Deze website draagt het AnySurferlabel, een Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites. Meer informatie vindt u op www.anysurfer.be.

Mogelijke problemen thuis

Hoe kunt u een afstoting of rejectie herkennen? Wat te doen?

Een afstoting is de reactie van het lichaam op de getransplanteerde nier die als ‘vreemd' wordt beschouwd. De kans op een afstoting is het hoogst binnen de eerste drie maanden na de transplantatie. Ongeveer een derde van de  niertransplantatiepatiënten vertoont in deze periode tekens van afstoting. Dit betekent NIET dat men de nier verliest! Een afstoting kan goed behandeld worden wanneer ze vroeg ontdekt wordt. Vandaar het belang van een  regelmatige controle na het ontslag uit het ziekenhuis.

Een afstotingsreactie kunt u herkennen aan het optreden van één of meerdere van volgende tekens:

  • pijnlijk gevoel in de nierstreek
  • de nier die gezwollen aanvoelt
  • ongewone gewichtstoename
  • gezwollen benen en voeten
  • minder urineren bij normale vochtinname
  • koorts en rillingen
  • griepachtig gevoel of algemeen onwel zijn 
  • een stijging van het creatininegehalte in het bloed.

Het optreden van afstotingen kunt u niet vermijden. Het is eigen aan de transplantatie. U kunt de kans op een afstoting wel verkleinen door uw kind de voorgeschreven geneesmiddelen juist en  blijvend te laten innemen en door thuis een  aantal dagelijkse gewoonten aan te nemen die u helpen vlug een afstoting of andere problemen op te sporen.
Deze dagelijkse gewoonten zijn: 

  • meet dagelijks de temperatuur van uw kind: doe dit best ‘s morgens, steeds op hetzelfde tijdstip. Zorg dat de thermometer goed afgeklopt is (minder dan 36 °C) en steek hem gedurende 5 minuten onder de oksel. Indien u een digitale thermometer hebt, laat hem steken tot u het geluidssignaal hoort of tot het cijfer niet meer stijgt.
    bij 37 °C: meet opnieuw na 1 uur 
    blijft de temperatuur 37,5 °C of stijgt deze verder, neem dan contact op met de verpleegafdeling transplantatie kinderen.
  • weeg uw kind dagelijks: weeg uw kind steeds op hetzelfde tijdstip van de dag, bij voorkeur ‘s morgens voor het ontbijt,  in dezelfde mstandigheden: b.v. in nachtkledij, zonder schoeisel of kamerjas. Noteer het gewicht in kg en g. Bij een plotse gewichtstoename met meer dan 0,5 kg verwittigt u onmiddellijk de verpleegafdeling  transplantatie kinderen 
  • controleer elke dag de hoeveelheid, de kleur, de geur en het uitzicht van de urine: wanneer uw kind duidelijk minder watert bij een normale vochtinname of bij verandering in geur, kleur of uitzicht van de urine, neemt u contact op met de verpleegafdeling Transplantatie kinderen
  • Omdat u deze tekens dagelijks controleert is het handig ze te noteren in een soort dagboekje. Een gewoon schrift of een agenda kan hiervoor uitstekend dienst doen. Breng dit mee naar de consultatie.

Hoe kunt u een ontsteking herkennen? Wat te doen?

Een ontstekingsreactie van het lichaam op een besmetting met een ziektekiem  herkent u aan het optreden van één of meerdere van volgende tekens
  • pijn of een branderig gevoel bij het wateren
  • veel en kleine hoeveelheden wateren
  • slecht ruikende urine
  • aanhoudende hoest, fluimen en kortademigheid
  • diarree, braken
  • koorts en rillingen, griepachtig gevoel of algemeen onwel zijn.

Door de werking van de geneesmiddelen die uw kind neemt om afstoting te voorkomen, is uw kind meer vatbaar voor ontstekingen. Uw kind wordt echter niet ziek van gelijk welke kiem waarmee het in contact komt. U kunt zelf helpen om ontstekingen te voorkomen. Hier volgen enkele richtlijnen, die vooral de eerste maanden na de transplantatie belangrijk zijn: 

  • laat uw kind voldoende drinken: 1 tot 2 liter per dag volgens het dorstgevoel 
  • controleer dagelijks de temperatuur  vermijd contact met personen die verkouden of grieperig zijn, omdat de meeste besmettingen via de lucht en via handcontact gebeuren 
  • vermijd grote groepen mensen 
  • vermijd contact met kinderen die een kinderziekte doormaken
  • vermijd contact met huisdieren
  • vermijd mensen die pas gevaccineerd zijn met een levend vaccin
  • roken verhoogt de kans op longontsteking, ook het passief meeroken.

De hiernavolgende richtlijnen blijven altijd gelden:

  • een goede lichaamshygiëne: was uw kind dagelijks volledig. Besteed aandacht aan een goede nagelverzorging. Verander dagelijks van ondergoed en ververs regelmatig de bovenkleding 
  • een goede mondhygiëne: leer uw kind de tanden te poetsen na iedere maaltijd
  • minstens tweemaal per jaar met uw kind op controle bij de tandarts.