Deze website draagt het AnySurferlabel, een Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites. Meer informatie vindt u op www.anysurfer.be.

Cataract: een zicht met toenemende bewolking

Cataract of staar werd eeuwenlang verdragen als één van die nu eenmaal onafwendbare, maar vervelende verschijnselen van het ouder worden. Verfijningen in de operatietechnieken en technologische verbeteringen in de vervanging van de lens hebben echter voor een omwenteling gezorgd. Cataract is op dit moment uitstekend behandelbaar.

De lens van het oog bestaat uit zeer specifieke eiwitten waardoor ze transparant is zodat het licht er uitstekend doorheen geleid wordt.

Schematische voorstelling van de lens in het oog

Bij cataract takelen deze eiwitten, en dus ook de transparantie van de lens, langzaam af. De lens verkleurt naar geel, groen en verder tot oranje en bruin. Soms verschijnen wittige wolkjes of vlokken in de lens. Deze worden opaciteiten genoemd. Aanvankelijk hinderen ze het invallende licht nauwelijks. Naarmate ze groter en dikker worden, verstrooien ze dat licht echter steeds meer. Minder licht bereikt het netvlies en bovendien worden de invallende lichtstralen verbogen.

Als gevolg van dit alles krijgt men een wazig zicht. Men ziet alles mistig en de beelden kunnen zelfs vervormd raken. Men kan last krijgen van dubbelzien en van lichtschuwheid (waarbij men minder goed tegen scherp licht, zoals zonlicht kan).
Sommige mensen hebben last van verstrooiing of straalvorming. Men kan dit vergelijken met het sterachtige beeld van de lichten van tegenliggers door een natte, niet goed afgeveegde autoruit.
Veel mensen verliezen door de cataractvorming het verre scherptezicht en worden meer bijziend (myopie).
Bij een totale cataract ziet men nog wel het verschil tussen licht en donker, maar de waarneming van een beeld is volledig verdwenen.

Onbekende oorzaak

De juiste oorzaak van de vertroebeling van de lens is niet bekend. Volgens sommige bronnen zou ultraviolet licht van de zon een rol spelen, maar dit werd nooit bewezen.

Vermoedelijk is een langzaam minder goed verlopende stofwisseling in de lens één van de belangrijkste factoren. Met het verouderen neemt de doorlaatbaarheid van het lenskapsel immers af zodat de rest van de lens minder goed van zuurstof en voedingsstoffen voorzien wordt. Ongezonde leefgewoonten, zoals roken en een fruit- en groentenarm dieet, zouden deze ongunstige evolutie nog in de hand werken. Het risico op lensvertroebeling is bv. 24 maal hoger voor rokers.

Vast staat evenwel dat cataract nagenoeg onafwendbaar is. Met de leeftijd neemt het aantal gevallen immers toe. Tussen een leeftijd van 50 en 65 jaar heeft ongeveer de helft van alle mensen reeds tekenen van cataract, maar de meesten ondervinden er dan nog geen hinder van. Rond 75 jaar heeft ongeveer iedereen cataract. Vanaf die leeftijd nemen de gezichtsproblemen door de aandoening aanzienlijk toe. Mensen met diabetes worden vaak reeds op jongere leeftijd getroffen door cataract.

Het is verder al lang bekend dat er ook een verband is met het langdurig innemen van corticosteroïden. Met deze geneesmiddelen worden onder meer chronische longaandoeningen behandeld. Het is echter nog niet duidelijk of de geïnhaleerde corticosteroïden, zoals die bij astma en chronische bronchitis gebruikt worden, ook het risico op cataract doen toenemen. Wél duidelijk is dat de voordelen van de behandeling veruit opwegen tegen het mogelijke risico van cataract. Cataract kan bovendien goed behandeld worden.

Soorten cataract

Afhankelijk van de zone in de lens waarin de vertroebeling ontstaat, onderscheidt men drie soorten van cataract. Vaak ziet men echter mengvormen.

  • Nucleair cataract
    Deze vorm komt het meest voor. Hij ontstaat in de kern van de lens en wordt meestal snel opgemerkt. De belangrijkste symptomen zijn een mistig en afnemend zicht, lichtverstrooiing, vervorming van het beeld of het zien van dubbele beelden.
    Eén van de eerste tekenen van nucleair cataract is een toenemende bijziendheid. Vermits veel oudere mensen eerder last hebben van verziendheid en nabij minder scherp zien, wordt dit aanvankelijk als een voordeel gezien. Sommige mensen kunnen daardoor zelfs enige tijd opnieuw zonder 'leesbrilletje'. Dit voordeel verdwijnt echter als de cataract erger wordt.
  • Corticaal cataract
    De eerste symptomen van corticaal cataract zijn straalvormige vertroebelingen in het buitenste corticaal gedeelte van de lens. De opaciteiten breiden zich uit van de buitenkant van de lens naar het centrum, zoals de spaken van een wiel. Wanneer deze vertroebelingen het centrale deel van de lens bereiken, worden ze storend en treedt er gezichtsverlies op. Ondermeer mensen met diabetes hebben meer last van deze vorm.
  • Achterste subcapsulair cataract
    Bij deze vorm ontstaat er eerst een klein, mat vlekje achteraan in het midden van de lens. Deze vlek wordt steeds groter. Vroege klachten zijn een wazig zicht wanneer men buiten is en last bij het lezen. Dit soort cataract is vrij typisch voor mensen die een behandeling met corticosteroïden volgen. Men spreekt dan ook wel van cortisone-cataract.

Evolutie

De evolutie van cataract is moeilijk te voorspellen en kan zowel snel als traag verlopen. Sommige mensen ontwikkelen een ernstig cataract op enkele maanden tijd, terwijl het bij andere mensen gemakkelijk 10 jaar of langer kan duren vooraleer ze er last van ondervinden. De snelheid waarmee men hinder ondervindt, hangt onder meer af van de plaats waar de vertroebelingen ontstaan en van hun omvang en aantal. Wanneer er slechts enkele spaken of vlekken zijn, met daartussen grote heldere stukken, kan het zicht nog lange tijd goed blijven.

Cataract kan aanvankelijk in één van beide ogen voorkomen. Uiteindelijk echter raken meestal beide ogen aangetast. De tussentijd is niet goed voorspelbaar. Soms raakt het tweede oog reeds snel na het eerste aangetast, maar er kunnen intussen evengoed enkele jaren verlopen.

Behandeling

Of een cataract behandeld wordt, hangt vooral af van de hinder die men ondervindt. Wanneer het zicht alleen maar een beetje wazig is en de gezichtsvermindering beperkt blijft, stelt de oogarts soms voor om eerst nog eens andere brillenglazen te proberen. Dit volstaat soms om het zicht enige tijd te verbeteren. Wanneer men echter teveel last heeft van de cataract, bv. tijdens het werk, het autorijden, lezen, enz., dan laat men zich best behandelen. De leeftijd speelt daarbij geen rol.

Vòòr de behandeling volgt echter eerst nog een uitgebreid oogonderzoek om zeker te zijn van de diagnose en om eventuele andere problemen op te sporen.

Cataract kan alleen verholpen worden door een chirurgische verwijdering van de vertroebelde lens. De operatie wordt uitgevoerd onder een microscoop. De oogarts maakt een kleine snede van enkele millimeters in het oog, opent het voorste deel van het lenskapsel en verwijdert vervolgens de kern en de cortex met fijne verbrijzel- en zuiginstrumenten.

Illustratie van het verbrijzelen en wegzuigen van een lens

Deze techniek wordt faco-emulsificatie genoemd. Van het kapsel wordt alleen het centrale, voorste gedeelte weggenomen. De rest van het kapsel blijft zitten als een soort zakje waarin vervolgens een plastic kunstlens geplaatst wordt.

Illustratie kunstlens

Het voordeel van deze techniek is dat de rest van het kapsel de kunstlens mooi op zijn plaats houdt en de overige delen van het oog afschermt van mogelijke irritatie door de lens.

De inplanting van een kunstlens is niet echt noodzakelijk, maar deze techniek heeft aanzienlijke voordelen. Zonder kunstlens is men immers verplicht om een bril of contactlenzen te dragen om opnieuw een goed zicht te bereiken. De brillenglazen nodig na de cataractoperatie zijn immers zeer dik en onesthetisch (zogenaamde bierglas-bodems). Ze hebben als nadeel dat zij het waargenomen beeld sterk vergroten en dat men slechts een beperkt gezichtsveld heeft met een slecht zijzicht. Ingeplante lenzen zijn ook handiger dan contactlenzen omdat zij nooit verwijderd en gereinigd moeten worden.

De ingreep duurt ongeveer een half uur en kan meestal uitgevoerd worden tijdens een daghospitalisatie. Dit betekent dat men enkele uren na de operatie reeds naar huis mag. De eerste 3 tot 4 dagen moet het oog echter nog dagelijks door de arts gecontroleerd worden.

Verdoving?

Sommige mensen maken zich zorgen dat ze tijdens de ingreep hun ogen open moeten houden en dat ze 'alles zullen zien'. Hierover hoeft men zich echter niet ongerust te maken.
Wanneer de ingreep onder algemene verdoving verloopt, ziet of hoort men uiteraard niets. De ingreep wordt meestal echter onder lokale pijnstilling uitgevoerd. In dat geval is het wel mogelijk dat men iets voelt of ziet, bv. het verschil tussen licht en donker, maar toch zeker niet veel meer dan dat.
De lokale verdoving gebeurt ofwel met een prik langs het oog ofwel met oogdruppels zodat alleen de oogbol verdoofd is. Doorgaans krijgt men ook nog een licht kalmeermiddel zodat men zich ontspannen voelt en als het ware wat ligt te soezen terwijl de ingreep uitgevoerd wordt. Het oog wordt opengehouden met een speciaal klemmetje, de ooglidsperder, maar dank zij de verdoving voelt men dit niet.

Herstel en nazorg

Met de huidige operatietechnieken is slechts een kleine snede in de oogbol nodig om de lens te kunnen verwijderen. De vorm van het oog wordt hierbij nauwelijks verstoord. Meestal bereikt men dan ook reeds na enkele dagen opnieuw een goed zicht.

Gewoonlijk is het zicht na de ingreep beter dan voordien. Nochtans kan het zicht soms, zelfs na een succesvolle ingreep, toch niet optimaal zijn. Dit kan te wijten zijn aan andere oogproblemen, zoals bv. een aantasting van het netvlies (ten gevolge van diabetes of van veroudering), glaucoom, enz. Dergelijke aandoeningen vormen meestal geen belemmering voor het wegnemen van een door cataract aangetaste lens, maar beperken wel het uiteindelijke resultaat.

Tijdens de eerste maand na de ingreep moet het oog goed verzorgd worden. Men moet geregeld oogdruppels inbrengen.
Belangrijk is ook dat men niet overdreven in het oog wrijft of er op drukt zolang het nog niet voldoende hersteld is. Men kan tijdelijk een zonnebril of een oude bril dragen om dat te verhinderen.

Activiteiten die de druk in de oogbol kunnen doen oplopen, zoals bv. het opheffen van zware gewichten, vermijdt men best tijdens de herstelperiode. Normale dagelijkse activiteiten vormen echter geen belemmering. Men doet er goed aan met de arts af te spreken wanneer men opnieuw met de auto mag rijden, zodat er geen problemen met de verzekering kunnen ontstaan.

Problemen

Een klein aantal mensen ondervindt problemen aan het oog na de ingreep, zoals een bloeding, een infectie, een drukstijging of netvliesproblemen. Dit is eerder zeldzaam, maar men doet er toch goed aan onmiddellijk contact op te nemen met de arts indien een van de volgende symptomen zich voordoet :

  • pijn die niet verdwijnt na het gebruik van een pijnstiller die door de arts werd aangeraden
  • een vermindering van gezicht
  • misselijkheid of braken
  • eender welk ongeval of trauma aan de ogen.

Een laattijdig probleem dat zich vrij frequent voordoet, is dat het achterste deel van het lenskapsel na een aantal maanden tot jaren ook tekenen van vertroebeling kan vertonen. Dit verschijnsel noemt men nastaar. Een nieuwe behandeling is dan noodzakelijk. Doorgaans wordt dan een opening gemaakt in het centrale deel van het achterste kapsel met een pijnloze laserbestraling.

auteur: Bea Foets
bron: UZ Gezondheidsbrief 84 (1-9-1998)

 Online consultatie