Zorg rectumkanker te versnipperd

06-07-17

UZ Leuven behaalt in de Vlaamse kwaliteitsindicatoren goede resultaten voor rectumkankerbehandelingen. Maar Leuvense artsen trekken aan de alarmbel: de zorg voor rectumkanker is zo technisch en complex dat per ziekenhuis een jaarlijks minimum aan patiënten en de uitbouw van een expertenteam nodig zijn om de goede cijfers in Vlaanderen te kunnen blijven waarmaken.

Het Vlaams Indicatorenproject voor Patiënten en Professionals (VIP²) bracht de resultaten van de zorg voor rectumkanker in Vlaanderen in kaart. Daaruit blijkt dat de aanpak, behandeling en resultaten van rectumkanker erg verschillend zijn in de Vlaamse ziekenhuizen. Eerder werd dat ook al aangetoond voor bijvoorbeeld pancreas-, slokdarm- en longkanker. De behandeling van tumoren in de endeldarm is anno 2017 een ingewikkelde materie. De onderzoeken met nieuwe beeldvorming en de nieuwste chirurgische technieken vragen een minimaal aantal patiënten om de juiste ervaring en expertise op te bouwen.

De cijfers van VIP² tonen aan dat in 29 van de 56 opgevolgde ziekenhuizen minder dan 50 patiënten met rectumkanker geopereerd werden op drie jaar tijd. “Het is zo goed als onmogelijk dat in die centra dezelfde kwalitatieve zorg geleverd kan worden”, stelt prof. dr. André D’Hoore, specialist rectumchirurgie in UZ Leuven. “Een minimum van 20 patiënten per jaar is noodzakelijk om die ervaring te kunnen opbouwen.”

Overlevingskans

De kwaliteitsindicatoren wijzen op grote verschillen in overlevingskansen in Vlaanderen. De kans op overlijden 30 dagen na de chirurgische ingreep ligt op 0,7 procent in UZ Leuven, het gemiddelde in alle Vlaamse ziekenhuizen ligt drie keer hoger. Voor de kans op overlijden 90 dagen na de ingreep zijn de verschillen nog groter: 1% in UZ Leuven en 4,4% in Vlaanderen. De kankergerelateerde kans op overleven na 5 jaar voor patiënten met een diagnose van rectumkanker is 74,7% in UZ Leuven, terwijl het Vlaamse gemiddelde 67,5% is.

Van de patiënten die een operatie ondergingen, bedraagt de overlevingskans in UZ Leuven 82,3%. In Vlaanderen is dat 78,1%. Dit cijfer geeft weer welk percentage van de patiënten bij wie de endeldarm verwijderd werd, nog in leven is vijf jaar na het vaststellen van rectumkanker. Er is opnieuw een duidelijke relatie te zien met het aantal patiënten: hoe meer patiënten er in eenzelfde ziekenhuis behandeld worden, hoe beter de resultaten. De laatste VIP²-cijfers keken enkel naar de resultaten van de 15 grootste Vlaamse ziekenhuizen: men mag dus aannemen dat de verschillen tussen álle ziekenhuizen nog groter zijn.

Kloof

Prof. dr. André D’Hoore: “De kloof tussen ziekenhuizen onderling wordt op het vlak van rectumkanker alsmaar groter. De behandelingen zijn zo technisch en complex geworden dat een minimum van 20 patiënten per jaar noodzakelijk is. Volume is geen garantie voor kwaliteit, maar een minimumvolume is nodig om die kwaliteit te kunnen opbouwen en ze te kunnen meten en bijsturen. In UZ Leuven, waar we 200 patiënten per jaar opvolgen, ligt de overlevingskans na rectumkanker bijna 10 procent hoger dan het Vlaamse gemiddelde.”

De kloof tussen ziekenhuizen onderling wordt alsmaar groter

“Wij pleiten niet voor een beperkt aantal gespecialiseerde centra. Integendeel: elk ziekenhuis dat 50 patiënten per jaar ziet, kan even goede cijfers voorleggen. Maar patiënten zouden moeten weten dat hun kans op een geslaagde ingreep en een goede overlevingskans lager ligt in een ziekenhuis waar jaarlijks geen 20 patiënten met rectumkanker komen. Elke arts en ziekenhuisdirectie zou zich de vraag moeten stellen of het ethisch verantwoord is om dit soort complexe zorg te bieden als ze niet voldoende patiënten zien of niet hetzelfde multidisciplinaire expertenteam kunnen bieden.”

Multidisciplinaire strategie

De mooie cijfers van het Vlaams Indicatorenproject voor UZ Leuven zijn het resultaat van een nieuwe strategie en nieuwe chirurgische technieken. De aanpak van een patiënt met rectumkanker is in UZ Leuven een tiental jaren geleden drastisch veranderd en geïndividualiseerd. Waar vroeger een CT-scan bepaalde of de patiënt geopereerd moest worden, gebruiken artsen vandaag ook een multiparametrische MRI-scan, die veel preciezer de aflijningen van tumor en vetweefsel kan zien. Op basis van die MRI-scan bepaalt het multidisciplinaire team (radioloog, digestieve oncoloog, chirurg en radiotherapeut-oncoloog) of de patiënt onmiddellijk onder het mes moet of eerst een voorbehandeling krijgt met chemotherapie, radiotherapie of een combinatie van beide.

De uiteindelijke chirurgische ingreep hangt af van het resultaat van die voorbehandeling. Soms kan daardoor alsnog de sluitspier worden behouden of is er minder uitgebreide chirurgie nodig. Bij een kleine groep van patiënten is het soms mogelijk een operatie te vermijden. Eind jaren negentig kreeg 1 op de 2 patiënten een definitieve stoma. In de periode tussen 2000 en 2009 is dat nog gemiddeld 22 procent. Dankzij nieuwe ontwikkelingen in de minimaal invasieve transanale chirurgie kunnen de meeste rectumtumoren op een minder ingrijpende manier veilig geopereerd worden. Ook nieuwe ontwikkelingen in de bestraling dragen bij tot een betere plaatselijke aanpak van de tumor.

Prof. dr. Eric Van Cutsem, digestief oncoloog in UZ Leuven: “De bepaling van de juiste strategie in teamverband voor en na de operatie en het gebruik van innovatieve geneesmiddelen en moleculaire tumormerkers dragen bij aan de goede overlevingskansen.”

Meer info