Psychologische voorbereiding op een hartoperatie
De voorbereiding van het kind
Reacties van het kind bij ziekenhuisopname
Enkele adviezen voor de ouders
Voorbereiding van ouders en kind
Het verblijf op de intensieve afdeling
Aanbevolen literatuur
Kinderen met aangeboren hartafwijkingen krijgen over het algemeen vrij snel in hun leven met de dokter en met het ziekenhuis te maken. Oudere kinderen worden meestal niet onverwacht in het ziekenhuis opgenomen; daarom is het goed er met de kinderen over te praten, indien dit al mogelijk is. Het ziekenhuis wordt tijdelijk een deel van hun leven, hun werkelijkheid, hun wereld. Omdat kinderen de wereld moeilijk begrijpen, is het goed om veel te vertellen hoe die wereld in elkaar steekt, wat er allemaal te gebeuren en te ontdekken valt. Ze moeten weten wat er allemaal kan gebeuren, hoe het ziekenhuis is, wie er leeft en werkt, wat de gewoonten zijn, hoe het is om alleen met moeder en/of vader te zijn. Wanneer kinderen dat allemaal weten groeit hun vertrouwen en vermindert de angst en vloeien de spanningen weg. Men moet het kind vertrouwd maken met het ziekenhuis.
Kinderen zijn heel anders dan volwassenen. Het vergt van iedereen een grote inspanning om de gedachtengang en gedragingen van kinderen te begrijpen.
De voorbereiding van het kind
Wanneer een opname gepland is, en het kind weet al iets over het ziekenhuis, dan wordt het tijd dat men heel gericht gaat vertellen dat het er zelf heen gaat. Wat en hoe men het aan het kind gaat vertellen hangt af van de leeftijd van het kind. De uitleg moet zo eenvoudig en eerlijk mogelijk zijn. Jonge kinderen onder de vijf jaar moet men veel vertellen over de gang van zaken in het ziekenhuis. Vertel in ieder geval waarom het kind naar het ziekenhuis moet en vertel ook dat het naar huis terugkomt. Indien dit niet gebeurt zien ze de opname als een soort straf en geven ze de ouders de schuld van hen in de steek te laten. Aan kleinere kinderen moet men veel vertellen omdat anders de kans bestaat dat ze erover gaan fantaseren. Denk niet dat 1 keer vertellen voldoende is. Men moet er regelmatig op terugkomen en de vragen van het kind beantwoorden. Men moet steeds eerlijk zijn en het ziekenhuis niet enkel afschilderen als iets moois, maar ook de nare realiteit ervan moet aangestipt worden. In Gasthuisberg kan men met het kind op voorhand een kijkje nemen bijvoorbeeld naar aanleiding van een consultatie. Het is goed van deze mogelijkheid gebruik te maken. Het kind zal er wat aan de vreemde omgeving kunnen wennen.
Belangrijk:
- zeg nooit en laat nooit iemand anders zeggen dat een kind stout is en naar het ziekenhuis moet. Het is zeker niet waar en het maakt het kind bang.
- het is wenselijk dat vooraf ook andere mensen soms voor het kind zorgen. Als een kind gewoon is ook door andere mensen verzorgd te worden, dan heeft het minder problemen als het verplegend personeel met hem omgaat.
Reacties van het kind bij ziekenhuisopname
1. Zuigeling en peuter (0 - 3 jaar)
Het kind is in deze fase volkomen afhankelijk van zijn ouders. Vooral de aanwezigheid van de moederfiguur is belangrijk; veel werkgevers voorzien hiervoor "sociaal verlof". Wanneer het kind gescheiden wordt van zijn ouders is dit dikwijls een zwaar drama. Het kind begrijpt niets van de ziekte en de gevolgen ervan. Het kind ervaart allerlei negatieve invloeden zoals infusen, beademingsbuisje, ... Het kind kan door de scheiding met zijn moeder hevig gaan reageren op deze nieuwe "vijandige" prikkels. Huilbuien zullen in deze situatie niet altijd overgaan door het kind te knuffelen. Het is wel zeer belangrijk dat iedereen het kind liefdevol blijft benaderen. Dit is niet altijd gemakkelijk en vraagt soms zeer veel geduld. Vooral peuters voelen zich in een ziekenhuismilieu dikwijls bedreigd.
2. Kleuters (3 - 6 jaar)
De kleuter heeft al een zekere zelfstandigheid verworven maar in deze vreemde omgeving is daar weinig van te merken. Het kind kan soms de scheiding met de ouders als zeer beangstigend en traumatisch ervaren. Het kind gaat in zijn eigen fantasiewereld zoeken naar de oorzaak, de gevolgen en een verklaring voor de situatie. Op de afdeling wordt hij gedwongen om geïmobiliseerd in bed te liggen, verbonden aan allerlei toestellen. Het kind gaat hierover fantaseren en kan dit als een straf ervaren. Ook hier kan het kind soms reageren door verdriet, angst of agressie te tonen. Meestal is dit naar de meest nabije mensen gericht (de ouders en verpleegkundigen). Sommigen zullen een regressief of onaangepast gedrag vertonen, wat kan uitmonden in agressie en protest.
3. Het schoolkind (6 - 12 jaar)
Het grotere kind heeft nog steeds behoefte aan de aanwezigheid van de ouders. Het kind wordt niet graag in de steek gelaten en kan dan ook angstig reageren. Het schoolkind heeft een zekere zelfstandigheid opgebouwd, wat we soms vergeten en volledig afnemen door een ziekenhuisopname. Het kind gaat allerlei vragen stellen in verband met de school, zijn vriendjes, ... De reactie op deze onaangename situatie is soms emotionele teruggetrokkenheid, agressie, regressie en protest.
4. Adolescentie (vanaf 12 jaar)
Ook voor deze patienten brengt een ziekenhuisopname onaangename gevoelens teweeg: vooral vrees voor invaliditeit, identiteitsverlies, het litteken en soms angst voor de dood. Deze leeftijdsgroep hecht veel belang aan privacy wat hier wel geschonden wordt. Ook hier zijn de reacties op de situatie dezelfde als bij de vorige leeftijdsgroepen. Het lichaamsbeeld staat bij deze "pubers" centraal en is een enorm aandachtspunt zowel voor de ouders als voor de verpleegkundigen.
Enkele adviezen voor de ouders tijdens de opname
als de opname gepland is:
- hou je bezig met het kind, praat, vertel, lees en speel met het kind;
- praat met de kinderarts en kindercardioloog over wat er precies gaat gebeuren met uw kind;
- vraag of men samen met het kind de afdeling mag zien;
- maak voor de verpleegkundigen, spelleidster, ... een lijstje waarop staat wat het kind graag doet, waar het bang voor is, hoe het genoemd wordt, wat zijn zelfstandigheid is, welke eet- en slaapgewoonten het kind heeft;
- ga zoveel mogelijk op bezoek; bij Uw afwezigheid zal de verpleging regelmatig langsgaan;
- informeer wat het kind allemaal doet in het ziekenhuis, het moet de interesse voelen;
- wanneer het kind huilt als men naar huis gaat, is dit een heel gezonde reactie; dit mag nooit een reden zijn om niet meer op bezoek te komen;
- vraag of je het kind mag wassen, eten geven, verschonen; als een van de ouders aanwezig is, verkiest het kind meestal dat de ouder dit doet.
- vraag alles rond de onderzoeken, de behandeling. Hervraag wanneer men iets niet begrepen heeft.
- soms wordt een geplande operatie voor een korte periode (enkele uren of één dag) uitgesteld; gelukkig is dit zeldzaam (<5%). UZ Leuven is evenwel een urgentie-ziekenhuis waarbij steeds voorrang zal verleend worden aan de zeer acuut zieke patienten.
Voorbereiding van ouders en kind bij een opname
De ouders krijgen informatie van artsen en verpleegkundigen. Deze informatie gaat vooral over de operatie, het verloop, wat na de operatie ... Het kind wordt voor een groot deel mede door de ouders voorbereid. Daar zij hun kind het beste kennen, kunnen zij het adequater opvangen.
Meestal wordt het kind 2 dagen voor de operatie opgenomen. Enkele pre-operative controles dienen te gebeuren: uitsluiten van infectie, bloedname, wissers voor kultuur, plasje, radiografie van de thorax. Indien een infectie wordt gevonden die het risico voor de operatie verhoogt, wordt de operatie vanzelfsprekend uitgesteld in het belang van het kind. De avond voor de operatie wordt bij sommige kinderen een ontsmettend bad gegeven.
Voor de ouders bestaat de mogelijkheid vooraf een bezoek te brengen aan de afdeling intensieve zorgen en zo nader kennis te maken met de afdeling. Het kind zelf wordt kort op voorhand voorbereid op een aangepast niveau. Het kind dient te begrijpen wat er gaat gebeuren op zijn eigen leeftijdsniveau.
Het verblijf op de intensieve afdeling
Het verblijf op de intensieve afdeling is voor de ouders zwaar belastend daar de bezoekuren beperkt zijn. De omgeving reageert ook niet altijd zeer begrijpend; er kunnen bijvoorbeeld conflicten ontstaan met de werkgevers van de ouders.
Als het kind op de afdeling aankomt is het nog steeds onder invloed van de verdoving. Er zal steeds een verpleegkundige in de buurt zijn zodat het kind als het ontwaakt niet het gevoel heeft alleen te zijn. Zolang het kind beademd wordt, zal het systematisch verdoving krijgen toegediend en zal het gesedeerd blijven. Zodra het kind meer en meer bewust wordt, zal het minder verdoving toegediend krijgen. Op dit ogenblik zal het zich meer en meer bewust worden van de vreemde omgeving en gaat het zich angstiger en onzekerder voelen. De verpleegkundigen hebben hier zeker begrip voor en zullen het kind adequaat opvangen. Zij zullen bij elke handeling vertellen wat ze gaan doen en hoe het kind zijn medewerking kan verlenen. Ze zullen steeds de waarheid vertellen om zo een vertrouwensrelatie op te bouwen met enerzijds het kind en anderzijds de ouders. Om deze relatie uit te bouwen, zal zoveel mogelijk dezelfde verpleegkundige het kindje verzorgen.
We moeten ons bewust zijn van de gevoelens van het kind en het de kans geven om zich af te reageren. Het is onze taak om het kind zoveel mogelijk te troosten en zijn aandacht af te leiden en het kind liefdevol te behandelen. Hier is ook een belangrijke rol weggelegd voor de beide ouders. Het is wenselijk allerlei speelgoed van thuis bij het kind te leggen zodat het meer tot rust kan komen. De ouders zullen aangespoord worden om hun kind zo normaal mogelijk te behandelen. Dat wil zeggen: het kind zoveel mogelijk aanraken en knuffelen in de mate van het mogelijke. Zodra intensieve bewaking niet meer nodig is, wordt het kind naar de pediatrische afdeling terug gebracht en zullen de ouders meer en meer ingeschakeld worden in de verzorging van het kind.
Aanbevolen literatuur
"Morgen ben ik weer beter", Ann De Bode - Rien Broere, leesboek voor jonge kinderen
Uitgever Malmberg - Van In, Grote Markt 38, 2500 Lier Tel 03 480 55 11; Fax 03 480 76 64
