Vitrectomie of glasvochtoperatie
Wat is glasvocht ?
Het glasvocht (ook wel glasachtig lichaam genoemd) is een gelei die het grootste deel van het oog opvult. Het bevindt zich tussen de ooglens die vooraan in het oog zit, en het netvlies dat achterin de oogbol tegen de wand kleeft. Normaal glasvocht laat lichtstralen ongehinderd door naar het netvlies. Het netvlies seint het opgevangen beeld langs de oogzenuw door naar de hersenen. In het centrum van het netvlies ligt de zogenaamde gele vlek. Hiermee kunnen fijne details worden waargenomen, zoals nodig bij lezen of televisie kijken. De rest van het netvlies zorgt voor het gezichtsveld en geeft ons wat grovere informatie over de ruimte om ons heen waar onze blik niet bewust op gericht is.
Wanneer is een vitrectomie nodig ?
- Scheuren in de periferie van het netvlies, waardoor het netvlies is losgekomen (“netvliesloslating” of “retinaloslating”). Een vitrectomie kan dan nodig zijn om het netvlies opnieuw tegen de wand te doen kleven
- Littekenweefsel op het netvlies littekenweefsel. Littekenweefsel kan het netvlies in plooitjes trekken (“pucker”) of zelfs van zijn plaats trekken (“Proliferatieve Vitreoretinopathie of PVR”), zodat het niet goed kan functioneren.
- Er is een gaatje in het centraal netvlies een gaatje ontstaan is (“maculair gaatje”), dat gedicht moet worden.
- Troebelingen in het glasvocht (bijv. door een bloeding of een ontsteking). Deze troebelingen houden lichtstralen tegen. Bij een vitrectomie worden de troebelingen verwijderd.
Hoe wordt de vitrectomie verricht ?
Bij een vitrectomie wordt eerst het slijmvlies rond het oog geopend. Vervolgens worden drie kleine openingen van minder dan één millimeter diameter in de harde oogrok vlak naast het hoornvlies gemaakt. Bij de operatie wordt het glasvocht en littekenweefsel verwijderd. Het glasvocht wordt meestal vervangen door een speciale vloeistof, maar soms door gas of olie. Soms moet de ooglens verwijderd worden, waarbij meestal de verwijderde ooglens door een kunstlens wordt vervangen. Meestal zal het verwijderen of vervangen van de ooglens tevoren met u worden besproken. Bij onvoorziene omstandigheden zal de arts hiertoe tijdens de operatie moeten besluiten.
Afhankelijk van de ernst van de afwijking kan de operatie van een half uur tot enkele uren duren. Bij een korte operatie kunt u kiezen tussen plaatselijke of algemene verdoving. Bij plaatselijke verdoving wordt onder het oog een verdovingsvloeistof ingespoten, waarna het oog gedurende enkele uren geen gevoel meer heeft, het zicht tijdelijk uitvalt en ook de oogbewegingen stoppen. Bij een lange operatie zal de arts meestal algemene verdoving aanraden. U dient dan de dag van de operatie nuchter te blijven om een algemene narcose mogelijk te maken.
Zoals eerder aangegeven wordt bij een vitrectomie het glasvocht vervangen door een speciale vloeistof, gas of olie. Gas en olie worden gebruikt om het netvlies na de operatie enige tijd steun te geven. De ernst en aard van de oogafwijking bepalen de keuze tussen vloeistof, gas en olie. De keuze wordt voor de operatie met u besproken, maar soms maakt de chirurg de keuze pas tijdens de operatie zelf.
De speciale vloeistof wordt snel vervangen door vocht dat het oog zelf maakt.
Ook gas wordt door eigen vocht vervangen, maar blijft langer in het oog. Zolang er een grote gasbel in het oog ziet, kunt u weinig zien. Na verloop van tijd merkt u dat u boven de gasbel door kunt kijken (na ongeveer één week) en de bel langzaam uit het oog verdwijnt. Soms kan het nodig zijn dat u gedurende een aantal dagen na de operatie een bepaalde houding aanneemt, zoals bv. op de rechter- of linkerzijde, of soms ook met de neus naar de grond gericht. Hierbij zal u door de verpleegkunde op de afdeling geholpen worden. Zolang de gasbel groot is, en u geen kunstlens in het oog hebt, gaat u best zo weinig mogelijk plat op uw rug liggen. De gasbel drukt dan immers tegen de ooglens aan zodat die troebel kan worden.
Olie verdwijnt niet vanzelf, maar moet met een tweede operatie verwijderd worden. Deze operatie zal meestal enkele maanden na de eerste operatie plaatsvinden. Het gebruik van olie heeft voor u als voordeel dat u er enigszins doorheen kunt kijken en dat na de operatie meestal geen speciale houding nodig is.
Opname
U wordt bij een vitrectomie enkele dagen in het ziekenhuis opgenomen. U kan meestal de tweede dag of de derde na de operatie naar huis, afhankelijk van de soort vitrectomie die uitgevoerd werd. Vóór het ontslag bespreken de zaalarts en verpleegkundige met u hoe u het oog moet verzorgen en welke leefregels nodig zijn. U krijgt een afspraak voor een poliklinische controle binnen 10 dagen na het ontslag. U vermijdt best zware inspanningen gedurende de eerste 10 dagen.
Resultaat
Meestal blijft u tot enkele weken na de operatie oogdruppels gebruiken, het kan zijn dat u hierdoor wazig ziet. Hechtingen hoeven niet te worden verwijderd, maar ze kunnen vooral de eerste weken irritatie geven. Het oog blijft enkele weken wat gevoelig, rood en gezwollen en in die tijd zult u fel licht waarschijnlijk slecht verdragen. Hiervoor kan een zonnebril helpen. Na één tot enkele weken kunt u al uw bezigheden weer hervatten. Het zien zal in de loop van enkele weken tot maanden geleidelijk verbeteren. Hoe goed de werking van de gele vlek (het scherpe zien) zal worden hangt af van de oorzaak en ernst van de oogafwijking. Meestal zal het gezichtsveld zich vrijwel volledig herstellen.
Het uiteindelijke resultaat van de operatie is vaak moeilijk te voorspellen. De verwachtingen zullen voor de operatie zo goed mogelijk worden aangegeven. Soms zijn meerdere glasvochtoperaties nodig om het gewenste doel te bereiken.
Complicaties
Zoals bij iedere operatie kan ook na een vitrectomie een nabloeding of infectie optreden. Bij een bloeding wordt het hele beeld plotseling wazig. Een bloeding verdwijnt meestal vanzelf. Een infectie komt zelden voor, maar kan ernstige gevolgen voor het zien hebben. Bij ontslag uit het ziekenhuis wordt u verteld wat de alarmtekens zijn van een beginnende infectie.
Als u nog niet aan cataract (=troebele ooglens of staar) geopereerd bent, zal vaak enige tijd na een vitrectomie een cataract operatie nodig zijn. Bij patiënten ouder dan 65 jaar zal vaak een cataractoperatie vooraf of tijdens de vitrectomie uitgevoerd worden. Bij jongere patiënten zal meestal gepoogd worden om de eigen ooglens te behouden. Het ontstaan van staar merkt u op door een langzame achteruitgang van de gezichtsscherpte.
Soms is na de operatie de oogdruk tijdelijk te hoog. De oogdrukverhoging wordt meestal met extra oogdruppels behandeld.
Soms treedt na de operatie (opnieuw) een netvliesloslating op. Bij een netvliesloslating valt een deel van het gezichtsveld weg. De kans op een netvliesloslating is het grootst in de eerste maanden na de vitrectomie. Bij een netvliesloslating is meestal een nieuwe operatie nodig.
Soms wordt een (nieuwe) netvliesloslating veroorzaakt door littekenvorming in het glasvocht. Strengen trekken het netvlies weer los. Het ontstaan van een littekenreactie is niet te voorspellen of te voorkomen. Er kunnen meerdere operaties nodig zijn om het netvlies weer aanliggend te krijgen. Vaak zal het herstel van de gezichtsscherpte beperkt zijn.


