Congenitale cardiologie volwassenen
- Zorgprogramma
- Artsen en medewerkers
- Het hart
- Normale werking
- Hartafwijkingen
- Patiëntenbrochures
- Onderzoek
- Interessante links
- Contact congenitale cardiologie volwassenen
Atriumseptumdefect
Wat is een atriumseptumdefect?
Hoe wordt een atriumseptumdefect behandeld?
Waar moet een patiënt met een atriumseptumdefect op letten?
Wat is een atriumseptumdefect
Tussen de twee voorkamers ligt een tussenschot dat beide delen van elkaar scheidt en dat het atriaal septum wordt genoemd. Een atriumseptumdefect of ASD, is een opening in dit tussenschot. Het gevolg is een abnormale bloedstroom van de linkervoorkamer naar de rechtervoorkamer waardoor de bloedtoevoer naar de longen verhoogd is. Er zijn 4 types ASD, afhankelijk van de lokalisatie van het defect:
-
Type 1 (1)
-
Type 2: dit is het meest voorkomende type ASD (70 procent) (2)
-
Sinus venosus type (15 procent) (3)
-
Coronaire sinusdefect (4)
Hoe wordt een atriumseptumdefect behandeld?
Er zijn 2 mogelijke behandelingen voor een atriumseptumdefect:
-
het chirurgisch sluiten van een ASD
-
het plaatsen van een parapluutje door middel van een hartkatheterisatie
Welke techniek wordt gebruikt hangt af van het type ASD, de grootte en de ligging.
Waar moet een patiënt met een atriumseptumdefect op letten?
Het is belangrijk dat een patiënt met een atriumseptumdefect een aantal algemene richtlijnen opvolgt om de gezondheidstoestand optimaal te houden:
- Follow-up: regelmatige controle is noodzakelijk om de evolutie nauwkeurig op te volgen. In principe wordt een controle om de 1 à 2 jaar aangeraden. Enkel bij kleine ASD's zonder andere afwijkingen is een opvolging om de 3 à 5 jaar voldoende. In sommige situaties zal uw (kinder)cardioloog bepalen om sneller op controle te komen. Indien volgende klachten optreden moet er contact worden opgenomen met de behandelende (kinder)cardioloog: duizeligheid, kortademigheid, hartkloppingen, pijn op de borst, flauwvallen, versnelde vermoeidheid, dikke voeten en benen.
- Fysieke activiteiten
- Tandartsbezoek en endocarditispreventie: Preventie van endocarditis is belangrijk tot 6 maanden na de sluiting of wanneer er restafwijkingen zijn na een ingreep.
- Erfelijkheid: de laatste jaren is veel meer bekend geworden over de erfelijke factoren die een rol spelen bij het ontstaan van aangeboren hartafwijkingen. Over het algemeen kan gesteld worden dat het risico van overerfbaarheid van aangeboren hartaandoeningen klein tot onbestaande is: bij de man 3 tot 5 procent en bij de vrouw 5 tot 8 procent. Wanneer de aangeboren hartaandoening daarentegen kadert binnen een familiale belasting of gepaard gaat met andere aangeboren problemen is het belangrijk dat steeds erfelijkheidsadvies wordt ingewonnen.
- Zwangerschap en anticonceptie
- Beroepskeuze, tewerkstelling en verzekerbaarheid
