Expertises
CDG
Signaaltransductie-aandoeningen
Lysosomale stapelingsziekten en enzym-vervangingstherapie
Mitochondriale aandoeningen
Volwassenen met metabole ziekten
Hypertrofe cardiomyopathieën
Levertransplantatie bij metabole ziekten
Porfyrieën
UZ Leuven erkend als expert center voor porfyrie voor België
Hypotonie-cystinurie syndroom
Familiale hypercholesterolemie
CDG
De aangeboren stoornissen van de glycosylatie (congenital disorders of glycosylation, CDG), zijn een groeiende groep van meestal ernstige stofwisselingsziekten, die voor het eerst door prof. dr. Jaak Jaeken in Leuven beschreven werden.
De glycosylatie is het proces in de cellen, waarbij suikerketens op de nieuw aangemaakte eiwitten worden aangebracht, waarna deze eiwitten pas hun functie in of buiten de cel kunnen gaan vervullen. Omdat de glycosylatie een essentieel, fundamenteel proces is in de cellen en de verschillende organen, zullen de CDGs zeer diverse organen aantasten en heel uiteenlopende ziektebeelden vertonen.
Op dit ogenblik zijn er een 600-tal patiënten met in totaal meer dan 20 verschillende types CDG in de hele wereld bekend. Enkel voor CDG type Ib bestaat er op dit ogenblik een gerichte behandeling.
Interessante links
Signaaltransductie-aandoeningen
De signaaltransductie is de manier waarop cellen de signalen van buiten de cel doorcommuniceren naar het binnenste van de cel en uiteindelijk tot in de kern. Het is voor cellen zelf en voor de samenwerking tussen de vele verschillende cellen in het lichaam natuurlijk essentieel dat informatie snel en correct uitgewisseld kan worden, zodat het lichaam als eenheid kan functioneren.
Bloedplaatjes zijn als het ware kleine brokjes van cellen, die in het bloed circuleren en een heel belangrijke rol spelen in de bloedklontervorming, ziekte- en genezingsprocessen. Doordat ze geen kern bevatten, zijn de bloedplaatjes een soort vereenvoudigde versie van de lichaamscellen. Hierdoor zijn ze ideaal om op redelijk éénvoudige wijze een aantal processen die in het lichaam optreden, zoals de signaaltransductie, op te testen.
Door het gebruiken van bloedplaatjestesten, op zoek naar een verklaring voor zeer uiteenlopende ziektebeelden (vertraagde ontwikkeling, autisme, lichte aangeboren stoornissen van de levertesten in het bloed, enz.), wordt stilaan duidelijk dat de bloedplaatjestesten inderdaad een geschikte manier zijn om signaaltransductie-aandoeningen op te sporen. De groepen die hierbij betrokken zijn in Leuven, spelen een toonaangevende rol in de ontdekking en beschrijving van deze zeer nieuwe aandoeningen.
Wetenschappelijke literatuur over signaaltransductie-aandoeningen (pdf, 20.89 KB)
Lysosomale stapelingsziekten en enzym-vervangingstherapie
Lysosomen zijn kleine blaasjes in de cellen, waarin afval wordt verwerkt door enzymen. Wanneer één van de enzymen die nodig zijn voor deze afvalverwerking niet goed werkt of niet wordt aangemaakt, ontstaat er opstapeling van het afvalprodukt dat normaal door dit enzyme moet verwerkt worden. Afhankelijk van welk enzyme er niet goed werkt, zal er een ander afvalprodukt stapelen.
De meest voorkomende lysosomale stapelingsziekten zijn ziekte van Gaucher, ziekte van Pompe, ziekte van Fabry, ziekte van Hurler en ziekte van Hunter. Voor elk van deze ziekten is er een aanvaarde of experimentele behandeling voorhanden. In de meeste gevallen betreft het een behandeling waarbij het defecte enzym wordt aangevuld via infuzen (enzymvervangingstherapie). Er bestaan ook behandelingen waarbij we trachten te voorkomen dat er afvalprodukt opstapelt, door de aanmaak van het afvalprodukt te remmen (substraatreductietherapie).
Interessante links
-
Fabry (screening bij dialyse-patiënten)
Mitochondriale aandoeningen
De mitochondria zijn de energiefabriekjes van de cellen, waar suikers en vetten verbrand worden om energie aan te maken voor de groei en het onderhoud van het lichaam en voor de normale werking van weefsels als de hersenen, de spieren, de lever, de darmen enz.
De mitochondriale aandoeningen zijn een heel diverse groep van aandoeningen, die alle veroorzaakt worden door defecten in de aanmaak of de werking van de mitochondria. Er bestaan voor deze aandoeningen nog geen duidelijk werkzame behandelingen, maar behandelingen met vitamines en voedingssupplementen zouden in sommige gevallen gunstige effecten hebben.
Interessante links
Volwassenen met metabole ziekten
Omdat de diagnose en behandeling van metabole ziekten over de voorbije jaren sterk verbeterd is, worden meer en meer van onze patiënten stilaan volwassen. Dat brengt uiteraard speciale vragen en zorgen met zich mee, maar we zien ook dat volwassen patiënten met metabole ziekten ook – net als andere volwassenen – ‘doorsnee’ medische problemen krijgen als hoge bloeddruk, bv. Daarnaast merken we ook dat we meer en meer patiënten ontdekken met – vaak mildere – metabole ziekten wanneer die patiënten al volwassen geworden zijn. Om deze redenen werd sinds 2005 in Leuven gestart met een programma specifiek voor volwassen patiënten met metabole ziekten, onder leiding van prof. dr. David Cassiman (Inwendige Ziekten - Leverziekten) en prof. dr. Jaak Jaeken.
Zo is er nu ook een programma, specifiek voor volwassen patiënten met PKU, in samenwerking met de dienst Neurologie (prof. dr. Rik Vandenberghe) en Neuropsychologie (mevr. Katleen Porke) en een programma voor vruchtbaarheids- en zwangerschapsbegeleiding van moeders met metabole ziekten (in samenwerking met prof. dr. Roland Devlieger van Verloskunde).
Hypertrofe cardiomyopathieën
Een groot aantal van de kinderen met een verdikte hartspier (hypertrofe cardiomyopathie, HCM), zullen een stofwisselingsziekte blijken te hebben. Bij de volwassen met HCM, wordt gedacht dat er ook enkele procenten van deze patiënten een stofwisselingsziekte zullen hebben.
In Leuven loopt sinds enige tijd een klinisch-genetisch programma voor patiënten met HCM (op Pediatrie onder leiding van prof. dr. Luc Mertens; op Inwendige Ziekten – Cardiologie onder leiding van prof. dr. Johan Van Cleemput, in samenwerking met prof. dr. Koen Devriendt van Menselijke Erfelijkheid). Vanuit de dienst Metabole Ziekten werd recent een screeningsprogramma naar stofwisselingsziekten gekoppeld aan het lopende HCM programma op Inwendige Ziekten.
Voor meer informatie, wend u tot
-
Prof. Dr. Luc Mertens (Pediatrische Cardiologie)
-
Prof. dr. Johan Van Cleemput (Inwendige Ziekten – Cardiologie)
-
Prof. dr. Koen Devriendt (Menselijke Erfelijkheid)
Levertransplantatie bij metabole ziekten
Sommige stofwisselingsziekten worden veroorzaakt door een defect in de lever, of gaan gepaard met ernstige leveraantasting (leverfalen, cirrose, leverkanker). Deze stofwisselingsziekten kunnen in specifieke gevallen behandeld worden door een levertransplantatie.
Prof. dr. David Cassiman werkt op de dienst Leverziekten (onder andere binnen het programma van Levertransplantatie) en in het Metabool Centrum. Hij zorgt ook voor de metabole patiënten die een levertransplantatie nodig hebben.
Interessante links
Porfyrieën
De porfyrieën zijn zeldzame stoornissen in de aanmaak van het heem. Heem is een scheikundige verbinding, die nodig is voor de aanmaak van hemoglobine (de rode stof in het bloed die de zuurstof vervoert) en een aantal andere enzymes.
Porfyrieën gaan gepaard met zeer uiteenlopende problemen, gaande van zonne-‘allergie’, over hevige buikpijn-aanvallen, tot levercirrose.
Voor de porfyrieën die gepaard gaan met hevige buikpijnen bestaat er sinds enkele jaren een behandeling die de aanvallen kan verkorten (hemin-infuzen).
Binnen het metabool centrum worden ook verschillende patiënten met verschillende types porfyrieën gevolgd, in samenwerking met de dienst dermatologie (dr. Roelandts).
Interessante links
UZ Leuven erkend als expert center voor porfyrie voor België
Porfyrieën zijn zeldzame, meestal erfelijke stoornissen in de aanmaak van het heem. Heem is een scheikundige verbinding, die nodig is voor de aanmaak van hemoglobine, de rode stof in het bloed die zuurstof vervoert, en voor de aanmaak van een aantal andere enzymes. Porfyrieën gaan gepaard met zeer uiteenlopende problemen, van zonne'allergie', hevige buikpijnaanvallen, neuropsychiatrische klachten zoals psychose en zenuwontstekingen tot cirrose.
In UZ Leuven worden patiënten met verschillende types porfyrieën gevolgd. Dit gebeurt in een multidisciplinair verband tussen het centrum voor metabole ziekten (prof. dr. David Cassiman), de dienst algemene inwendige ziekten (dr. Wouter Meersseman), de dienst dermatologie (prof. dr. Rik Roelandts), de dienst laboratoriumgeneeskunde (dr. Willy Goossens, prof. dr. Florent Van Stapel), de dienst hematologie (prof. dr. Michel Delforge) en het centrum menselijke erfelijkheid (prof. Gert Matthijs).
UZ Leuven heeft voor zowel de diagnostiek als de behandeling van deze groep van aandoeningen expertise opgebouwd. Het centrum werd daarom na een strikte selectieprocedure via het European Porphyria Initiative (EPI) gekozen als eerste expertcentrum in België. De criteria daarvoor zijn streng: de volledige biochemische diagnostiek moet in huis mogelijk zijn, er moeten voldoende patiënten gescreend en gevolgd worden en er moet klinisch of fundamenteel onderzoek rond deze aandoeningen gebeuren.
Het EPI is een groep van internationale experts, die met financiële middelen van de Europese Unie de zorg voor patiënten met porfyrieën wil verbeteren. België was een van de enige landen in Europa waar nog geen expertcentrum was aangeduid.
Hypotonie-cystinurie syndroom
Het hypotonie-cystinurie syndroom is een erfelijke aandoening beschreven in 13 families. De aandoening wordt autosomaal recessief overgeërfd, hetgeen betekent dat de beschreven patiënten een genetische afwijking van zowel hun vader als hun moeder hebben overgeërfd en daarom ziek zijn. Patiënten zijn zeer hypotoon (slap) en kampen met grote voedingsproblemen op zuigelingenleeftijd. Ze vertonen ook lichte morfologische afwijkingen waaronder een langwerpig hoofd (dolichocephalie) en neerhangende oogleden (ptosis). Patiënten vertonen ook een groeiachterstand die succesvol wordt behandeld met groeihormoon. Tenslotte ontstaan symptomen van nierstenen binnen de eerste tien levensjaren ten gevolge van cystinurie type I.
Het syndroom wordt genetisch veroorzaakt door een deletie die 2 genen, SLC3A1 en PREPL, omvat. Het verlies van SLC3A1 leidt tot cystinurie type I. De overige symptomen worden hoogst waarschijnlijk veroorzaakt door het verlies van PREPL. PREPL codeert mogelijk voor een serine oligopeptidase, maar zijn functie is nog niet gekend.
Figuur: Genotype van het hypotonie-cystinurie syndroom. In de 13 gekende families met het hypotonie-cystinnurie syndroom werden 5 verschillende deleties teruggevonden. Deze hebben gemeenschappelijk dat ze de coderende regio van SLC3A1 en PREPL, gelegen op chromosoom 2p21, onderbreken.
Referenties
-
Clara R, Lowenthal A. [Familial aminoaciduria with muscular hypotonia and dwarfism]. Bull Acad R Med Belg 1966;6(9):577-611.
-
Jaeken J, Martens K, Francois I, Eyskens F, Lecointre C, Derua R, et al. Deletion of PREPL, a gene encoding a putative serine oligopeptidase, in patients with hypotonia-cystinuria syndrome. Am J Hum Genet 2006;78(1):38-51.
-
Martens K, Derua R, Meulemans S, Waelkens E, Jaeken J, Matthijs G, et al. PREPL: a putative novel oligopeptidase propelled into the limelight. Biol Chem 2006;387(7):879-83.
-
Martens K, Heulens I, Meulemans S, Zaffanello M, François I, De Zegher F, Jaeken J, Matthijs G, Creemers JWM. Global distribution of the most prevalent deletions causing hypotonia-cystinuria syndrome. Eur J Hum Genet 2007.
Familiale hypercholesterolemie
Vanuit het Centrum voor Metabole Ziekten, van het Universitair Ziekenhuis Gasthuisberg, zijn we de kinderen met familiale hypercholesterolemie systematisch aan het oproepen en opvolgen. We doen dit in samenwerking met de groep van prof. J. Kastelein in Amsterdam en de dienst Endocrinologie (Volwassen geneeskunde: prof. dr. A. Mertens en prof. dr. E. Muls) van ons ziekenhuis. De reden om dit te doen, is o.a. dat recent duidelijk geworden is dat er soms argumenten zijn om kinderen met hypercholesterolemie vanaf jonge leeftijd te gaan behandelen, maar zeker ook om meer te leren over deze aandoening en de langetermijngevolgen bij behandelde en onbehandelde patiënten.
Het onderzoek bestaat uit een echografie van de halsvaten (een kort, pijnloos en ongevaarlijk onderzoek) en een consultatie op de raadpleging van metabole ziekten, een advies van de diëtiste en een bloedname. De echografie van de halsvaten is op dit ogenblik het meest zinvolle onderzoek om, naast het volgen van de bloedwaarden, eventuele schade aan de bloedvaten door de hypercholesterolemie vroeg op te sporen en het effect van behandeling op te volgen.
