsel, die door de nier uit het bloed wordt gefilterd. Het is een goede maatstaf voor de werking van de nier.
Tijdens de ochtendverzorging wordt veel aandacht besteed aan lichaams-, mond- en tandhygiëne. De eerste dagen wordt uw kind volledig in bed gewassen. Zodra het zich sterk genoeg voelt, kan het zichzelf wassen, eventueel met de hulp van de ouders of de verpleegkundige.
Zoals na elke operatie is het aanbevolen om zo snel mogelijk op te staan, normaal vanaf de tweede dag na de transplantatie.
De operatiewonde blijft zoveel mogelijk afgedekt om besmetting te voorkomen. De verzorging van de wonde gebeurt door of onder toezicht van de chirurg, die dagelijks langskomt. Indien de wondheling zonder problemen verloopt, worden de hechtingen na 14 tot 21 dagen verwijderd. 
Regelmatig worden de pols, bloeddruk en temperatuur gecontroleerd en wordt de afvloei van urine, maag- en wondvocht gemeten en genoteerd.
Dagelijks wordt alle urine verzameld voor onderzoek. Dit blijft nodig ook na het verwijderen van de blaaskatheters. Wanneer uw kind toevallig in het toilet plast en er gaat urine verloren, verwittig dan de verpleegkundige.

Maaltijden

Zodra de darmen weer werken mag uw kind, na toelating van de arts, starten met drinken en eten. Vanaf dan kan uw kind ook de medicatie via de mond innemen. De samenstelling van het dieet van uw kind kunt u bespreken met de diëtiste, die regelmatig langskomt. Vraag ook de dieetgids voor kinderen met nierziekten.

Mogelijke problemen na de operatie

Een niertransplantatie stelt meestal weinig technische problemen, zodat chirurgische verwikkelingen eerder zeldzaam zijn. Na de operatie kan het soms enkele dagen duren voordat de nieuwe nier goed gaat functioneren. Dit is niet ongewoon en is vaak te wijten aan de bewaartijd van de donornier vóór de transplantatie. In afwachting van een volledig herstel van de nier is dialyse soms noodzakelijk. Bij sommige patiënten kan een tijdelijke afstoting van de donornier optreden. Een nierbiopsie is dan noodzakelijk.Via een fijne naald wordt een stukje weefsel van de getransplanteerde nier weggenomen. Dit stukje weefsel wordt verder onderzocht. Na de biopsie is er een verplichte bedrust van 24 uur. De tijdelijke afstoting van de nier kan in de meeste gevallen, zonder blijvende schade, met medicatie behandeld worden.