Deze website draagt het AnySurferlabel, een Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites. Meer informatie vindt u op www.anysurfer.be.

Fertiliteitsonderzoeken bij de vrouw

Na een uitgebreid vraaggesprek en een algemeen lichamelijk onderzoek volgt een oriënterend gynaecologisch onderzoek om een eerste zicht te krijgen op de problematiek. Deze gerichte controles omvatten:

Bloedonderzoek

Een bloedonderzoek wordt uitgevoerd voor de volgende redenen:

  • bepaling van de verschillende hormonen die een rol spelen in de vrouwelijke cyclus, en hun evolutie: oestrogenen, progesteron, androgenen, follikelstimulerend hormoon, luteïniserend hormoon, inhibine, prolactine.
  • een genetisch onderzoek ter opsporing van bepaalde chromosomale afwijkingen of gendefecten; bij een voorgeschiedenis van erfelijke ziekten of aangeboren afwijkingen wordt het advies van een geneticus ingewonnen.
  • screening voor infectieziekten waaronder kattenziekte of toxoplasmose, rode hond, HIV, Hepatitis B en C, en Chlamydia; vooral die laatste vormt een belangrijke oorzaak voor vruchtbaarheidsproblemen bij vrouwen, vooral door de ontstekingen en de vergroeiingen die erop volgen aan de inwendige geslachtsorganen. Toxoplasmose en rode hond bedreigen niet zozeer de vruchtbaarheid maar wel de normale ontwikkeling van de foetus, als vrouwen deze infecties doormaken tijdens de zwangerschap. Voor HIV, hepatitis B en C, die ernstige ziekte kunnen veroorzaken, is er een risico dat ze worden doorgegeven van moeder op kind.
  • eventueel bepaling van bloedgroep en resusfactor. Als een vrouw met een resusnegatieve factor zwanger is van een resuspositieve man, kan er een afweerreactie op gang komen die zware schade kan berokkenen, zoals groeiachterstand, mentale handicap, miskraam of doodgeboorte, indien de bloedgroep van de vrucht positief is. Dit probleem is gelukkig erg zeldzaam en doet zich meestal pas bij een tweede zwangerschap voor. Het is ook perfect te voorkomen.

Echografisch onderzoek

Een transvaginaal echografisch onderzoek is een belangrijk basisonderzoek dat toelaat mogelijke afwijkingen op te sporen ter hoogte van de:

  • eierstokken:
    • functionele cysten
    • goedaardige gezwellen
    • endometriosecysten
  • eileiders:
    • afgesloten eileiders met vochtopstapeling binnen in
  • baarmoeder:
    • fibromen of vleesbomen
    • poliepen
    • vergroeiingen
  • bekken:
    • vergroeiingen tussen de bekkenorganen
    • endometrioseknobbeltjes ter hoogte van blaas, vagina, baarmoederhals of darm.

Een normaal echografisch onderzoek sluit evenwel niet uit dat er problemen kunnen zijn met de functie van de vrouwelijke voortplantingsorganen en andere bekkenorganen.

Controle van de baarmoeder

Via hysteroscopie, echografie of endometriumbiopsie.

Controle baarmoeder

  • De hysteroscoop bestaat uit een lange kijkbuis die via de vagina en de baarmoederhals in de baarmoederholte wordt geschoven. Zo krijgt de arts zicht op eventuele afwijkingen op dat niveau. Het gaat dan meestal om poliepen, myomen of aangeboren afwijkingen. Het diagnostisch onderzoek kan ambulant gebeuren, zonder algemene verdoving. Het wordt evenwel vaak gecombineerd met een laparoscopie, onder algemene verdoving.
  • Controle van het baarmoederslijmvlies via echografie. Echografie geeft vooral informatie over de dikte van het slijmvlies die rond de innestelingsperiode normaalgezien zo'n 14 millimeter bedraagt. Aan de hand van dit onderzoek kan de arts nagaan of het baarmoederslijmvlies zich normaal opbouwt en op tijd in optimale conditie is voor de innesteling van de bevruchte eicel.
  • Controle van het baarmoederslijmvlies via endometriumbiopsie. Bij een endometriumbiopsie zuigt de arts een klein stukje baarmoederslijmvlies op via een dun, soepel buisje dat via de baarmoederhals naar binnen wordt geschoven. Het biopt verhuist naar het lab voor verder microscopisch onderzoek.

Deze reeks van onderzoeken lijkt een hele boterham die vaak de nodige spanning en stress met zich brengt. Maar het is belangrijk om de foute elementen in het complexe voortplantingssysteem van de vrouw zo zorgvuldig mogelijk op te sporen. In de mate van het mogelijke worden de onderzoeken die nodig zijn zo veel mogelijk gebundeld.

Controle van de eileiders

Met oog op twee grote groepen problemen kan een hystero-salpingografie of laparoscopie worden uitgevoerd:

  • vernauwing of volledige verstopping van de eileiders
  • vergroeiingen in de buikholte die de eileiders van buiten uit dichtduwen en afsluiten of hun normale bewegingsvrijheid beperken
Controle eileiders
  1. Sonde voor inspuiting van contrastvloeistof
  2. Open eileider: contrastvloeistof gaat via de eileider in de buikholte
  3. Afgesloten eileider: contrastvloeistof kan niet door de eileider passeren

De doorgankelijkheid van de eileiders kan worden onderzocht via hysterosalpingografie of via laparoscopie. De aanwezigheid van vergroeiingen kan enkel met zekerheid worden vastgesteld tijdens laparoscopie. Hysterosalpingografie is een radiografisch onderzoek na inspuiten van een vloeistof in de baarmoederholte via de vagina en baarmoederhals. De foto geeft informatie over de toegang tot en de doorgankelijkheid van de eileiders. Bij een laparoscopisch onderzoek brengt de arts een fijne kijkbuis in de buikholte via een kleine insnede in de navel, voor een visuele inspectie van de verschillende organen in de buikholte. Terzelfdertijd kan ook een fertiliteitsbehandeling gebeuren waarbij afgesloten eileiders terug geopend worden en waarbij vergroeiingen rond de eileider worden losgemaakt. Een laparoscopisch onderzoek gebeurt altijd onder algemene verdoving, in principe via daghospitalizatie ('s morgens binnenkomen in het ziekenhuis, 's avonds naar huis), met nadien één week werkonbekwaamheid.

Controle van de buikholte via laparoscopie

Controle buikholte

Hierbij worden afwijkingen van de buikholte opgespoord en geopereerd, bijvoorbeeld endometriose, eierstokcysten, vergroeiingen,...

Onderzoek van het baarmoederhalsslijm (optioneel)

Controle met blote oog en microscopisch onderzoek om de doorgankelijkheid voor zaadcellen te evalueren op het moment van de eisprong. Het onderzoek omvat de afname van het slijm, een controle ervan met het blote oog en een microscopisch onderzoek.