Voeding
Voeding bij prematuren en zieke pasgeborenen
Prematuren zijn bij de geboorte niet alleen kleiner, maar ook onrijper dan voldragen baby’s. Zo hebben ze meer moeite om levensbelangrijke taken uit te voeren zoals ademen en eten. Ook voldragen baby’s met problemen kunnen tijdelijk nood hebben aan een alternatieve manier van voeden.
Indien de voeding via de maag en de darmen niet kan verteerd worden, wordt de voeding via intraveneuze weg gegeven. Vocht, suiker, eiwitten en vetten kunnen hierlangs gegeven worden. Zo snel als mogelijk wordt gestart met voeding via het maagje. Hiervoor wordt een maagsonde gebruikt, een buisje dat langs de neus wordt ingebracht tot in de maag. Indien borstvoeding beschikbaar is, wordt hier steeds de voorkeur aan gegeven. Geleidelijk wordt de voeding via het maagje opgedreven terwijl het infuus afgebouwd wordt.
Wanneer de baby de voeding verteert en een goede zuig- en slikreflex heeft, kan de voeding via een flesje aangeboden worden. Dit kan meestal vanaf de leeftijd van 34 weken (als je de weken na de geboorte bijtelt). De rest van het flesje kan via een maagsonde gegeven worden.
Zuigelingen die moedermelk krijgen, kunnen van zodra het kan bij hun moeder aan de borst drinken. Aanvankelijk is dit misschien enkel wat sabbelen, daarna kan borstvoeding, een fles geleidelijk vervangen. Op de afdeling zijn borstvoedingsspecialsten aanwezig die moeders en hun baby's kunnen helpen en begeleiden.
Wil je meer informatie over borstvoeding bij premature baby's lees dan de patiënteninformatie (pdf, 814.75 KB)
