Donorlongen bewaard op de OCS Lung-machine
Donorlongen bewaard op de OCS Lung-machine

'Warme bewaring' maakt dat donororganen in vergelijkbare omstandigheden als in het menselijk lichaam bewaard worden: het orgaan wordt bevloeid met zuurstofrijk bloed en bij een normale lichaamstemperatuur. Recentelijk hebben onderzoekers aangetoond dat ‘warme bewaring’ helpt om de kwaliteit van een donorlever en donorlongen te verbeteren. UZ Leuven speelde een belangrijke rol bij dat onderzoek. De resultaten van deze primeurs zijn te lezen in de gerenommeerde tijdschriften 'Nature' en 'Lancet Respiratory Medicine'.

Standaard wordt een donororgaan afgekoeld tot vier à zes graden en op ijs bewaard. De koude vertraagt het metabolisme en zorgt ervoor dat het orgaan, dat geen zuurstof meer krijgt, langer ‘gezond’ blijft. Prof. dr. Jacques Pirenne, diensthoofd abdominale transplantatiechirurgie, legt uit: “Bij deze klassieke bewaarmethode treedt doorgaans schade op. Wanneer die schade te uitgebreid is, wordt het orgaan uiteindelijk ongeschikt voor transplantatie. Een ander nadeel is de beperkte bewaartijd. Dat maakt dat elke transplantatie een race tegen de klok is.”

Zowel de universiteit van Oxford als de Amerikaanse firma Transmedics ontwikkelde een machine voor het bewaren van donororganen – het toestel in Oxford bewaart donorlevers, de OCS Lung van Transmedics bewaart donorlongen. Die machines bewaren organen in vergelijkbare omstandigheden als in het menselijk lichaam: het orgaan wordt bevloeid met zuurstofrijk bloed en bij een normale lichaamstemperatuur. Onderzoek bij varkens had eerder al aangetoond dat deze bewaarmethode veel voordelen biedt ten opzichte van bewaring op ijs. Nu hebben onderzoekers aangetoond dat deze vorm van bewaring helpt om de kwaliteit van lever en longen te verbeteren.

Innovatieve techniek in orgaantransplantatie

UZ Leuven speelde een cruciale rol in beide studies. Het team van abdominale transplantatiechirurgie nam deel aan de ‘COPE-WP2 trial’. Er werden 11 patiënten die een levertransplantatie ondergingen in UZ Leuven, geïncludeerd in deze gerandomiseerde, internationale, multicentrische studie met 220 patiënten uit heel Europa. Daarbij werd de ‘warme bewaring’ van de lever vergeleken met de klassieke standaardbewaring op ijs. De studie kon aantonen dat bij de ‘warme bewaring’ de onmiddellijke beschadiging van de lever na transplantatie duidelijk minder uitgesproken was. De patiëntoverleving in de beide groepen was gelijkaardig. De studie liep binnen het Europese Consortium on Organ Preservation in Europe (COPE), een project dat gefinancierd wordt door de Europese Commissie en als doel heeft de bewaring van organen te optimaliseren.

Het team van thoraxheelkunde (onder leiding van prof. dr. Paul De Leyn), pneumologie (onder leiding van prof. dr. Geert Verleden) en anesthesiologie (onder leiding van prof. dr. Marc Van de Velde) werkte mee aan de ‘Inspire trial’. Zo werden 36 patiënten die een longtransplantatie ondergingen in UZ Leuven, geïncludeerd in de studie. In die gerandomiseerde, internationale, multicentrische ‘Inspire trial’ ondergingen 320 patiënten in de Verenigde Staten en Europa een longtransplantatie. De klassieke standaardbewaring op ijs werd vergeleken met de ‘warme bewaring’. Bij de ‘warme bewaring’ is er een belangrijke daling van de onmiddellijke beschadiging die optreedt nadat de longen in het lichaam zijn getransplanteerd. De overlevingsresultaten na transplantatie waren even goed in beide groepen.

Het team van abdominale transplantatie werkte mee aan de COPE-WP2 trial

 

Belangrijke vooruitgang

De verschillende diensten die werken met transplantatie in UZ Leuven zijn pionier in het onderzoek naar de verbetering van de bewaring van organen. In de toekomst zullen ze zich verder toespitsen op experimentele en klinische studies in machineperfusie van alle organen.

Professor Jacques Pirenne: “De laatste decennia is er niet meer zo veel vooruitgang geboekt op vlak van  bewaring van levers voor transplantatie. De nieuwe techniek van de warme bewaring brengt daar verandering in. Nu een lever ‘in leven’ kan worden gehouden buiten het lichaam, verbetert daardoor de kwaliteit van het orgaan, wat leidt tot betere overlevingscijfers bij de getransplanteerden.’

Professor Dirk Van Raemdonck, dienst thoraxheelkunde: “Met warme bewaring kunnen organen mogelijks langer bewaard worden. Op die manier kunnen longen gebruikt worden van donoren die zich verder van het transplantatiecentrum bevinden en kan de transplantatie in de tijd opgeschoven worden, bijvoorbeeld van nacht naar dag, zodat in meer optimale omstandigheden kan gewerkt worden.” “Bovendien laat deze techniek het mogelijks toe om de kwaliteit van de organen vóór de transplantatie beter te kunnen inschatten en mogelijks zelfs te verbeteren. Hierdoor kunnen we in de toekomst hopelijk meer organen voor transplantatie beschikbaar maken. Zo kunnen we meer mensen een levensreddend orgaan aanbieden. Dat is belangrijk, omdat vandaag nog altijd patiënten overlijden bij gebrek aan een geschikt orgaan,” vult prof. dr. Ina Jochmans van abdominale transplantatiechirurgie aan.  Prof. dr. Robin Vos van de dienst pneumologie: “We hopen dat deze techniek ook kan helpen om de overlevingsduur van de longen op lange termijn te verlengen door het verminderen van de chronische afstoting”.

Prof. dr. Dirk Van Raemdonck: “De technologie van de ‘warme bewaring’ helpt ons om de transplantatie logistiek beter te organiseren omdat de longen veilig en langer kunnen bewaard worden. Hierdoor kunnen we ook gecombineerde transplantaties zoals lever en longen veiliger uitvoeren. Evenwel is er een prijskaartje verbonden aan deze nieuwe techniek. Momenteel is er in België nog geen terugbetaling voorzien voor het gebruikte materiaal. De bijkomende kosten vallen ten laste van het ziekenhuis. Dankzij fondsen die UZ Leuven ter beschikking stelde vanuit de strategische projectfinanciering is het gebruik van de machine mogelijk gemaakt.”

Professor Arne Neyrinck van de dienst anesthesiologie: “Deze technologie vereist wel een specifieke opleiding en ervaring. In dat opzicht is het belangrijk een nieuwe functie van orgaanperfusionist uit te bouwen zodat deze innovatieve techniek in de klinische praktijk ingevoerd kan worden.” 

Meer informatie

Dienst abdominale transplantatiechirurgie (prof. dr. Pirenne – prof. dr. Jochmans – prof. dr. Monbaliu – prof. dr. Sainz-Barriga) Dienst Thoraxheelkunde (prof. dr. De Leyn – prof. dr. Coosemans- prof. dr. Nafteux- dr. Decaluwe – dr. Van Veer – dr. Depypere – prof. dr. Van Raemdonck)