Persbericht: een gebroken heup als voorbode van een gedaalde levensverwachting
16-03-10
Nieuwe inzichten in de betekenis van osteoporose bij ouderen: een gebroken heup als voorbode van een gedaalde levensverwachting
Heupbreuken vormen een gevreesde verwikkeling van osteoporose. Tot 20 procent van de ouderen met een gebroken heup overlijdt binnen het jaar. Tot nu toe werd aangenomen dat na die kwetsbare periode van 6 tot 12 maanden heupfractuurpatiënten een voor hun leeftijd normale prognose hebben. Die veronderstelling wordt nu tegengesproken door grootschalig onderzoek aan UZ Brussel (Vrije Universiteit Brussel) en UZ Leuven (K.U.Leuven) bij meer dan 750 000 ouderen met heupbreuken: ook 10 tot 15 jaar na de breuk blijft de levensverwachting gevoelig ingekort. Een gebroken heup moet dan ook worden beschouwd als een teken van onderliggende kwetsbaarheid met een verhoogde vatbaarheid voor verwikkelingen. Die kwetsbaarheid heeft belangrijke therapeutische implicaties: ze benadrukt het belang van internistische nazorg en opvolging na hospitalisatie voor een gebroken heup.
Osteoporose is een aandoening die het skelet verzwakt en het risico op breuken verhoogt. Aan de basis ligt een leeftijdsgebonden versnelling van de botafbraak. Vooral heupbreuken zijn een teken van gevorderde osteoporose en vormen een gevreesde verwikkeling. In de EU treden per jaar meer dan 400 000 heupfracturen op bij vrouwen en meer dan 100 000 bij mannen. Wereldwijd gaat het jaarlijks om ongeveer 1 800 000 gebroken heupen waarvan in ons land zowat 18 000. Door de vergrijzing neemt dit aantal van jaar tot jaar nog sterk toe.
Heupbreuken treffen overwegend ouderen (typisch 70-plussers), tasten de levenskwaliteit aan en bedreigen de onafhankelijkheid. Ongeveer 20 procent van alle heupfractuurpatiënten moet, als gevolg van de breuk, definitief worden opgenomen in een verzorgingsinstelling. Bovendien overlijdt 15 tot 20 procent van de betrokkenen binnen het jaar, door medische verwikkelingen maar ook door nieuwe breuken. Heupfracturen vormen wereldwijd dan ook een van de belangrijkste bronnen van hospitalisatie, institutionalisatie en sterfte.
Tot nu toe werd algemeen aangenomen dat een gebroken heup gepaard gaat met een kwetsbare periode van 6 tot hooguit 12 maanden. Eenmaal die kritieke periode doorgekomen, zouden heupfractuurpatiënten een voor hun leeftijd normale prognose hebben. Die veronderstelling werd evenwel nooit degelijk getoetst in onderzoek. Daarin komt nu verandering met een grootschalige analyse van de betekenis van heupbreuken op langere termijn, waarvan de resultaten op 16 maart werden gepubliceerd in het gezaghebbende vakblad Annals of Internal Medicine.
De studie kadert in de jarenlange samenwerking tussen prof. dr. Patrick Haentjens van het laboratorium voor experimentele heelkunde en de dienst klinisch wetenschappelijk onderzoek van UZ Brussel en prof. dr. Steven Boonen van het centrum voor metabole botziekten en de dienst geriatrie van UZ Leuven. In hun onderzoek kwamen zij na analyse van gegevens van zo’n 750 000 heupfractuurpatiënten tot een eenduidige conclusie: ook na 10 tot 15 jaar wijst een doorgemaakte heupbreuk op een sterk gestegen sterftekans.
“Onze gegevens bevestigen dat vrouwen in de eerste drie maanden na een heupbreuk ongeveer driemaal meer kans hebben om te overlijden dan zou worden verwacht op basis van hun leeftijd”, licht prof. dr. Patrick Haentjens toe. “Bij mannen blijkt in die periode de sterftekans nog sterker toegenomen, met een factor 8. Maar vooral de resultaten op lange termijn springen in het oog: zelfs na 10 tot 15 jaar blijft de sterfte abnormaal hoog, met ook dan nog drie- tot viermaal meer kans op overlijden. Het is dus niet zo dat na 6 tot 12 maanden de prognose van heupfractuurpatiënten normaliseert. Osteoporotische heupbreuken blijven, ook na geslaagde heelkunde en intensieve revalidatie, een levensbedreigende verwikkeling – zelfs op langere termijn.”
De vraag stelt zich dan ook waarom een gebroken heup nog jaren later voorbode blijft van een gedaalde levensverwachting.
“Dat heeft te maken met het feit dat ouderen die een heup breken geen gemiddelde ouderen zijn, maar patiënten met een uitgesproken ouderdomsgebonden kwetsbaarheid”, aldus prof. dr. S. Boonen. “In vergelijking met leeftijdsgenoten heeft de gemiddelde heupfractuurpatiënt meer onderliggende aandoeningen en minder weerstand. Die kwetsbaarheid wordt aangeduid met de term ‘frailty’ en verklaart waarom hospitalisatie voor een heupfractuur vaak gepaard gaat met medische verwikkelingen. Daarom ook overlijdt 1 op 5 patiënten binnen de 6 tot 12 maanden. Wat ons onderzoek aantoont, is dat dit sterfterisico niet verdwijnt na die periode. Ouderdomsgebonden kwetsbaarheid blijft de levensverwachting van heupfractuurpatiënten inkorten, ook jaren na de breuk.”
Deze inzichten hebben therapeutische implicaties: ze benadrukken het belang van heupfractuurpreventie – mogelijk met gerichte medicatie bij bewezen osteoporose – maar ook het belang van internistische nazorg en opvolging na hospitalisatie voor een gebroken heup.
Praktische informatie voor de pers
Voor meer informatie kunt u terecht bij
- prof. dr. Patrick Haentjens (patrick.haentjens@uzbrussel.be of 02 477 51 01) van de dienst klinisch wetenschappelijk onderzoek van UZ Brussel. U kunt voor algemene informatie ook contact opnemen met de perscel van UZ Brussel (dorrit.moortgat@uzbrussel.be of 02 629 21 11).
- prof. dr. Steven Boonen (steven.boonen@uzleuven.be of 016 34 26 48) van de dienst geriatrie van UZ Leuven. U kunt voor algemene informatie ook contact opnemen met de dienst communicatie van UZ Leuven (communicatie@uzleuven.be of 016 34 49 35).
- Samenvatting artikel, gepubliceerd in Annals of Internal Medicine
