Kanker opsporen in bloed is geen toekomstmuziek meer. Wetenschappers ontwikkelden een test die laat zien of er kankercellen groeien in het lichaam, nog voor de tumoren zichtbaar zijn op CT-scans. Een enorme doorbraak, maar er is nog werk aan de winkel voor artsen en onderzoekers.

De techniek bestaat sinds een vijftal jaar en wordt door wetenschappers als baanbrekend gezien. Waar vroeger een stukje weefsel van de tumor nodig was om de cellen te analyseren, kan men nu tumordeeltjes in het bloed zien. Daarom spreekt men van een vloeibare biopsie. De vloeibare biopsie detecteert rondzwervend gemuteerd DNA, dat wordt afgegeven in het bloed door kankercellen.

Voor een patiënt is het makkelijk en comfortabel: meer dan een buisje bloed is er niet nodig. Bovendien laat een vloeibare biopsie ook zien in welk stadium de kanker zich bevindt. Revolutionair? Technisch gezien wel, maar de cellen kunnen zien en meten is helaas niet genoeg om een patiënt ook verder te helpen. Vooruitgang in een onderzoekslabo is niet hetzelfde als een stap vooruit in de dagelijkse praktijk van het ziekenhuis. Artsen en onderzoekers zijn daarom koortsachtig bezig om via zo’n vloeibare biopsie het mechanisme te ontrafelen dat de tumor veroorzaakt.

Zoektocht naar mechanisme

In afwachting van een grote doorbraak in het kankeronderzoek, vraagt men wel aan alle kankerpatiënten in UZ Leuven om op geregelde tijdstippen een buisje bloed af te geven. Dat dient voor onderzoek, in het kader van studies goedgekeurd door het ethisch comité. Maar het is ook bedoeld om de patiënt in de toekomst misschien wél te kunnen helpen. Met de info die het bloedstaal vandaag geeft, kan in de toekomst, wanneer het mechanisme achter de kanker ont- dekt is, de juiste behandeling gekozen worden. Met enkele toepassingen van de vloeibare biopsie worden patiënten ook vandaag al geholpen. Op zowat alle oncologische diensten van UZ Leuven houden artsen, onderzoekers en doctoraatsstudenten zich ermee bezig.

Prof. dr. Sabine Tejpar, specialist maag-darmkanker in UZ Leuven.  “Sinds de techniek ontdekt is om tumordeeltjes in het bloed te zien, is het niet moeilijk om ze te vinden. Als bij een patiënt een kankergezwel verwijderd is, analyseren we die tumor om te zien welke genetische afwijking de kankercellen hebben. Die afwijking of mutatie kunnen we dan ook in het bloed van de patiënt terugvinden.”

Een patiënt bij wie een tumor verwijderd is, zou na ongeveer 48 uur geen tumordeeltjes in het bloed mogen hebben. Professor Tejpar: “Als we na de operatie nog tumorcellen in het bloed zien, weten we dat de kanker niet weg is. Ook al is er niets meer te zien via beelden op de scanner, de ziekte kan terugkeren. We kunnen dan aan de patiënt laten weten dat het risico op herval hoog is.”

Wetenschappelijk en technisch is het een enorme doorbraak: herval van kanker was vroeger niet te voorspellen. Toch is het voor artsen maar een kleine stap voorwaarts. Professor Tejpar: “Wat zijn we ermee, als we mensen niet kunnen helpen en de kanker niet kunnen voorkomen? Het jaagt patiënten schrik aan. Daarom gaan we verder met intensief onderzoek om de meerwaarde voor de patiënt aan te tonen.

Kanker voorspellen?

Kunnen we in de toekomst dan ook op basis van een staaltje bloed voorspellen of iemand kanker zal krijgen? “Zo ver zijn we nog niet”, nuanceert professor Tejpar. “Al lijkt het soms van wel. Er bestaan talloze bedrijven die testen hebben ontwikkeld waarmee je zowat alle mogelijke genmutaties voor kanker kunt opsporen. In Amerika is het een hype en ook in België krijgen mensen brieven in de bus met aanbiedingen voor dergelijke dure testen. Die testen kunnen perfect meten of je risico loopt op darmkanker, maagkanker, borstkanker of longkanker. Maar ook daar geldt: meten en weten is één ding, interpreteren is iets anders. En wat doe je met de wetenschap dat je in de toekomst darmkanker zal krijgen als je het niet kunt voorkomen? Ik raad iedereen aan om bij je arts langs te gaan om te kijken of zo’n test nuttig is in jouw situatie.”

Voor de artsen en onderzoekers is het ondertussen wachten op grotere studies en meer inzicht. “Vloeibare biopsie is een fantastische ontwikkeling, maar als we een patiënt er niet vijf jaar langer mee kunnen laten leven, zijn we niet tevreden. Wij gaan alleen voor grote stappen en die moeten traag bewezen worden, met studies waaraan duizenden patiënten deelnemen.”

Lees het volledige artikel in UZ-magazine (pdf).