Vanaf 36 weken

Het beste tijdstip om een uitwendige kering te doen, is rond een zwangerschapsduur van 36 weken of meer. Het draaien van de baby lukt bij 50 procent van de keringen.

Voorbereiding

  • Zorg dat u minstens 2 uren vooraf gegeten hebt.
  • Het onderzoek gebeurt best in het bijzijn van uw partner.

Verloop

Duur: 3 uur

Een uitwendige kering gebeurt in het ambulant centrum van verloskunde.

  • Vooraf neemt de gynaecoloog een echografie en gebeurt een bloedafname voor de bepaling van de foetale cellen.
  • Nadien worden de harttonen van de baby en eventuele contracties geregistreerd (cardiotocografie of monitor).
  • U krijgt een inspuiting met ritodrine (miolene), een product dat de baarmoederspier doet ontspannen, wat de uitwendige kering vergemakkelijkt.
  • De gynaecoloog zal vervolgens via uitwendige manipulaties (handelingen op de buik) de baby proberen te keren in de juiste positie. Dit gebeurt onder nauwkeurige echografische geleiding.
  • Na de kering wordt de monitor opnieuw aangekoppeld en gebeurt een tweede bloedafname voor de bepaling van de foetale cellen, om na te gaan of de handeling geen verlies van foetaal bloed in de moederlijke circulatie heeft veroorzaakt.

Nazorg

  • Er is een kleine kans dat u na de kering weeën krijgt of bloed verliest. In dat geval blijft u iets langer in observatie.
  • Als alles goed verlopen is, mag u terug naar huis.
  • Als de uitwendige kering niet lukt, wordt de verdere planning met u besproken.

Als u nadien ongerust bent, of u zich niet lekker voelt, mag u steeds terug naar de verloskamer komen.