Deze website draagt het AnySurferlabel, een Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites. Meer informatie vindt u op www.anysurfer.be.

Pijn en ouderen

The International Association for the Study of Pain - G. Pickering

Vertaald door dr. G. De Clerck

Epidemiologie

  • Momenteel vindt een belangrijke verschuiving in de leeftijdsdistributie van de wereldbevolking plaats. In ontwikkelde landen zal tegen 2050 het percentage van de bevolking ouder dan 65 jaar van 17.5 procent naar 36.3 procent stijgen. De groep van de meer dan 80-jarigen zal verdrievoudigen (US Bureau of the Census, International Data, 2002).
  • Pijn is een veralgemeend probleem bij ouderen: chronische pijn treft meer dan 50% van de oudere personen in de thuissituatie, en meer dan 80 procent van de bewoners van verzorgingstehuizen (Ferrell et al. 1995, Helme & Gibson 2001). Ouderen hebben meer kans om chronische pijn te lijden dan jongeren.
  • Pijn wordt door 73 procent van de ouderen vermeld, en is dan ook het meest frequent gerapporteerde symptoom bij ouderen (Brody & Kleban 1983).
  • Pijn bij ouderen is eerder constant en matig tot ernstig van intensiteit, duurt meerdere jaren en is multifocaal en multifactorieel (Brattberg et al. 1996).
  • 45.8 procent van de gehospitaliseerde ouderen vermeldt pijn. In deze groep heeft 19 procent matige tot ernstige pijn en is 12 procent ontevreden over de pijncontrole (Desbiens et al. 1997).
  • Kanker is de tweede oorzaak van overlijden voor personen boven 65 jaar (D’Agostino et al. 1990) en 67 procent van de overlijdens ten gevolge van kanker treden op in de leeftijdsgroep boven 65 jaar (Kennedy 1995). Meer dan een kwart van de kankerpatiënten boven 65 jaar die dagelijks pijn hadden, kregen geen analgeticum (Bernabei et al. 1998).
  • Pijn is een belangrijk probleem in de Europese gezondheidszorg. De incidentie van chronische ziekten is groter bij ouderen dan in de rest van de populatie. Acute pijn kan terecht beschouwd worden als symptoom van een ziekte of een verwonding. Chronische en recurrente pijn daarentegen is een ziekte op zich (EFIC’s Declaration, D. Niv and M. Devor, presented at the European Parliament May 2001).
  • Voorbeelden van frequent voorkomende chronische pijnsyndromen bij ouderen zijn osteoarthritis, postherpetische neuralgie, spinaal kanaalstenose, kanker, fibromyalgie, pijn na CVA en diabetische perifere polyneuropathie.
  • Bij ouderen draagt meestal meer dan één klinische diagnose bij tot de chronische pijn (Jones & Macfarlane 2005). Door afgenomen fysiologische reserves en interagerende comorbiditeit is de pijnpresentatie ook vaker atypisch (Gibson & Helme 2001).
  • Ouderen hebben een verminderde sensitiviteit voor schadelijke stimuli, maar dit betekent geenszins dat de pijn die zij ervaren minder intens is. Als ouderen pijn rapporteren dan hebben zij meestal ernstiger onderliggende pathologie dan jongere personen die dezelfde pijnintensiteit aangeven (Gagliese & Melzack 1997, Weiner & Herr 2002).
  • Ten gevolge van een andere interpretatie van fysieke sensaties, door problemen bij het gebruik van de standaard pijnscoringssystemen en door verkeerde inzichten over pijn en pijnbehandeling hebben ouderen de neiging om pijn eerder te onder-rapporteren.

Impact op het welzijn van ouderen

  • Verminderde levenskwaliteit ten gevolge van pijn kan geuit worden als depressie (met verhoogd suicide-risico), angst, slaapstoornis, verminderde eetlust en gewichtsverlies, cognitieve stoornis en verminderde performantie bij dagelijkse activiteiten. Een effectieve pijnbehandeling verbetert ook het fysieke en psychische welzijn (AGS Panel 2002).
  • Ouderen met chronische pijn schatten hun gezondheid slechter in (Reyes-Gibby et al. 2002) en maken vaker gebruik van voorzieningen voor gezondheidszorg dan hun leeftijdsgenoten zonder pijn (Lavsky-Shulan et al. 1985).
  • Bij patiënten met een heupfractuur leidt ernstige pijn of inadequate analgesie na chirurgie tot meer verwardheid, trager herstel en minder goede gang en algemeen functioneren (Morrison et al. 2003a, Morrison et al. 2003b).

Beoordeling en behandeling

  • Bij het beoordelen van pijn bij ouderen wordt rekening gehouden met pijnkarakteristieken (intensiteit, aard, tijds- en situatiegebonden variaties), impact van de pijn (mate van psychosociale of affectieve verstoring, mate van functionele limitaties in dagelijkse activiteiten, sociale impact), aanwenden van coping strategieën, houding ten opzichte van pijn, comorbiditeit en cognitieve functie.
  • Het beoordelen van pijn is moeilijker bij volgende subpopulaties: bejaarden in verzorgingstehuizen, personen met visus- of hoorproblemen en met verminderde cognitieve functie. Als de pijn niet verbaal gecommuniceerd kan worden, dient men af te gaan op nonverbale tekens van pijn (zoals grimassen, agitatie, gefronste wenkbrauwen).
  • Ouderen met dementie of communicatieproblemen hebben meer risico op onderbehandeling van pijn. Ze krijgen minder analgetica toegediend dan personen van dezelfde leeftijd en met dezelfde pathologie (Parmalee et al. 1993; Pickering et al. 2006).
  • Bij elke opname van een oudere persoon in een centrum voor gezondheidszorg zou evidentie voor chronische pijn nagegaan moeten worden (AGS Panel 2002).
  • Elke vorm van persisterende pijn die een impact heeft op het fysiek of psychosociaal functioneren of op andere aspecten van levenskwaliteit zou als significant probleem erkend moeten worden (AGS Panel 2002).
  • Ondanks het feit dat persisterende pijn vaker voorkomt bij ouderen, werd het overgrote deel van de studies over pijnbehandeling uitgevoerd in jongvolwassen populaties. Slechts zelden werd rekening gehouden met leeftijdsverschillen bij het beoordelen van de efficiëntie van behandeling. Er is een manifest tekort aan wetenschappelijke evidentie ter ondersteuning van de op heden toegepaste pijnbehandelingsstrategieën voor bejaarden (Gibson 2006).
  • Multidisciplinaire pijnbehandelingsprogramma’s die farmacologische en niet-farmacologische behandeling combineren hebben hun efficiëntie in de aanpak van chronische pijn bij bejaarden bewezen. Toch wordt deze multidisciplinaire strategie te weinig toegepast in centra voor pijntherapie, doordat oudere patiënten ondervertegenwoordigd zijn in pijncentra en minder vaak een multidisciplinaire behandeling aangeboden krijgen (Kee et al. 1998).
  • Farmacologische behandeling van chronische pijn is het meest effectief in combinatie met niet-farmacologische wijzen van behandeling (bijvoorbeeld een oefenprogramma, TENS, applicatie van warmte of koude), psychologische methoden (bijvoorbeeld relaxatie, cognitieve gedragstherapie), educatieve programma’s, sociale interventies en complementaire therapie (bijvoorbeeld acupunctuur).
  • Doordat ouderen vaak lijden aan meerdere medische en nutritionele problemen zijn de opties voor behandeling met analgetica soms beperkt, zowel door een vergroot risico op neveneffecten als door problemen ten gevolge van medicamenteuze interacties (Pickering et al. 2004).
  • Het efficiënt behandelen van pijn bij bejaarden vereist gespecialiseerde kennis en opleiding in pijntherapie. Bij het opstellen van een behandelingsplan dient rekening gehouden te worden met de bestaande medicamenteuze behandeling en de potentiële impact van comorbiditeit. Vertrouwdheid met belangrijke medicamenteuze interacties die de analgetische werking beïnvloeden en neveneffecten veroorzaken is een vereiste (AGS Panel 2002).

Besluit

Er is een urgente nood aan betere professionele educatieve programma’s, meer toegespitst onderzoek om de klinische praktijk te ondersteunen en betere pijnbehandelingsstrategieën die specifiek gericht zijn op de speciale noden van ouderen (Gibson 2006).

Samenvatting van het EFIC-onderzoek over pijn bij ouderen

Pijn en ouderen

Pijn is een belangrijk probleem in de Europese gezondheidszorg. Ouderen vormen er een groter onderdeel van de populatie dan in andere delen van de wereld. De vijfde Europese Week tegen Pijn in oktober 2005 met als thema ‘Pijn bij ouderen’ was het begin van een jaar waarin onderzocht werd welke moeilijkheden optreden bij het beoordelen en behandelen van pijn bij ouderen.  EFIC organiseerde een europees onderzoek om informatie te bekomen over verschillende problemen die aan bod komen bij pijn bij bejaarden.

Het doel van dit onderzoek was het nagaan van  elementen uit de dagdagelijkse pijnbehandeling bij ouderen en algemene attitudes tegenover pijn, en dit zowel vanuit het perspectief van de patiënt als van de gezondheidszorgwerker (GW).

Het onderzoek vond plaats in het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Polen, Duitsland en Italië. Op elke lokatie werden telefonische diepte-interviews van 45 minuten uitgevoerd: huisartsen, patiënten en verpleegkundigen werden ondervraagd. Alle patiënten waren meer dan 65 jaar oud en hadden minstens 6 maand pijn. De GWs waren huisartsen en verpleegkundigen die regelmatig oudere patiënten behandelen of verzorgen.

Focus op aanwezigheid en behandeling van pijn

In dit onderzoek, dat zowel bij GWs als patiënten werd uitgevoerd, werd vooral gefocust op aandacht voor aanwezigheid en behandeling van pijn en verbetering van pijntherapie. Attitude tegenover en meningen over pijnbehandeling zijn voor GWs en patiënten vrij gelijklopend in de deelnemende landen.De aandacht voor aanwezigheid van pijn is hoog bij GWs die oudere patiënten behandelen; de meesten gaven ook aan dat hun begrip van pijn bij patiënten verbeterd was door opleiding en ervaring. GWs beschouwen pijn als een onderdeel van een algemene conditie die aanleiding kan geven tot andere ernstige problemen. Het grootste probleem is dat patiënten hun pijn vaak niet adequaat kunnen beschrijven of de intensiteit ervan niet kunnen aangeven. Voor patiënten is het niet meer kunnen uitvoeren van wat vroeger normaal was in het dagelijks leven en de verminderde levenskwaliteit de voornaamste bron van frustratie. Vaak beschouwen ze de mogelijkheid om met iemand over hun pijn te praten als een behandeling op zich. Toch blijkt dat, hoewel patiënten tevreden zijn met hun arts te kunnen praten, zij toch niet steeds het gevoel hebben dat er geluisterd wordt of dat ze serieus genomen worden.

Effectieve pijnbehandeling

Voor GWs houdt een effectieve pijnbehandeling correcte medicatie in, die de pijn verlicht en de patiënt toelaat zijn normaal leven verder te zetten. Het grootste probleem bij pijntherapie is het vinden van de juiste behandeling voor elke pijntoestand. Huisartsen en verpleegkundigen kennen veel therapeutische opties.  De eerste stap van de behandeling bestaat uit correcte medicatie, behoud van mobiliteit en educatie van patiënten. Factoren die een effectieve behandeling verstoren zijn tijdsgebrek, gebrek aan ondersteuning door collega’s, moeilijke communicatie met de patiënt, slechte therapeutische compliantie en falende opvolging. De farmacologische veranderingen die optreden bij veroudering veroorzaken neveneffecten die geanticipeerd kunnen worden. Een groot aantal GWs wenst beter geïnformeerd te worden over nieuwe behandelingen en patiënten hebben meestal weinig informatie over behandelingen. Patiënten die niet tevreden zijn over hun behandeling hebben meestal wel het gevoel dat alles wat gedaan kon worden ook gebeurd is. 

Huisarts als eerste aanspreekpunt

De huisarts is het eerste aanspreekpunt voor patiënten met pijn en de meeste patiënten bezoeken hun huisarts op regelmatige basis. Huisartsen verwijzen meestal wanneer hun therapeutische opties uitgeput zijn en de pijn voor de patiënt ondraaglijk is. De meeste GWs vinden dat patiënten niet vroeg genoeg gezien worden. Meestal is dit te wijten aan de patiënt,  die lang wacht alvorens de huisarts te consulteren, aangezien oudere patiënten vaak een fatalistische attitude aannemen en van mening zijn dat pijn komt met de leeftijd. Naast de proactieve patiënten die zoeken naar pijnbehandeling zijn er anderen die de pijn eenvoudigweg tolereren, te laat behandeling zoeken of eerder als vorm van sociaal contact behandeling zoeken. Pijn beïnvloedt de mogelijkheid om een normaal leven te leiden en leidt tot verminderde mobiliteit en afhankelijkheid, depressie en stress, gebrek aan zelfvertrouwen, falende coping, slaapstoornissen en verminderde levenskwaliteit.

Enkele conclusies

Dit beperkt Europees onderzoek heeft de nadruk gelegd op een elementen die van belang zijn voor pijnbehandeling bij ouderen en heeft een aantal mogelijkheden aangetoond om patiënten te begeleiden in een betere coping met pijn.Voor GWs is verbeterde en adequate informatie van belang. GWs kunnen opgeleid worden om de patiënt te helpen zijn pijn beter te communiceren. De huisarts is goed geplaatst om scepticisme en opvattingen over pijn, farmacologische en niet-farmacologische behandelingen te beoordelen en te bespreken met de patiënt. Door het aanpassen van verwijsprocedures  kunnen onnodige wachttijden en lijden vermeden worden. Neveneffecten van medicatie zouden in een individueel behandelingsplan geanticipeerd moeten worden. Pijnbehandeling bij ouderen omvat echter meer dan louter medicatie: oudere patiënten hebben een vriendelijke en zorgende omgeving nodig. Comfort is niet alleen de sleutel tot een een succesvolle relatie tussen GWs en patiënten, maar ook tot een optimale pijnbehandeling. 

Meer informatie vind je ook op: www.efic.org