Perinataal centrum
- Korte geschiedenis van de perinatale geneeskunde binnen UZ Leuven
- De wetgeving betreffende de regionale perinatale zorg
- Het concept perinataal centrum UZ Leuven
Korte geschiedenis van de perinatale geneeskunde binnen UZ Leuven
Binnen UZ Leuven bestond er reeds een jarenlange traditie van samenwerking tussen verloskundigen en neonatologen wat de zorg voor risicozwangeren, risicozwangerschappen en risicoborelingen aanging. Deze samenwerking werd geconcretiseerd in de gezamenlijke patiëntenbesprekingen en stafvergaderingen rondom perinatale mortaliteit en morbiditeit onder leiding van professor Renaer.
Hierdoor is een expertise ontstaan die vele collega’s gynecologen uit de regionale ziekenhuizen ertoe aangezet heeft hun risicozwangeren door te sturen naar Leuven temeer daar er sedert 1976 een neonatale intensieve zorgenafdeling aan verbonden was. Aldus werd de dienst verloskunde snel een verwijscentrum voor maternale en later ook, door de spectaculaire ontwikkeling van de foetale echografie, van de foetale pathologie.
Door prof. dr. Van Assche, voorzitter van de toenmalige Vlaamse Adviesraad voor Perinatale Zorgen (VAPZ), werd in 1994 het idee van een perinataal centrum als het ultieme referentiecentrum voor risicozwangere en risicoboreling, naar voor geschoven. Binnen dit perinataal centrum zou de samenwerking tussen verloskundigen en neonatologen verder gestalte krijgen. Er zouden ook nieuwe partners bij betrokken worden, waaronder de genetici. Alhoewel reeds lang beproefd in Leuven was dit concept nieuw en genoot het op dat ogenblik nog niet de voltallige steun van de andere raadsleden. Onder impuls echter van de Leuvense raadsleden van de VAPZ (A. Van Assche, H. Devlieger, L. Cannoodt) en door de tussenkomst van prof. Luc Cannoodt bij de Federale Overheid werd echter het idee van het referentiecentrum voor perinatale zorg onder vorm van een P* functie opgenomen in het K.B. van 20 augustus 1996.
De wetgeving betreffende de regionale perinatale zorg
Tot voor 1996 bestond er voornamelijk een wettelijke omkadering voor de neonatale intensieve en niet intensieve diensten. De wetgeving hierover kwam er als gevolg van de reuzesnelle ontwikkeling van de zorgen aan de tevroeggeborenen en zieke borelingen. Het K.B. van 20 augustus 1996 was opnieuw een federale overheidsmaatregel als gevolg van de belangrijke ontwikkelingen op vlak van de organisatie van de perinatale zorg. De verloskundige en neonatale zorgen werden aldus elk ingedeeld in twee niveaus: enerzijds de gewone zorg aan de parturiënte en kraamvrouw in de ongeveer 80 materniteiten in Vlaanderen terwijl de pasgeboren die neonatale zorgen nodig hadden die niet op de kamer van de moeder konden gegeven worden, op een neonatale zorgeneenheid (N* dienst) werden verzorgd in de onmiddellijke buurt van de moeder. Deze neonatale zorgeneenheden konden wel beroep doen op een tweede niveau van zorgen nl de neonatale intensieve zorgenafdelingen of NIC waar intensieve zorgen ttz. functieondersteunende en functievervangende zorgen konden gegeven worden. Zo telt Vlaanderen sinds 1987 7 en later 8 neonatale intensieve diensten.
Totaal nieuw in de wetgeving was de erkenning van het tweede niveau van maternele zorg namelijk de maternele intensieve zorgen of MIC (een concept dat reeds lang in Leuven bestond). Enkele van de grote ziekenhuizen die reeds een NIC hadden hebben deze MIC functie uitgebouwd en zijn een regionaal perinataal centrum geworden. Een dergelijk perinataal centrum bestaat dus uit een MIC en een NIC. Er wordt verwacht dat het de globale tweede échelons perinatale zorg verstrekt voor een welbepaalde regio. Door de vele samenwerkingsverbanden die het UZ Leuven reeds had met verschillende materniteiten in Vlaanderen, en door de veelvormigheid van zijn dienstverlening staat het Leuvens perinaal centrum echter wel in voor meer dan een regio en zijn er patiënten (moeders en pasgeborenen die uit gans Vlaanderen en ook uit het buitenland (vooral dan voor foetale interventies) naar UZ Leuven worden verwezen.
Het concept perinataal centrum UZ Leuven
Uitgangspunt
Het uitgangspunt voor het concept perinataal centrum is de vaststelling dat het voortplantingsproces, weliswaar uitzonderlijk, gepaard kan gaan met ernstige problemen. De uitkomst zowel voor moeder als kind kan slechts geoptimaliseerd worden wanneer binnen de verschillende stappen van het voortplantingsproces een maximale expertise ter beschikking gesteld wordt en dit binnen een gecoördineerd geheel van diensten.
Bij deze dienstverlening staan de verloskunde en de neonatologie, tak van de kindergeneeskunde die zich met de (risico)boreling bezig houdt, centraal. Een perinataal centrum is niet denkbaar zonder enerzijds een dienst verloskunde met de nodige expertise aangaande prenatale diagnostiek en aanpak van risicozwangerschappen en anderzijds een dienst neonatologie met de mogelijkheid tot het verstrekken van doorgedreven neonatale intensieve zorgen.
UZ Leuven bieden echter een meerwaarde aan de P* functie door de nauwe samenwerking met het centrum voor menselijke erfelijkheid, met de gespecialiseerde afdelingen van de dienst kindergeneeskunde en met de andere diensten die zorgprogramma’s voor de neonatus hebben uitgewerkt zoals de kinderheelkunde bij de behandeling van kinderen met congenitale (aangeboren) afwijkingen. Ook het fertiliteitscentrum maakt integraal deel uit van het perinataal centrum.
Daarenboven hebben UZ Leuven in de loop van de laatste 15 jaar een wereldnaam verworven op vlak van de foetale geneeskunde. Onder impuls van wijlen professor Vandenberghe, heeft professor Deprest en zijn team deze tak van de geneeskunde dermate uitgebouwd dat het een gevestigd en leidinggevend centrum is geworden vooral op vlak van de prenatale behandeling van foetussen met hernia diaphragmatica en van het twin-to-twin-transfusion syndroom.
Doelstellingen van het perinataal centrum UZ Leuven
Het perinataal centrum richt zich op drie verschillende deelaspecten van een pathologisch voortplantingsproces
- het koppel
- de zwangerschap
- de foetus en pasgeborene
Voor elk van deze drie deelaspecten kunnen zich op een tijdsas, gaande van voor de conceptie tot na de geboorte, problemen voordoen die expertise qua diagnostiek en therapie vragen (zie figuur (pdf, 22.3 KB)).
Het perinataal centrum stelt zich als taak om deze expertise permanent te kunnen aanbieden in het kader van multidisciplinair overleg en in nauwe samenwerking en verdeling van de verantwoordelijkheid met de verwijzende materniteit, verloskundige of neonatoloog.
Het perinataal centrum is derhalve georganiseerd als een netwerk van diensten intra- en extramuros waarbij de meest geavanceerde diagnostische en therapeutische middelen kunnen naar voor geschoven worden volgens de noden van de risicopatiënten (moeder, foetus en pasgeborene). Problemen aangaande foetale ontwikkeling en neonatale uitkomst maken van het centrum voor menselijke erfelijkheid een essentiële partner. Ook met het fertiliteitscentrum is gestructureerd overleg nodig gezien de gevolgen van de fertiliteitsbehandeling op de evolutie van de zwangerschap en op de zich ontwikkelende foetus.
Dienstverlening
Dienstverlening rechtstreeks binnen het perinataal centrum
MIC + follow-up:
- prenatale diagnose, foetale geneeskunde en therapie
- maternale en foetale bewaking en intensieve zorgen
- transport van de risicozwangere (eventueel door verloskundige)
NIC + follow-up:
- transport door een kinderarts-neonatoloog en transportteam
- neonatale intensieve zorgen
- postnatale diagnostiek
- postnatale chirurgie
Dienstverlening onrechtstreeks in het kader van het perinataal centrum
- preconceptionele counseling
- genetische counseling, genetisch advies en diagnose
- fertiliteitdiagnostiek en behandeling
- pre-implantatie diagnostiek
- perinatale histopathologie
Relatie met verwijzende diensten
Het Leuvens perinataal centrum heeft een grote gebondenheid met de samenwerkende materniteiten, verloskundigen en kinderartsen.
Om deze dienstverlening naar de verwijzende verloskundigen, kraamafdelingen en kinderartsten te optimaliseren stelt het perinataal centrum zich als taak tweemaal per jaar gestructureerd overleg te organiseren met de partners, verloskundigen en kinderartsen uit de regionale ziekenhuizen.
Informatiedoorstroming tussen het perinataal centrum en regionale ziekenhuizen is essentieel voor een goede samenwerking en continuïteit in de zorg. Om de terugverwijzing van de intensief behandelde pasgeborene naar de regionale N* van herkomst naadloos te laten verlopen voor ouders en kind zijn thans ook informatie- en opleidingsdagen georganiseerd door artsen en verplegenden van de NIC naar de artsen en verplegenden van de regionale ziekenhuizen toe. Het succes van deze ontmoetingsdagen wijst op het belang van een streven naar continuïteit in de zorgen. Andere initiatieven zijn de neonatale nieuwsbrieven met therapieschemata en protocols. Deze website is de laatste eigentijdse realisatie van een streven naar informatie en communicatie.
