Lopende studies

  1. Studie invriezen van embryo's.

    Titel:     Studie naar de effectiviteit van twee verschillende methoden voor het invriezen van embryo's.

    Samenvatting: 

    ‘Overtallige’ embryo’s die ontstaan bij een IVF/ICSI cyclus kunnen ingevroren en bewaard worden voor een volgende behandeling. De ingevroren embryo’s kunnen weer ontdooid worden en bij overleving teruggeplaatst worden in een ontdooicyclus. Er bestaan twee technieken voor het invriezen van overtallige embryo’s: de trage afkoelingsmethode en de snelle vitrificatiemethode. Bij de trage methode wil men de beschadiging aan het embryo voorkomen door zeer traag af te koelen aan een snelheid van ongeveer 1°C per minuut. Bij de vitrificatiemethode gaat het afkoelen van het embryo zodanig snel dat er geen tijd is om beschadigende ijskristallen te vormen.

    Uit een aantal studies blijkt dat de overlevingskans na ontdooien hoger ligt bij embryo’s die werden ingevroren met vitrificatie dan bij embryo’s die ingevroren werden met de trage afkoelingsmethode. Resultaten over de kans op zwangerschap en de kans op een levend geboren kind zijn echter nog niet of onvoldoende gekend. Daarom worden in deze studie van het LUFC de twee invriesmethoden vergeleken in een gerandomiseerde studie, met berekening van ‘de kans op een levend geboren kind per embryo dat ontdooid wordt’

  2. Studie luteale ondersteuning

    Titel: Impact van luteale ondersteuning op de zwangerschapskans in IUI cycli gestimuleerd met gonadotrofines: een multicentrisch prospectief gerandomiseerd onderzoek

    Tot op heden is nog niet duidelijk of toevoeging van progesterone in de tweede helft van een IUI cyclus (dus na de inseminatie) met stimulatie via gonadotrofine-inspuitingen, leidt tot een verhoogde kans op zwangerschap. Om dit te onderzoeken werd vanuit het LUFC een gerandomiseerde studie gestart die in verschillende fertiliteitscentra in België plaats vindt. In de groep met hormonale ondersteuning dienen de patiënten dagelijks een progesteronehoudende gel vaginaal op te steken. Voor de andere groep is er na de inseminatie geen hormonale ondersteuning voorzien. In totaal (over alle deelnemende centra) zijn er in elke groep een 300-tal patiënten nodig, bij wie nooit eerder een vruchtbaarheidsbehandeling met inseminatie gebeurd is.

  3. Studie embryo- en gametendonatie

    Titel: Embryo- en gametendonatie: tussen sociaal en biologisch ouderschap.

    Een doctoraatsproject van Astrid Indekeu, onder het promotorschap van Prof. P. Rober en co-promotorschap van Prof. K. Dierickx en Prof. T. D'Hooghe.

    Behandelingen met donormateriaal blijken nog steeds een maatschappelijk moeilijk bespreekbaar thema. Een gezin vormen met de hulp van een zaadcel-, eicel-, of embryodonatie, stelt je voor allerlei vragen: wat maakt je nu een ouder, welke betekenis geef je aan de biologische band en opvoeding die je jullie kind wilt geven, ga je jullie kind inlichten over de donatie of niet,…Wetenschappelijk onderzoek over de psychologische impact is nog steeds beperkt. Daarbij verschillen landen in wetgeving (vb. al dan niet anonieme donatie, mate van informatie die beschikbaar is van de donor,…), vind je tegengestelde adviezen (wel of niet vertellen aan het kind), hebben landen verschillende waarden en normen, ... Bovendien kan de eigen sociale omgeving, cultuur, geloof een invloed hebben. Met deze studie willen we de variatie in communicatie over donorconceptie in beeld brengen om zo counseling te kunnen verfijnen op een wetenschappelijke onderbouwde manier. We willen koppels helpen met meer kennis en vertrouwen een antwoord te vinden op hun vragen, zodat ze zich sterker kunnen voelen in hun keuze van gezinsvorming.

  4. Studie over het beslissingsproces IVF-behandeling

    Titel: Psychologische factoren bij het beslissingsproces om de IVF-behandeling verder te zetten of stop te zetten

    Een doctoraatsproject van Uschi Van den Broeck, onder het promotorschap van Prof. dr. Thomas D’Hooghe, Prof. dr. Koen Demyttenaere en Prof. dr. Paul Enzlin

    Tot nu toe zijn er maar weinig wetenschappelijke gegevens beschikbaar over de redenen waarom koppels hun IVF-behandeling stopzetten of verder zetten en welke gevoelens en gedachten daarbij een rol kunnen spelen. Daarom werd vanuit het LUFC dit doctoraatsproject opgestart met als doel het proces van beslissingen over de fertiliteitsbehandeling beter te leren begrijpen. Dit follow-up onderzoek kan ons helpen om onze patiëntenzorg te verbeteren en af te stemmen op de specifieke en individuele noden van onze patiënten, zoals ook past in het kader van de voortdurende kwaliteitscontrole binnen het LUFC (ISO 9001:2000-certificaat sinds 2004).

    De dataverzameling gebeurde aan de hand van vragenlijsten op verschillende momenten tijdens de opeenvolgende behandelingscycli en werd afgerond in 2011.