Borstaandoening: goedaardig of kwaadaardig?

Ongeveer één op twee vrouwen zal ooit in haar leven geconfronteerd worden met een borstprobleem. Alhoewel borstkanker de meest voorkomende kwaadaardige aandoening is bij vrouwen, zijn 80 tot 90% van de borstaandoeningen goedaardig. De juiste frequentie van benigne borstaandoeningen is moeilijk in te schatten gezien een belangrijk deel van de klachten, zoals bijvoorbeeld nodulariteit en pijn, gerelateerd zijn aan fysiologische veranderingen.

Meest voorkomende symptomen

De meeste klachten zijn terug te brengen tot grosso modo 6 categorieën die geassocieerd zijn met een wisselend risico op borstkanker (zie tabel 1).

Een massa bij een postmenopauzale vrouw is duidelijk verdacht voor borstkanker en dient als dusdanig onderzocht te worden. Een pijnlijke zwelling bij een premenopauzale vrouw daarentegen is meestal goedaardig. Toch is het belangrijk dat een onderliggend maligne lijden nooit kan uitgesloten worden en iedere klacht moet dus volledig geïnvestigeerd worden. Het is zelfs zo dat de evaluatie van ‘benigne klachten’ de meeste eisen stelt aan de clinicus. Het soms benigne karakter van de klachten kan misleidend geruststellend zijn en de diagnose van borstkanker vertragen.

Tabel 1: Klachtenpatroon

Symptoom Risico op maligniteit Risico maligniteit te missen

Voelbare massa

Hoog

Laag

Afwijkende mammo met klinisch normale borst

 

 

Vage induratie of nodulariteit

 

 

Tepelvochtverlies

 

 

Pijn

 

 

Infectieuze symptomen

Laag

Hoog

Risicofactoren voor borstkanker

De belangrijkste taak van de clinicus bij het onderzoeken van een patiënte met borstklachten is te bepalen of de afwijkingen goed- of kwaadaardig zijn. Kennis van de risicofactoren voor borstkanker is essentieel en laat toe patiënten met hoog risico te herkennen.

In tabel 2 zijn de gekende risicofactoren opgenomen.

Het herkennen van deze risicofactoren laat toe om voor elke individuele patiënt de gepaste screeningsmodaliteit te selecteren.

Daarnaast dient vermeld dat bij heel wat vrouwen met borstkanker geen enkele van deze risicofactoren aanwezig is. Bij afwezigheid van risicofactoren dienen patiënten met verdachte letsels dus ook volledig geïnvestigeerd te worden.

Tabel 2: Risicofactoren voor borstkanker

  • Vrouw
  • Leeftijd
  • Blank ras
  • Familiale voorgeschiedenis van borstcarcinoom: meerdere familieleden, jonge leeftijd, bilateraal borstcarcinoom, BRCA1,2 mutaties
  • Familiale voorgeschiedenis van ovariumcarcinoom: meerdere familieleden, jonge leeftijd
  • Persoonlijke voorgeschiedenis van borstcarcinoom
  • Pathologie: ADH, ALH, LCIS, proliferatieve fibrocystische aandoeningen
  • Radiotherapie t.h.v. de borststreek
  • Vroegtijdige menarche
  • Laattijdige menopauze
  • Nullipara
  • Leeftijd 1° zwangerschap > 30 jaar
  • Geen borstvoeding gegeven
  • langdurig gebruik van orale contraceptiva vóór de eerste zwangerschap
  • Langdurig gebruik van hormonale substitutietherapie in de menopauze
  • Infertiliteitstherapie, diethylstilboestrol, ovulatie-inductietherapie
  • Vroegere borstaandoeningen, operaties
  • Externe factoren (bijvoorbeeld roken)