Mechanische hartondersteunende middelen (VAD)
Wat zijn Mechanische Hartondersteunende Middelen?
Een mechanische hartondersteunend middel wordt in de medische wereld Ventricle Assist Device of VAD genoemd. Het zijn apparaten die gedurende een korte of langere periode het hart ondersteunen of de functie helemaal vervangen. Ze worden gebruikt in omstandigheden waarbij het hart zelf niet meer kan voldoen aan de behoeften van het lichaam.
In de jaren ’60 werden de eerste VAD’s gebruikt, maar door de opkomst en het succes van de harttransplantatie eind jaren zestig werd deze technologie naar de achtergrond verwezen. De laatste jaren is er vernieuwde interesse door enerzijds het tekort aan donoren, maar ook door de verbeterde technische vooruitgang die toelaat om materialen kleiner en lichaamsvriendelijker te maken.
Wie heeft een VAD nodig?
Assist systemen zijn geïndiceerd in alle omstandigheden waarbij het hart niet meer aan de circulatiebehoeften van het lichaam kan voldoen. Er zijn een aantal criteria waaraan de patiënten moeten voldoen om de ernst van het hartfalen te evalueren. Het is duidelijk dat assist systemen als laatste redmiddel worden gebruikt. Indien de hartondersteunende apparaten niet geplaatst worden, zouden deze patiënten zeker komen te overlijden binnen een korte periode.
Er zijn drie patiëntengroepen die een assist kunnen gebruiken:
- Patiënten met acuut hartfalen
Er zijn verschillende oorzaken van acuut hartfalen:- een acute myocarditis (een ontsteking van de hartspier)
- een acuut myocardinfarct
- een defect in de wand tussen het linker-en rechterhart als gevolg van een infarct
- hartfalen na een openhartoperatie. Dit noemt postcardiotomie-hartfalen. Dit is de meest frequente indicatie.
- Patiënten met chronisch hartfalen
Patiënten die in aanmerking komen voor een harttransplantatie komen op een wachtlijst terecht. Het kan zijn dat terwijl de patiënten wachten op een ruilhart, het nodig is om tijdelijk het hart te assisteren. In België is deze wachttijd meestal beperkt van enkele dagen tot enkele weken. - Preventief gebruik van ondersteunende middelen
Voor sommige operaties of procedures (CABG of ballondilataties) aan het hart kan het nodig zijn om het hart tijdelijk en preventief te ondersteunen. Dit zijn korte-term assistsystemen die meestal verwijderd worden eens de procedure beëindigd is.
Waarom plaatst men een VAD?
Er zijn verschillende redenen om een hart te ondersteunen:
- Enerzijds kan men een tijdelijke verzwakking van de hartfunctie ondersteunen tot er recuperatie optreedt (‘bridge to recovery’).
- Anderzijds kan definitief hartfalen ondersteund worden tot er een donorhart opduikt (‘bridge to transplant’).
- Een laatste mogelijkheid is om definitief een assistsysteem te implanteren als permanente oplossing. Hier zijn momenteel de eerste toepassingen op mensen gebeurd in de Verenigde Staten, maar voorlopig zal dit nog niet als regel kunnen beschouwd worden.
Wat zijn de complicaties die kunnen optreden?
Uiteraard, zoals bij alle interventies, zijn er complicaties verbonden aan het gebruik van mechanische hartondersteunende middelen. De plaatsing van een VAD is immers een invasieve procedure die erop neerkomt dat er een vreemd voorwerp in het lichaam geplaatst wordt. De complicaties kunnen eigen zijn aan de aandoening die de patiënt zelf heeft ofwel rechtstreeks veroorzaakt worden door het assistsysteem. Vaak is er een wisselwerking tussen beiden. De meest frequente complicaties die optreden zijn:
- Bloeding
Dit is de meest frequente complicatie. Bloeding wordt veroorzaakt door verschillende factoren zoals de ingreep, de patiënt zelf en het ingeplante apparaat. - Orgaanfalen
Als het hart faalt, volgen meestal andere organen (lever, nieren,…) omdat de doorbloeding niet meer optimaal is. De implantatie van een assist kan ook deze organen terug doen recupereren. Soms is dit echter niet het geval met het eventuele gevolg van een overlijden. - Embolen
Assistsystemen zijn lichaamsvreemde voorwerpen. Hierdoor kunnen stolsels ontstaan ondanks het feit dat patiënten met een VAD medicatie krijgen om het bloed minder snel te doen stollen. Deze stolsels kunnen naar andere organen stromen en zo embolen vormen. - Infectie
Aangezien het voor de plaatsing van een assistsysteem noodzakelijk is om de beschermende huidbarrière te doorbreken, is de mogelijkheid op een infectie steeds aanwezig.
Welke systemen worden gebruikt in UZ Leuven?
In de UZ Leuven worden verschillende assistsystemen gebruikt. Sommige worden al lang gebruikt, en andere zijn producten van de nieuwste technologische ontwikkelingen. We zetten ze even op een rijtje:
| | |
| IABP: Intra Aortale Ballon Pomp | ECMO: Extra Corporele |
| Medos | Impella |
| Novacor | Incor |
