Na de operatie
[hide]
Terug naar de kamer
Onmiddellijk na de transplantatie mag uw kind niet drinken omdat de darmwerking nog niet hersteld is. Een droge mond en lippen kunnen hinderlijk zijn. De verpleegkundige kan helpen de mond te spoelen en de lippen te bevochtigen. Soms is het nodig om na de operatie extra zuurstof toe te dienen. Goed diep in- en uitademen helpt om de zuurstoftoediening snel te kunnen stoppen. De kinesist komt regelmatig langs voor ademhalingsoefeningen.
Verzorging op de verpleegafdeling
Elke morgen wordt er bloed afgenomen voor de bepaling van o.a. het creatininegehalte. Dit is een afbraakstof van spierweefsel, die door de nier uit het bloed wordt gefilterd. Het is een goede maatstaf voor de werking van de nier.Tijdens de ochtendverzorging wordt veel aandacht besteed aan lichaams-, mond- en tandhygiëne. De eerste dagen wordt uw kind volledig in bed gewassen. Zodra het zich sterk genoeg voelt, kan het zichzelf wassen, eventueel met de hulp van de ouders of de verpleegkundige.
Zoals na elke operatie is het aanbevolen om zo snel mogelijk op te staan, normaal vanaf de tweede dag na de transplantatie.
De operatiewonde blijft zoveel mogelijk afgedekt om besmetting te voorkomen. De verzorging van de wonde gebeurt door of onder toezicht van de chirurg, die dagelijks langskomt. Indien de wondheling zonder problemen verloopt, worden de hechtingen na 14 tot 21 dagen verwijderd.
Regelmatig worden de pols, bloeddruk en temperatuur gecontroleerd en wordt de afvloei van urine, maag- en wondvocht gemeten en genoteerd.
Dagelijks wordt alle urine verzameld voor onderzoek. Dit blijft nodig ook na het verwijderen van de blaaskatheters. Wanneer uw kind toevallig in het toilet plast en er gaat urine verloren, verwittig dan de verpleegkundige.
